Reli-riedels en happy-clappy

Nina Hagen, Bekentenissen. € 19,90

De oude punk herinnert zich Nina Hagen vooral als een op aandacht verzotte namaak-rebel en fake rock-outsider. Kitsch, was het. En ze houdt ook nog van Jezus. Waarom en hoezo, dat lezen we in haar autobiografie.

Net als Patti Smith was Nina Hagen altijd een punk-outsider. Allebei waren ze ouder dan de gemiddelde tienerpunk die de straten in 1977 onveilig maakte, en allebei hadden ze hun wortels in de hippiescene: Smith in de New Yorkse, Hagen in die van Oost-Berlijn waar de besnorde liedjeszanger Wolf Biermann, jarenlang haar stiefvader, een heldenstatus had. Uit het niets veroverde Hagen in 1978 Nederland, met haar lp Nina Hagen Band, waarop nummers stonden als het bizarre, opera-achtige Naturträne. Vanaf de hoes keek een vrouw met zwart piekhaar ons brutaal aan, zware make-up en een sigaret in haar rechtermondhoek. Een Duitse Siouxsie.
Veel jonge vrouwen vonden het fantastisch, vooral Hagens feministische accenten. ‘Nein, nein, nein, warum soll ich meine Pflicht als Frau erfüll'n?’ gilde ze in Unbeschreiblich weiblich. Wij, punks van het eerste uur, vonden het fake. Die hele lp klonk en oogde namaak. Nina’s muzikanten hadden lang haar en ze speelden veel te goed. Zelfs dat laatste nummer Pank, klonk als Queen dat probeerde punk te zijn. De tweede lp, Unbehagen, stond vol reggae. Daarna haalde Hagen vooral de Nederlandse voorpagina’s dankzij haar relatie met Herman Brood. In de film Cha Cha trouwde ze met hem. Fake.
En nu heeft ze, een jaar na het intrigerende Just Kids van Patti Smith, haar memoires geschreven, Bekentenissen. Als punk van het eerste uur weet je donders goed dat je destijds veel muzikanten afdeed als fake of hippie-shit, terwijl het wel degelijk goed en vernieuwend was. Wie weet gaat dat ook op voor Nina Hagen.
Net als Just Kids staat in Bekentenissen een alles overstijgende liefde centraal. Smith schreef een ode aan haar in 1989 aan aids overleden minnaar en soul mate Robert Mapplethorpe. Hagens singuliere liefde richt zich op de tweeduizend jaar eerder gestorven Jezus Christus.
Dat krijg je dus als je mensen uit het oog verliest. Ik had geen flauw benul van haar obsessie met Jezus, het christendom en religie in het algemeen. Op zich niks mis mee natuurlijk. Na een diepe persoonlijke crisis zocht Bob Dylan tenslotte ook de Heer.
Maar hoe vergaat dat Hagen? Bekentenissen is een op twee gedachten hinkende speurtocht naar het geloof, de plek waar rock-rebellie en Jezus congrueren. Het is een lange tocht waarin Hagen allereerst het Oost-Duitse communisme van zich afschudt. Daarna omhelst ze achtereenvolgens hippie, punk, popsterrendom, drugs, hindoeïsme, en uiteindelijk vindt ze rust in haar eigen, vrijzinnige interpretatie van het christendom, waarbij 'Jezus liefde is’. In 2009 laat ze zich in Duitsland dopen door een protestants-gereformeerde pastoor.
De autobiografische stukken lezen lekker. Ze zijn vlot en met een mix van bravoure en zelfspot geschreven. We leren Nina kennen als een opstandig kwartjoods meisje met een opa die door de nazi’s werd gefusilleerd en een getraumatiseerde vader die het niet lang uithoudt bij zijn toneelspelende, extraverte vrouw. Nina krijgt als kind weinig aandacht en wordt naar internaten gestuurd. Gelukkig ontdekt ze al heel jong de aantrekkingskracht van Jezus Christus. Bekentenissen is een constante speurtocht naar Christus als metafoor voor puurheid, verloren onschuld en liefde - een boek van openbaringen. Hagens openbaringen welteverstaan. Zo ziet in 1968 de dertienjarige Nina op een West-Duitse tv-zender 'extatische langharige gitaristen, halfnaakte zwetende drummers, wild geworden maniacs, Californische flower power girls en boys’. Nou, dan weet je het wel. De queeste naar seks, drugs en rock-'n-roll kan beginnen. Nina krijgt verhoudingen met lokale hippies, wordt meteen belazerd waardoor ze haar geloof in de aardse liefde verliest, heeft op haar vijftiende haar eerste abortus en een jaar later haar tweede. Ze beleeft een lsd-trip waarin ze haar langharige Poolse medetripper aanziet voor Jezus.
Oost-Berlijn is te grauw en te verstikkend. Eerst probeert ze via Polen te ontsnappen. Dat loopt uit op een mislukking, maar uiteindelijk slaagt ze er in 1976 in om aan de andere kant van de grens te geraken. West-Duitsland valt tegen. Maar Londen, dat is het helemaal. Daar ontmoet ze raar uitgedoste jongens en meisjes met veiligheidsspelden en kapotte panty’s en wilde, uitgelopen make-up, punks die 'zichzelf in scène zetten als creatieve schoften om niet gevreten te worden’. Ze raakt bevriend met de meidenband The Slits. Ze woont repetities bij van de Sex Pistols, ziet optredens van Siouxsie and the Banshees en Adam and the Ants. Ze was, lezen we, geen meeloper, maar punk avant la lettre. En Jezus? Ach, punk was net als het christendom een hunkering naar liefde, en de anarchie waar veel punks mee flirtten was vergelijkbaar met het 'me niet laten vertellen door pseudovrome voordenkers wat ik moet denken’.
Hagen kiest de geoliede West-Berlijnse band Lokomotive Kreuzberg, oude communisten, als begeleiders. De debuut-lp wordt een hit, ook in Nederland. Herman Brood, 'de zondig mooie hogepriester van de Nederlandse drugscultuur’, voelt zich erg aangetrokken tot die extravagante schreeuwlelijk. Twee maanden trekken ze intensief met elkaar op, 'de wildebras en zijn opvallende paradijsvogel’. Maar ook al lijken ze een fijn explosief stel, Hagens ware liefde betreft Broods gitarist Ferdi Karmelk, die zij in 1981 een dochtertje schenkt, Cosma Shiva.
Aan Brood en Karmelk maakt ze weinig woorden vuil, behalve dat Brood van het Hilton springt en dat de heroïneverslaafde Karmelk in 1988 aan aids overlijdt. Wat meer ruimte krijgt Hagens tijd in het roemruchte Amsterdamse punkpand No Name, vol druggebruikers onder wie de graffiti-artiest Dr. Rat (Ivar Vi_s). Tijdens een coke-delirium krijgt Nina daar weer een openbaring, waarbij God alle 'mislukte schepsels’ (haar huisgenoten) weer kracht geeft. Het mag niet baten, want nadat hij de verdovende middelen een tijdje heeft afgezworen gaat Dr. Rat toch weer aan de drugs en overlijdt op 21-jarige leeftijd.
Nina laat de drugsellende voor wat die is en vertrekt naar Amerika, waar ze in Malibu een ufo ziet. Daarna stort ze zich op de oosterse religie. Of zoals ze het zelf zegt: 'Ik bad tot Jezus maar probeerde ook een paar andere hemelse adresjes uit.’ Ze zoekt haar heil bij yogi Muniraji en diens Haidakhandi-gemeenschap. Ze verblijft in Indiase ashrams, waar ze een hindoenaam krijgt, Rashmi, letterlijk 'de eerste straal van de opgaande zon’, maar Nina vindt 'vampire killer’ beter klinken. Jarenlang verblijft ze tussen de volgelingen van Muniraji, tot ze zich in 2009 realiseert dat het hier een op macht beluste charlatan betreft. Zoals ze het zelf kernachtig formuleert: 'Maar tegelijkertijd zijn de goden en goeroes helemaal niet spiritueel. Ze zijn zo geil als boter en zo leugenachtig als de Stasi.’
En zo komt Hagen uiteindelijk weer bij Jezus terecht.
En zo slaat de oude punk die laatste bladzijden vol bijbelcitaten maar over. Hij klapt het boek dicht en denkt: het had zoveel interessanter kunnen zijn. Waarom heeft niemand haar ervan weten te overtuigen dat al die obligate reli-riedels vooral afbreuk doen aan het verhaal? Happy-clappy op het podium, oké. Maar op papier, nee. Neem de lsd-openbaring, waarover die 'lekker gekke’ Hagen zonder spoor van ironie schrijft: 'Ja, het is Jezus. Ik mocht hem herkennen aan zijn Liefde! Zijn liefde, die mijn ware thuis is, doorzont mijn ziel, mijn hele wezen. Ik ben volkomen in die liefde. Ik tril van het besef dat Hij van me houdt. Hij houdt van me! Hij houdt van me! Wat een eeuwig geluk schuilt er in dat besef, te weten dat er zo van je gehouden wordt door God!’
Nee, dan Patti.

NINA HAGEN
BEKENTENISSEN
Ten Have, 224 blz., €_19,95