Interview met Mark Lilla

‘Religieuzevernieuwing is niet voorspelbaar’

Een liberale hervorming van de islam resulteert niet in een gematigde religie, maar leidt juist tot een radicaler geloof. Aldus de Amerikaanse hoogleraar humanities en publicist Mark Lilla.

Mark Lilla: ‘Wij hebben de les van de zeventiende-eeuwse Britse politieke filosoof Thomas Hobbes goed geleerd. Dankzij hem hebben wij nu een politiek systeem dat niet langer om God draait, maar waarin de mens centraal staat. Maar tegelijk zijn we de taal en logica kwijtgeraakt van een politiek systeem met God in het middelpunt. Dat is lastig, want geconfronteerd met islamitische politieke theologie staan we met onze mond vol tanden.’

Mark Lilla is onlangs aangesteld als hoogleraar humanities aan de Columbia University in New York. Hij is daarnaast een invloedrijk publicist voor The New York Review of Books en The New York Times en auteur van onder meer het boek The Reckless Mind: Intellectuals in Politics. Afgelopen maand verscheen van zijn hand The Stillborn God: Religion, Politics, and the Modern West. Het boek beschrijft de samenhang tussen de ontwikkelingen van het religieuze en politieke denken in het Westen, die uiteindelijk pas na de Tweede Wereldoorlog hebben geleid tot een scheiding van geloof en politiek. Deze geschiedenis laat onder meer zien waarom het Westen zoveel moeite heeft met islamitische politiek.

‘De stillborn God is de God die liberale christelijke theologen eind negentiende eeuw creëerden in een poging bijbelse religie te verzoenen met de moderne democratische staat. Deze liberale theologie kwam voort uit het gedachtegoed van de Franse denker Jean-Jacques Rousseau, in een reactie op de ideeën van Hobbes’, vertelt Mark Lilla. Met de bloedige conflicten tussen katholieken en hugenoten in de zestiende eeuw nog vers in het geheugen pleitte Hobbes voor een strikte scheiding van religie en politiek. Alleen een harde scheiding zou de spiraal van geweld kunnen stoppen. Het politieke denken moest niet langer om God draaien, maar moest uitgaan van de mens, redeneerde Hobbes.

Volgens Rousseau was een strikte scheiding niet realistisch, omdat de mens in wezen een religieus dier is. Een scheiding van religie en politiek zou daarom psychologisch onhoudbaar zijn. Lilla: ‘In de nasleep van de Franse Revolutie en de veldslagen van Napoleon, die juist niets met religie te maken hadden, vatte dit idee makkelijk post in Europa. In het negentiende-eeuwse Duitsland gingen theologen en filosofen ermee aan de slag, wat resulteerde in een liberale religie.

De Eerste Wereldoorlog gooide roet in het eten. De liberale God werd doodgeboren. Duitse protestanten probeerden in de Weimarrepubliek religie en politiek weer samen te brengen. Deze politieke theologen betuigden veelal steun aan de nazi-partij en rechtvaardigden het gedachtegoed van de partij.’ Maar de Tweede Wereldoorlog maakte de breuk tussen religie en politiek definitief: ‘Sindsdien is de strikte scheiding in het Westen en zeker in Europa echt een feit. Alleen anachronistische dictaturen als die van Franco in Spanje bezondigden zich er nog aan. Het scheidingsproces is uniek geweest; en het kreeg gestalte over een periode van honderden jaren.’

Met de scheiding van religie en politiek is het Westen anno 2007 ook de taal en logica van politieke theologie vergeten, meent Mark Lilla: ‘Het Westen neemt de huidige inrichting van het democratisch politiek bestel als vanzelfsprekend. We beschouwen de scheiding tussen religie en politiek als een normale situatie en de ontwikkelingen die tot deze situatie leidden als een natuurlijk proces, onderdeel van een lineaire opvatting van de geschiedenis. Het omgekeerde is waar: het is juist een heel bijzondere uitkomst.’

Deze aanname van een natuurlijk proces heeft verstrekkende gevolgen. We verwachten bijvoorbeeld dat islamitische samenlevingen, waar politiek en geloof veelal wél samenvallen, eenzelfde ontwikkeling zullen doormaken. Lilla: ‘Dit is een onterechte veronderstelling. We moeten de fantasie van democratisering en modernisering van islamitische landen naar westers model laten varen. Er zijn fundamentele verschillen in denken aanwijsbaar, waardoor we alleen met verbijstering naar de islamitische wereld kunnen kijken. Het is zaak ons de taal en logica van politieke theologie weer eigen te maken, zodat we elkaar beter kunnen begrijpen en concrete verschillen of problemen tussen het Westen en de islamitische wereld kunnen oplossen.’

Tegelijkertijd moeten we waakzaam zijn voor een vermenging van politiek en religie in de eigen keuken: ‘Politieke theologie is in potentie altijd aanwezig en kan veel verschillende vormen aannemen. Net als Rousseau ben ik ervan overtuigd dat de mens in wezen religieus is – een theotropisch wezen. Daarom moeten we Rousseau’s inzichten niet vergeten. De kans dat politieke theologie in het Westen weer voet aan de grond krijgt, hangt sterk af van de ontwikkeling van het christendom. Het is bijvoorbeeld maar de vraag of de secularisatie in West-Europa een permanent en onomkeerbaar proces is.’

Maar voorlopig maakt Lilla zich geen zorgen: ‘In de Verenigde Staten woeden politieke veldslagen die samenhangen met geloofsovertuiging of juist het ontbreken ervan. Denk aan abortus, euthanasie en medisch onderzoek. Maar zolang deze geschillen binnen het constitutionele kader worden uitgevochten, is er weinig aan de hand.’

Toch is introspectie geboden: ‘We moeten ons ervan bewust zijn dat de scheiding tussen geloof en politiek geen natuurlijke toestand is waar we geen omkijken naar hebben. Ontwikkelingen op het snijvlak van geloof en politiek dienen altijd met achterdocht te worden bekeken. Dit veronderstelt een constant zelfbewustzijn, wat voor democratische naties een forse opgave is. We leven immers met een hoop ideeën over wat nu echt de fundamenten van een moderne democratie zijn. Die zijn lang niet altijd correct, om het voorzichtig uit te drukken. Ze behoeven onderhoud. Met andere woorden, een democratie houdt zichzelf niet als vanzelf in stand.’

Hoewel islamitische samenlevingen zich niet volgens westers model zullen ontwikkelen, bevat de geschiedenis van het christendom wel belangrijke lessen. Mark Lilla: ‘Liberale hervormers proberen een godsdienst te verenigen met de huidige samenleving. Dit is op zichzelf nobel, maar dergelijk conformisme werkt in de praktijk niet. Een poging tot liberale hervorming van de islam kan tot een reactie van ongedisciplineerde gelovigen leiden, vergelijkbaar met de reactie van Weimar-protestanten op het falen van de liberale theologie van voor de Eerste Wereldoorlog. Of neem de radicale moslims. Zij reageren op de trend van modernisering binnen de islam. Een opvallende parallel is overigens het gebrek aan kennis onder radicale moslims van de intellectuele traditie binnen hun geloof. Osama bin Laden schijnt heel weinig kennis van de islam te hebben, net zoals Weimar-protestanten nauwelijks kennis hadden van de christelijke traditie.

Vernieuwers, zoals Luther en Calvijn dat waren, verschillen wezenlijk van hervormers. Ze vernieuwen door met hun religie hedendaagse vraagstukken te beantwoorden waarbij de authenticiteit van het geloof in tact blijft. Dat is iets heel anders dan conformeren. Maar religieuze vernieuwing is niet voorspelbaar en kan ook angstaanjagende varianten van geloof opleveren.’

Mark Lilla, The Stillborn God: Religion, Politics, and the Modern West_, Alfred A. Knopf, 334 blz., $ 26.00_