Kunst

REMBRANDT IN EEN SLECHT HUMEUR

KUNST Jan van der Kooi

In 2002 had Jan van der Kooi een tentoonstelling in museum De Buitenplaats te Eelde. Hij sprak met de museumleiding af dat hij na vijf jaar terug zou komen. In de tussentijd heeft hij nergens geëxposeerd, om zich volledig aan zijn werk te kunnen wijden. ‘Waarom heb ik nooit van u gehoord?’ vroeg een collectioneur met licht verwijt.

Van der Kooi werd vooral bekend met zijn tekeningen. Hij is daarin omnivoor: zowel mensen als dieren, verre en dichtbije landen hebben zijn belangstelling. De tekeningen hebben een geïmproviseerd karakter. Daar is een reden voor: mensen en dieren zijn doorgaans in beweging en moeten snel worden vastgelegd. Landschappen liggen relatief stil, maar het licht verandert voortdurend. Een regenbui is nog maar net weggetrokken of de volgende komt eraan. Ook hier moet je opschieten. Vandaar een spontaan barok handschrift vol vegen, vlekken en spetters. Het roept Jackson Pollock in herinnering, of Rembrandt in een slecht humeur.

Op grond van zo’n tekening zou je je bij de schilderijen van Van der Kooi iets voorstellen van bruut expressionisme met veel onstuimig kwastwerk. Ze zijn eerder het tegendeel: wel groot van formaat, maar zorgvuldig ontworpen en langdurig doorwerkt. Dat kan omdat ze binnenshuis zijn gemaakt, en praktisch altijd een partje interieur voorstellen. Er is een geometrisch grondpatroon te herkennen, dat bij elk schilderij weer een beetje anders is.

Is er in die vijf jaar iets veranderd? Heeft de schilder zich vernieuwd, zoals dat heet? Met dat woord moet je oppassen, want sommige beschouwers denken dan aan kunstenaars die een blad omslaan en iets heel anders beginnen. Dat is hier niet zo: de veranderingen liggen in het verlengde van de vroegere werken. Dat waren stillevens, bijvoorbeeld vloeren waarop zich een of meer voorwerpen bevonden. De aandacht heeft zich nu verplaatst naar de verticale begrenzing van het atelier, namelijk het raam. Daar schijnt de zon door en die is het eigenlijke onderwerp. Zo’n gordijn beweegt een beetje, het bolt nu en dan op in een voorjaarsbriesje, maar het komt regelmatig in dezelfde stand terug. De zon verschuift, maar is de volgende dag op dezelfde tijd weer present. In een meerdaagse of meerweekse sessie kun je alles op je gemak bestuderen. Van dichtbij gezien blijkt de verf er toch iets prominenter op te zitten dan je zou denken. De lichtste plekken zijn zeer pasteus opgebracht, een oudmeesterlijk effect dat ook een beetje aan moderne materieschildering doet denken. Door de wind komt het element beweging, dat in de tekeningen al lang aanwezig was, nu voor het eerst de schilderijen binnen.

Andere verschuiving: de mens, die aanvankelijk uitsluitend in de tekeningen voorkwam, verschijnt nu in olieverf. Geen letterlijke portretten, maar wel werken waarin het roodharige model Marjolein, in diverse vermommingen, gemakkelijk te herkennen is. Haar schoonheid werkt flink mee aan de poëtische uitstraling van die schilderijen.

Geen spectaculaire veranderingen dus, en dat bevalt me wel, want er is in de kunst niets tegen het vervolgen van de ingeslagen weg. Zijsprongen kunnen leuk zijn, maar leiden niet tot het uitdiepen van het onderwerp en het perfectioneren van de behandeling. Daar is trouw en vasthoudendheid voor nodig. De resultaten daarvan zijn in deze expositie goed te zien.

Jan van der Kooi, museum De Buitenplaats, Eelde, t/m 17 februari