Rellen voor goedkope Indonesische benzine

Makassar – ‘Bakar mobil!’ roept de chauffeur van het minibusje gekscherend tegen de jonge demonstranten op straat: steek een auto in de fik! Even verderop hebben pakweg honderd boze studenten verkeersader Jalan Pettarani afgezet met rotsblokken en brandende autobanden. Terwijl een van hen onophoudelijk door een megafoon schreeuwt hoe ze opkomen voor ‘het volk’ worden andere weggebruikers door ze geterroriseerd: een automobilist, in de war door de blokkade, wordt meermalen tegen zijn auto geschopt omdat hij niet snel genoeg wegrijdt. Politie is de hele dag niet te bekennen, pas na zonsondergang komt de ME de straat schoonvegen.

Waar waren ze boos over, de relschoppers die afgelopen week de Indonesische steden overnamen? De regering had maanden geleden aangekondigd dat de subsidie op benzine verlaagd zou gaan worden, per 1 april. Die drukt steeds meer op de rijksbegroting: afgelopen jaar werd er 165,2 biljoen roepiah aan uitgegeven, ruim dertien procent van de rijksuitgaven. Veel meer dan verwacht, door een immer stijgende olieprijs. Bij benzinestations betaal je nu 4500 roepiah (37 cent) voor een liter benzine, dat zou zesduizend (vijftig cent) moeten worden. Nog altijd veel minder dan de achtduizend à negenduizend die het zonder subsidie zou zijn, becijferde weekblad Tempo.

Omdat autobezitters tot de rijkste tien procent van de bevolking behoren, en brommerbezitters tot de rijkste helft, is benzinesubsidie per definitie steun aan de rijken. Armen profiteren er slechts indirect van: openbaar vervoer wordt er bijvoorbeeld iets goedkoper door. Dat geld kan beter besteed worden aan onderwijs, infrastructuur of armoedebestrijding, had de regering bedacht.

De straatprotesten tegen dit plan waren heftig, maar helemaal niet zo grootschalig: hooguit duizend mensen in Makassar (anderhalf miljoen inwoners), en een paar duizend in Jakarta (negen miljoen). Dat waren bovendien veelal usual suspects: ‘Anarchistische studenten die elk excuus aangrijpen om te rellen, desnoods onderling’, zo beschrijft mijn buurman Edhy (28), zelf oud-student, ze. Ze hebben ook niet veel steun onder de rest van de bevolking: ‘Die gaat vaak juist met ze knokken omdat ze genoeg hebben van het lawaai en de rotzooi.’ Dat gebeurde ook deze keer: de politie werd op verschillende plekken bijgestaan door getergde buurtbewoners.

Toch bleek er vrijdag ineens geen meerderheid meer in het parlement: ook een paar coalitiepartijen waren bang geworden voor electorale schade en stemden tegen, een teken dat president Yudhoyono vrijwel alle gezag verloren heeft. Een alternatief plan werd wel aangenomen: als de olieprijs een half jaar lang vijftien procent boven het begrote bedrag zit, wordt de subsidie alsnog ingeperkt. Al over een paar maanden kan dat zo ver zijn.

Er zijn mensen gewond geraakt, politie­posten en auto’s in brand gestoken en winkels aangevallen, maar er is niets bereikt. Binnenkort begint het waarschijnlijk opnieuw.