Relnicht

De film Brüno is te plat voor woorden, een tergend voorspelbare rit door diepe dalen. Toch lukt het de Britse filmmaker en acteur Sacha Baron Cohen telkens om via schandalen in de media te blijven. Gisteren meldde de Britse krant The Times dat de Palestijnse Al Aqsa Martelaren Brigades zijn bloed wel kunnen drinken.

Nadat Borat ‘zo 2006’ is geweest, is er nu Brüno. Baron Sacha Cohen speelt een Oostenrijkse leernicht die maar één doel heeft: beroemd worden. Hij begint bij een modeshow en eindigt via een mislukte carrière als presentator in Los Angeles bij de natte droom van elke beroemdheid: het goede doel. In dit geval is dat het oplossen van hét conflict: de Israël-Palestina-kwestie.
Dat dit niet lukt met satire – Brüno zingt een slaapliedje voor de vertegenwoordigers van beide kampen – brengt hem bij een radicaal vervolg. Hij gaat naar Libanon en spreekt met Ayman Abu Aita, die wordt aangekondigd als ‘terrorist group leader al aqsa martyrs brigade’. Brüno: ‘I want to be famous. I want the best guys in the business to kidnap me. Al-Qaeda is so 2001.’ Hij suggereert dan dat de dhr. Abu Aita zijn snor moet afscheren, want: ‘Your king Osama looks like a kind of dirty wizard or homeless Santa.’
De Arabier doet wat er van hem verwacht wordt: hij balt zijn vuist en sommeert Brüno – overigens zeer beleefd – het pand te verlaten. Er ingeluisd.
Allereerst Abu Aita. In een verklaring aan WorldNet geeft hij aan dat hij niet wist in welke context deze scène zou worden geëxploiteerd. Maar ook de kijker, die denkt dat hij met de leider van de Al Aqsa Martelaren Brigades te maken heeft. Dat is maar zeer de vraag. Abu Aita beweert dat hij niet meer betrokken is bij de Martelaren Brigades.
De advocaat van Abu Aita, Hatem Abu Ahmad, heeft laten weten dat hij een rechtszaak tegen Baron Cohen en Universal Studios wil beginnen. Zijn cliënt zou door de film in de problemen komen met de Israëlische regering. Bovendien kan de associatie met homoseksualiteit Abu Aita in de Palestijnse gebieden het leven kosten.
Schandalig aan deze manier van filmmaken is dat niet het hoofdpersonage Brüno, maar de acteur en filmmaker Sacha Baron Cohen zijn medemens belazert, bedondert en bedriegt.
Natuurlijk ga ik het hier niet opnemen voor de heren terroristen van de Al Aqsa Martelaren Brigades, die stellen dat hun ‘brother’ misbruikt is. Het gaat mij – ja, ja – om het principe, om Cohens vaste recept: de naar gif smakende cocktail van fictie en reality-show.
Nietsvermoedende burgers worden geconfronteerd met de grootst mogelijke onzin, die schadelijk is voor hun reputatie en niets met satire te maken heeft. Het is namelijk niet duidelijk wie of wat Cohen hier bekritiseert of satiriseert. Vaak komt hij niet verder dan flauwe, banale grappen over seks. Zo nodigt hij een ex-presidentskandidaat uit voor een interview. Als het licht uitvalt moet deze even wachten in een naastgelegen kamer. Er liggen pornoboekjes en Brüno trekt zijn broek uit. De verbijsterde gast loopt boos weg. Logisch. Maar, wat valt hier te lachen?
Ik kan mij geheel vinden in de reactie van de ex-presidentskandidaat. Het is beschamend, en onethisch, wat Baron Cohen hier doet. Of zijn scènes volgens het portretrecht en het recht op privacy wel publiekelijk vertoond mogen worden, is aan de rechters die zich in de toekomst vast nog vaker over Cohens zaakjes zullen buigen. Nu kunnen we maar één ding doen: boycotten die film.
Inmiddels heeft Baron Cohen de beveiliging rondom zijn privé verhoogd. Een echte kidnapping door de martelaren van de Al Aqsa Brigades ziet hij dus niet zitten. Net als Brüno zal Baron Sacha Cohen nooit beroemd worden; daarvoor ontbreekt het hem niet aan lef, maar aan visie.