Groen

Rendier

Ik ben even weg. Het leek me wel sjiek om op deze plek een paar weken leegte, of iets anders, te hebben, vooral als er Gerbrand Bakker is tijdelijk writer in residence aan verscheidene Engelse universiteiten boven zou staan. Niks hoor, van hogerhand kwam bericht dat Jan Blokker ooit iets als ‘Zelfs als je bezig bent te sterven, maak je toch eerst je column af’ gezegd zou hebben. Goed. Ik ben (was inmiddels, de vertraging hier bedraagt minstens een week) in Londen, een stad die voor een sfeergevoelig mens als ik, met een opspelende verstandskies op de koop toe, de hel op aarde is. Enige observaties: twee dikke, grijze eekhoorns kruisten mijn pad. De eerste keek me brutaal aan en verroerde geen poot, de tweede klom met een patatje in zijn bekje een boom in en wilde me aanvliegen. Ondanks mijn belofte, een paar weken terug in dit blad, om die dieren dood te slaan, deed ik dat niet. Enorm omvangrijke platanen staan er in parken en langs de straten, ik zag ze, en dacht: o ja, The Plane Trees of London. Erg weinig honden op straat, soms lijkt het er wel een moslimhoofdstad.
En ik zag – dit ligt enigszins buiten mijn opdracht hier, maar ik heb ook wel eens zin om uit de band te springen, zeker nu – een jongen lopen als een rendier. Hij droeg burgerkleren, geen korte broek met zweethemd en hardloopschoenen. Ik zag hem toen ik op de stoep voor mijn hotel aan Mecklenburgh Square, om een uur of tien ’s avonds, stond te roken, onder de steigers die er opgebouwd zijn omdat ze de voorgevel aan het schilderen zijn. Ik vroeg me af waarom hij zo hard liep en waarheen. Er kwam niemand achter hem aan rennen, het ging helemaal van hemzelf uit. Het waaide heel druistig, droge plataanbladeren stoven over de brede weg, een ouder echtpaar wist niet meer of ze nou deur 23, 24 of 25 moest hebben, en ik kreeg een sms uit Nederland. Daar waaide het ook heel hard, maar het regende niet, ook liepen er geen jongens als rendieren.