Het Arctic World Archive

Rembrandt in de permafrost

Wat willen wij mensen doorgeven aan toekomstige generaties? De stem van een sopraan? Een doelpunt van Pele? ‘De nachtwacht’? Alles, zoals in Borges’ Babel-bieb? Bewaarplaats: een oude mijnschacht op Spitsbergen.

Medium 2 fjord niet meer bevroren  mijntoren ervoor
Een oude mijntoren in het plaatsje Longyearbyen (Spitsbergen) met op de achtergrond de fjord © Sanne Bloemink

In november 1996 besloot de Noorse overheid om ‘Gruve 3’, een van de steenkoolmijnen op Spitsbergen, voorgoed te sluiten. Het mijnen van steenkool in deze groeve op de eilandengroep in het hoge noorden werd te duur voor Noorwegen, het land waar Svalbard, de Noorse naam voor Spitsbergen, toe behoort. De mijnwerkers moesten van de ene op de andere dag hun werkplek verlaten met achterlating van hun materieel. De mijn lag er jaren uitgestorven bij.

Tot in 2015 de groeve toegankelijk werd gemaakt voor publiek en de mijn werd omgetoverd tot een soort museum. Alles is precies zo bewaard zoals het was achtergelaten in een poging een zo helder mogelijk beeld te geven van het vroegere mijnleven, een belangrijk onderdeel van het cultureel erfgoed van Spitsbergen. De helmen van de mannen hangen nog op hun haakjes, de karretjes waarmee de mijnwerkers het ‘zwarte goud’ naar buiten transporteerden staan nog op hun rails. Bij de ingang van de mijn staat het kerstboompje dat er in november 1996 werd neergezet om de mannen, die lange dagen in min vier graden Celsius hun zware en gevaarlijke werk moesten uitvoeren, alvast wat in de kerststemming te brengen.

De gids, Wolfgang Lempe, vertelt dat de steenkool die hier werd afgegraven van de beste kwaliteit van de wereld is. ‘Je mag wel een stukje pakken om mee naar huis te nemen, hoor’, moedigt hij aan. En er ligt nog veel meer van deze zuivere steenkool in de diepere grondlagen. De steenkool van Spitsbergen is zestig miljoen jaar geleden gevormd toen de eilandengroep nog veel dichter bij de evenaar lag. De planten die destijds groeiden in de subtropische moerasgrond zijn in miljoenen jaren samengeperst en verworden tot de huidige kool. De eilandengroep van Spitsbergen drijft overigens nog steeds elk jaar een paar centimeter dichter naar de noordpool.

De groep mensen die Lempe vandaag gidst is naar de mijn gekomen met een bijzonder doel: het deponeren van waardevolle data in het Artic World Archive. Op dezelfde plek waar in 1984 de Global Seed Vault werd aangelegd bevindt zich nu een nieuw data-archief. De Global Seed Vault, waar zaadjes van alle gewassen ter wereld liggen opgeslagen, werd verplaatst naar de andere kant van deze berg en het Noorse bedrijf Piql zag de kans schoon om in samenwerking met mijnbedrijf Store Norske een andersoortig archief op te richten op deze plek. Een archief waarin de mensheid geen gewassen maar belangrijke informatie kan bewaren tot in de verre toekomst.

Een internationaal gezelschap is afgereisd naar Spitsbergen voor een heuse ceremonie nu de data officieel zullen worden opgeslagen in het bevroren archief. Zo is er een delegatie van het Nationaal Museum van Noorwegen die hoge-resolutiebeelden van de belangrijkste schilderijen van Edvard Munch, waaronder het wereldberoemde De schreeuw, deponeren in het archief. Er zijn afgevaardigden van de bibliotheek van het Vaticaan, die het manuscript van De goddelijke komedie van Dante voor de eeuwigheid komen vastleggen. Ook delegaties van de nationale archieven van Mexico en Brazilië zijn aanwezig. Zij komen voor de tweede keer belangrijke historische documenten veiligstellen. Een Italiaanse afgevaardigde deponeert een fotoarchief en geluidsopnamen van een beroemde sopraan en een Duitse documentairemaker legt zijn eerste productie vast. Ten slotte is een grote Chinese delegatie aanwezig: medewerkers van een data-opslagbedrijf dat meer dan duizend Chinese archieven bedient en een samenwerking met Piql is aangegaan.

We lopen door een donkere, benauwde mijnschacht. Rune Bjerkestrand, ceo van Piql, vertelt dat de omstandigheden hier ideaal zijn voor de langdurige en veilige opslag van data: ‘Het is hier altijd koud en droog en er is weinig zuurstof, zoals jullie merken.’ Een man van de Italiaanse delegatie blaast in een zakje, omdat hij moeite heeft met de gebrekkige zuurstoftoevoer. Lempe, de gids, vertelt me dat hij wel eens in Amsterdam is geweest. In het Rijksmuseum zag hij De nachtwacht. ‘Dat was ongelooflijk. Ik heb er uren naar zitten kijken. Dat is geen schilderij meer. Het beweegt gewoon. Het lééft!’

Als we een deur doorgaan waar de naam van de Global Seed Vault nog op staat, komen we uit bij een kleine ruimte met daarin een vierkante constructie die nog het meest lijkt op een klein bouwvakkershuisje. Bjerkestrand houdt een kort toespraakje en alle delegaties komen één voor één naar voren met een aantal platte, witte dozen. In de dozen zitten filmspoelen waarop in miniatuur-QR-codes hun data zijn afgedrukt. De witte dozen worden per land op een plank gelegd met het vlaggetje van het betreffende land erbij. Iedereen klapt. Daarna is er champagne. Op een tafel staan borrelhapjes: rendierworst, toastjes en gedroogde walvis.

Welke informatie willen we bewaren en waarom? Wat laten we achter voor de kleinkinderen van onze kleinkinderen? En wie bepaalt dit? Wie selecteert? Het zijn vragen die we onszelf maar weinig stellen in onze vaak gedachteloze en koortsachtige vergaring van steeds meer data. Het Arctic World Archive zet aan het denken: wat willen we eigenlijk doorgeven aan toekomstige generaties over ons leven hier? Welk beeld willen we schetsen? Wat maakte het leven hier en nu de moeite waard? Voorzichtige, nog enigszins onhandige pogingen tot een antwoord op die vraag liggen op film in de permafrost, op één fysieke plaats in deze oude mijnschacht op Spitsbergen.

Film is in de archiefwereld het materiaal dat het best bestand is gebleken tegen de tijd en dit is dan ook de kern van de technologie die Piql heeft doorontwikkeld. Het fundament is een hoog ontwikkelde vorm van microfilm (denk aan de microfiches die bibliotheken vaak gebruikten) die zowel beeld, geluid als tekst kan comprimeren en afdrukken op een piepklein stukje doorzichtige film.

‘We hebben nog maar een heel klein stukje van de grond onderzocht, maar waar we graven, vinden we fossielen’

Rune Bjerkestrand vertelde mij eerder in de lobby van zijn hotel dat hij verwacht dat deze filmspoelen ten minste vijfhonderd jaar geconserveerd kunnen blijven, hoogstwaarschijnlijk zelfs duizend jaar. ‘Wij ontvangen digitale data met een zeer hoge resolutie van de computer en converteren die in fysieke, geprinte miniatuur-QR-codes op film’, legt hij uit. ‘We lezen die terug aan de cliënt om te verifiëren dat alles klopt. Dan worden ze opgeslagen in het archief. De data kunnen te allen tijde weer worden opgevraagd bij het hoofdkantoor van Piql. Ze gaan dan op het vliegtuig van Spitsbergen naar Drammen, waar het hoofdkantoor zich bevindt, en kunnen daar weer worden geconverteerd in binaire data.’

Hij lacht als ik vraag of we over vijfhonderd jaar wel dezelfde technologie hebben. ‘Ja, dat is een goede vraag. We weten ook helemaal niet of wij als bedrijf dan nog bestaan. Of hoe de wereld er dan uit zal zien. Daarom drukken wij op elke filmspoel een handleiding af waarin staat hoe je een machine kunt bouwen om deze data weer terug te lezen. Zo hebben we een zelfvoorzienend systeem waar geen technologie aan te pas hoeft te komen.’ Een soort handleiding waarmee de toekomstige mens (of mens-machine) de Ikea-kast weer in elkaar kan zetten? ‘Juist, zo zou je het inderdaad kunnen omschrijven.’

De dag vóór de ceremonie in de mijnschacht loop ik met de delegatie door het museum van Longyearbyen, de hoofdstad van Spitsbergen die vernoemd is naar de Engelsman Longyear die hier in 1906 de eerste mijnen exploiteerde en een nederzetting stichtte voor de mijnarbeiders.

In een vitrine ligt kleding van Nederlandse walvisvaarders die bewaard is gebleven in de permafrost. Uit de goed geconserveerde kleren en teruggevonden gebitten hebben de experts kunnen opmaken dat het vaak erg jonge jongens waren uit arme gezinnen die na de eerste tocht van de Nederlandse Willem Barentsz hadden gehoord over de mogelijkheid om geld te verdienen in de walvisvaart. Omdat ze weinig andere opties hadden, besloten ze het erop te wagen. Veel van deze jongens verhongerden, verdronken of vroren dood in de bijtende kou. Hun kleding is wonderbaarlijk goed intact gebleven in de bevroren grond. Veel te lichte jassen en dun gebreide mutsen.

Even later luister ik naar Jørn Harald Hurum, hoogleraar paleontologie aan de Universiteit van Oslo, die uitlegt dat Spitsbergen een walhalla is voor paleontologen. Alles blijft bewaard in de permafrost. Dit is dan ook de reden dat er geen mensen meer worden begraven op Spitsbergen: lijken vergaan hier niet onder de grond. ‘We hebben nog maar een heel klein stukje van de grond onderzocht, maar daar waar we graven, vinden we fossielen.’ Zo vond Hurum met zijn onderzoeksteam een fossiel van een enorme plesiosaurus, een zeedinosaurus die nog groter is dan de bekende landdinosaurus, de Tyrannosaurus Rex. ‘In de grond van Spitsbergen ligt overal informatie opgeslagen uit het verre verleden. Het is een natuurlijk archief.’

Dat ‘natuurlijke archief’ is precies het aspect van Spitsbergen dat Piql wil benutten. Jahn-Fredrik Sjøvik, chief information officer van het Nationaal Museum van Oslo, vertelt dat hij tijdens een conferentie over data-opslag een lezing hield waarin hij de tien criteria opsomde waar bestendige opslag aan zou moeten voldoen. Hij gaf aan dat voor de opslag van kunst uit zijn museum maximaal aan vier of vijf van deze criteria kan worden voldaan. Beter dan dat werd het niet.

Zo is er het dagelijkse museumarchief dat door het museum zelf wordt beheerd in Oslo. Handig in gebruik, maar niet heel bestendig voor de lange termijn. Daarnaast is er voor de iets langere termijn de opslag die het museum inkoopt van Microsoft: magnetische dataopslag. Iets bestendiger, maar duur. ‘Om de paar jaar moeten alle data worden gemigreerd naar een nieuw ge-update systeem. Bovendien moeten de computers van de datacenters van Microsoft continu worden gekoeld en dat kost natuurlijk geld.’

Voor de echt lange termijn wordt die voortdurende migratie en koeling van data een probleem. Wat gebeurt er als er geen mensen meer zijn die deze taken op zich nemen? Als de aarde niet meer leefbaar is voor homo sapiens in zijn huidige vorm? Of als een nucleaire aanslag het leven op aarde onmogelijk heeft gemaakt? Digitale data op een harde schijf hebben niet bepaald een lange levensduur. Sommige archivarissen waarschuwen er zelfs voor dat de 21ste eeuw later een ‘digital dark age’ zal blijken te zijn, omdat digitale informatie snel vergaat.

Foto’s vergelen wellicht in een fotoboek, maar onze digitale vakantiekiekjes zal het niet veel anders vergaan. Binnen korte tijd bestaat de technologie niet meer om deze informatie af te lezen waardoor de data in onbruik raken. Probeer maar eens een recorder te vinden om een vhs-videoband mee af te spelen. Dat proces waarbij technologie voortschrijdt en de oudere technologie in onbruik raakt gaat alleen maar sneller en sneller.

‘In de grond van Spitsbergen ligt overal informatie opgeslagen uit het verleden. Het is een natuurlijk archief’

Toen Sjøvik tijdens de conferentie zijn tien criteria opsomde, sprong Bendit Bryde, business development manager bij Piql, op uit zijn stoel en zei: ‘Wij kunnen aan alle tien criteria voldoen.’ Ze raakten in gesprek en besloten met elkaar in zee te gaan. Sjøvik ziet de relatie met Piql meer als een duurzame samenwerking dan als het simpelweg inhuren van een aanbieder van dataopslag. ‘We helpen elkaar om dit verder te ontwikkelen zodat deze manier van archiveren uiteindelijk wereldwijd kan worden gebruikt. Juist het Noors Nationaal Museum kan hierbij een belangrijke rol spelen.’

Sinds 2009 heeft Piql bijna 28 miljoen euro geïnvesteerd in research & development en innovatieprojecten, waarbij het bedrijf ruimhartig wordt gesteund door de Noorse overheid. Ook de Europese Unie heeft recentelijk bijna twee miljoen euro toegekend aan Piql voor het verfijnen en consolideren van deze technologie. Kennelijk zijn de verwachtingen van het arctisch archief hoog gespannen.

Sjøvik denkt dat in de museumwereld veel meer moet worden nagedacht over het vormen van een ‘digital twin’ van elk kunstwerk. Die term hoorde hij voor het eerst in de constructiewereld. ‘Daarmee bedoel ik niet alleen 2D hoge-resolutiefoto’s van kunstwerken, zoals we die nu opslaan, maar ook 3D data. Je zou alle informatie moeten opslaan waarmee je het hele kunstwerk weer opnieuw zou kunnen opbouwen.’

Paradoxaal genoeg wordt daarvoor het materiële kunstwerk in eerste instantie gedigitaliseerd om het vervolgens juist weer fysiek vast te leggen. De filmspoelen in het Arctic World Archive zijn immers puur materieel en niet gekoppeld aan virtuele, cloud-achtige netwerken. Dat maakt het volgens Piql veel veiliger dan andere vormen van opslag waar in de regel van alle data talloze kopieën over de hele wereld worden aangehouden in data-opslagcentra. Die cloud-opslag is erg gevoelig voor hacking. Bovendien heeft de opslag van Piql het niet onbelangrijke voordeel dat de totale emissie ervan nihil is. In het arctisch archief liggen enkel de filmspoelen. Er staan geen hete computers te loeien, zoals normaal gesproken het geval is in datacentra. Daar gaan in de regel de meeste kosten naar het koelen van de op hoge toeren draaiende (super)computers. ‘Wij hoeven hier niets te koelen en we hoeven niets te migreren; we laten gewoon de natuur haar werk doen’, aldus Bjerkestrand.

De natuur heeft op deze manier al veel langer haar werk gedaan, al hadden de mensen daar destijds waarschijnlijk geen idee van. De kleitabletten uit het oude Mesopotamië hadden bijvoorbeeld niet als doel om millennia later nog door ons te kunnen worden gelezen. In die tijd was klei simpelweg een informatiemedium. En ook de Hollandse walvisvaarders hadden niet kunnen vermoeden dat wij hun leeftijd en sociale klasse een paar eeuwen later zouden kunnen bepalen aan de hand van hun in de permafrost perfect bewaard gebleven gebit en kleding. Preservatie in klei en ijs blijkt vooralsnog een stuk robuuster dan de nulletjes en eentjes op onze harde schijven.

De opslag in het Arctic World Archive op Spitsbergen zou je kunnen zien als een, ditmaal bewuste, terugkeer naar een fysieke vorm van zelf gekozen en geselecteerde informatie. In een tijd waarin een ongrijpbare stroom informatie om ons heen lijkt te zweven in de vorm van talloze genetwerkte ‘wolken’ boven ons hoofd zoeken we misschien wel juist naar materie, naar iets wat we kunnen vastpakken, naar het letterlijk ‘aarden’ van onze informatie en van onze leefwereld. De ‘cloud’ hangt virtueel, doorzichtig en alomtegenwoordig om ons heen. Maar een wolk kun je niet vastleggen en classificeren. Als je een wolk probeert te pakken, is hij weg. Al die wolken vormen tezamen een alternatieve, gespiegelde werkelijkheid waar wij als mensen geen greep meer op lijken te hebben.

Tegelijkertijd worden we ons juist steeds bewuster van onze afhankelijkheid van de aarde, van onze complexe samenhang met de materie in onszelf en om ons heen. En we realiseren ons hoe we in het huidige tijdperk van het Antropoceen onze voetafdruk achterlaten in die aardse materie, paradoxaal genoeg juist weer door het uitstoten van onzichtbare CO2 in de atmosfeer. Die wolken kunnen we evenmin vastpakken, maar we zien de gevolgen op de aarde in de vorm van verwoestijning van kostbare landbouwgrond in Noord-Afrika, overstromingen van vruchtbare rivierdelta’s in Bangladesh en brandende bossen in Californië.

Jorge Luis Borges schreef in 1941 het verhaal De bibliotheek van Babel, over een mythische, oneindige bibliotheek waarin alle kennis van de wereld bijeen was gebracht. Hij begon zijn verhaal als volgt: ‘Deze bibliotheek (die anderen het universum noemen) bevat alle informatie. Toch kan er geen kennis worden opgedaan, juist omdat alle kennis op de planken staat, zij aan zij met alle onwaarheden.’ Borges lijkt te schrijven over onze huidige tijd van algoritmen, een eindeloze opslag van een veelvoud van data en kopieën van data, waardoor kennis niet meer te onderscheiden is van fake news en onzin. Elk jaar verdubbelt het aantal data die we genereren. Slechts een klein percentage daarvan wordt geanalyseerd en gebruikt. Uiteindelijk kan niet alle informatie bewaard blijven. Kunnen we zelf kiezen wat we echt belangrijk vinden? En zullen onze achterkleinkinderen het eens zijn met onze keuzes? Kunnen we kiezen welke data uit al die wolken we in materie willen opslaan voor ‘de eeuwigheid’?

Medium cio van museum oslo in de kluis
De CIO van het Museum van Oslo in de kluis © Polina Bublik
‘Het feit dat dit archief zich bevindt in Noorwegen, een van de vreedzaamste landen ter wereld, stelt mij erg gerust’

Juist ook fysieke verzamelplaatsen van informatie, zoals bibliotheken en musea, zijn van oudsher kwetsbaar. Denk aan de verwoesting van de bibliotheek van Alexandrië of, recenter, aan de bombardementen op erfgoed in Syrië waarbij talloze belangrijke manuscripten en kunstschatten verloren zijn gegaan. Onlangs heeft Syrië zelfs een beroep gedaan op de Global Seed Vault in Spitsbergen, omdat gewassen in de oorlog waren verdwenen.

Piql en mijnbouwbedrijf Store Norske zijn ervan overtuigd dat Spitsbergen ook in dit verband de ideale locatie is. In 1920 werd een verdrag gesloten omtrent de juridische status van Spitsbergen. Noorwegen kreeg jurisdictie, maar moest inwoners van andere landen vrije toegang geven tot het grondgebied. Nog steeds heeft dan ook niemand een visum nodig om zich te vestigen op Spitsbergen. Rusland heeft dankbaar gebruik gemaakt van de clausule in het verdrag en houdt zich bezig met het mijnen van steenkool in de Russische enclave Barentszburg. Voorts werd in het verdrag bepaald dat Spitsbergen een gedemilitariseerde zone zou worden. José Ricardo Marques, directeur van het nationaal archief van Brazilië: ‘Het feit dat dit archief zich bevindt in Noorwegen, een van de vreedzaamste landen ter wereld, en daarnaast op deze archipel waar conflicten erg onwaarschijnlijk zijn, stelt mij erg gerust.’

Op dit beeld van vreedzame rust is overigens nogal wat af te dingen, nu de geopolitieke rol van het noordpoolgebied, met door het smeltende poolijs nieuw geopende vaarroutes, strategisch van steeds groter belang gaat worden en landen als Rusland, de Verenigde Staten en zelfs ook China er steeds meer interesse voor beginnen te tonen.

Daarnaast kan klimaatverandering roet in het eten gooien. Ironisch genoeg stroomde vorig jaar de Global Seed Vault, die zaden van over de hele wereld veilig moet stellen in geval van de Apocalyps, bijna over door een onverwachte hoeveelheid smeltwater van de omringende gletsjers. Inmiddels is er extra beveiliging aangebracht en heet de zadenkluis veilig te zijn. Toch geeft het te denken: zal het arctisch data-archief niet dezelfde risico’s lopen?

Maar klimaatverandering vormt volgens Piql geen enkel probleem voor het ijskoude data-archief. Manager Bendik Bryde: ‘Het klopt dat de bovenste laag van de permafrost langzaam smelt, maar ook als het een paar graden warmer zou worden in de mijnschacht, dan nog blijft de temperatuur ver beneden de standaard archieftemperatuur van 21 graden Celsius. We hebben dus behoorlijk wat speling.’ Bovendien ligt het archief op driehonderd meter diepte in een berg in de permafrost. ‘En in de toekomst willen we het archief zelfs nog dieper leggen.’ De ligging van de mijn in een relatief hoog gelegen gebied maakt de dreiging van een stijging van de waterspiegel eveneens beperkt. ‘Het vliegveld zal eerder onder water lopen dan het archief’, aldus Bryde. Ten slotte wijst hij erop dat de temperatuur in de mijnschacht vrij stabiel blijft, ook bij grote schommelingen van de temperatuur buiten.

De mannen van de verschillende delegaties (het zijn allemaal mannen) vinden het belangrijk dat we een boodschap achterlaten voor ons nageslacht. Brazilië deponeert bijvoorbeeld data over de prestaties van stervoetballer Pele, een belangrijk onderdeel van het Braziliaans cultureel erfgoed, volgens Marques. De machthebbers van nu bepalen wat in onze tijd belangrijk wordt geacht, en dus ook wat we besluiten in deze bevroren tijdcapsule te stoppen.

Wat zou ik willen achterlaten? Ik vraag me af of we eigenlijk wel kunnen bepalen wat toekomstige generaties mensen, of waarschijnlijker: mens-machines, over ons te weten komen. Waarom willen we dit eigenlijk zo graag van tevoren bepalen? Wat wij nu belangrijk vinden heeft later misschien helemaal geen waarde meer. Heeft het te maken met onze behoefte aan onsterfelijkheid, de behoefte om een stempel te drukken op de aarde, om iets bijzonders achter te laten, tot ver na het overlijden van onze kinderen en kleinkinderen? Kijk eens: hier zijn onze mooiste schilderijen, onze ontroerendste opera’s, onze prachtigste boeken. Zie hier, dit is alles wat ons leven de moeite waard maakte.

Helaas lijkt het mij waarschijnlijker dat de duidelijkste voetafdruk die we als mensheid achterlaten in de verre toekomst zal worden gevonden in de plotselinge extreme opwarming van de aarde. De opwarming die begon in de twintigste eeuw en die wij mensen niet wisten te stoppen. De aardkorst zal daarmee ons meest bestendige archief blijken te zijn.

Als er geen mensen meer zijn, zullen andere wezens dan later ons dna vinden in de diepere lagen van de aarde? Of zal ons dna blijven ronddwarrelen in de atmosfeer, als microscopisch kleine stofjes in de lucht, die plotseling zichtbaar worden als de zon erop schijnt? Als onderdeel van een transparante wolk van data?

Wolfgang Lempe, de gids, zegt me bij het afscheid dat hij hoopt dat De nachtwacht ook hier in het archief komt te liggen. Wellicht wordt deze manier van archiveren de gouden standaard in de kunstwereld. En wie weet dat een kunstmatig intelligent wezen later ooit graaft in de diepe aardlagen van Spitsbergen. Om daar fossielen te vinden van dinosaurussen, tanden van jonge walvisvaarders, moerasbossen die verworden zijn tot steenkool, gesmolten toplagen permafrost die weer gezorgd hebben voor erosie van de grond.

En wie weet dat hij tussen al die aardlagen plotseling een vierkant bouwvakkershuisje aantreft dat tot de nok toe gevuld is met witte dozen filmspoelen. Met zijn hyperintelligente brein ontcijfert hij de Ikea-handleiding en bouwt hij in een mum van tijd een machine waarmee hij de QR-codes kan converteren. Vervolgens scant hij razendsnel door alle informatie: de voetbalprestaties van Pele, historische documenten van Mexico, De goddelijke komedie van Dante, De schreeuw van Munch… Tot hij aankomt bij De nachtwacht.

Het is er allemaal. Elk klein penseelstreekje van Rembrandt, elk minuscuul reliëf op het doek is tot in het kleinste detail in 3D vastgelegd. De ‘digital twin’ van De nachtwacht. En dan? Zal hij het mooi vinden? Is het kunst? Zal hij in vervoering raken? Beweegt het, lééft het, zoals Lempe het beschrijft?