Hoogleraar cultuurfilosofie, Rijksuniversiteit Groningen

René Boomkens

Vooraf.

De vraagstelling is er één naar perceptie van problemen, en in die zin is het enigszins naïef te vragen de beantwoording te onderbouwen met wetenschappelijke feiten. Het zijn juist de constructie, organisatie en distributie van (wetenschappelijk) feitenmateriaal die van grote invloed zijn op de wijze waarop problemen worden gepercipiëerd. Wat je dan al snel krijgt is een verzameling opinies die schijnbaar worden onderbouwd door te verwijzen naar enkele ‘cruciale cases’ die vaak een jaar later al niet meer zo 'cruciaal’ zijn. Hier doemt misschien meteen één van de meest onderschatte problemen van de laatste decennia op: de wijze waarop kennis, informatie en deskundigheid worden georganiseerd, gecontroleerd, gedistribueerd en beoordeeld. Denk aan problemen als patentering, geheimhouding, commercialisering van onderzoek, New Public Management, copy rights, information overload, archivering, publieke toegankelijkheid van informatie, et cetera.

De meest dringende problematiek.

Zonder enige twijfel is de meest dringende problematiek, in Nederland maar ook elders, de groeiende kloof tussen 'locals’ en 'globals’, anders gezegd: tussen (doorgaans hoger geschoolde) succesvolle deelnemers aan de mondiale kennis- en informatie-economie èn de relatieve slachtoffers van diezelfde economie, vaak lager geschoold en uitgerust met minder cultureel kapitaal. Die kloof is makkelijk geografisch zichtbaar te maken: de 'creatieve klasse’ woont in grote of universiteitssteden als Amsterdam, Groningen, Nijmegen, Leiden of Utrecht, waar liberale en linkse partijen (D'66, PvdA, VVD, GL en ook een beetje SP) domineren, de 'verliezers’ van de globalisering wonen in voormalige industriesteden als Heerlen, Helmond, Rotterdam of Venlo of in suburbane steden als Almere of Purmerend, waar de populistische PVV - en in mindere mate de SP- succesvol zijn. Er zijn uiteenlopende perspectieven op deze problematiek: de steeds dominantere neoliberale meritocratische ideologie (maatschappelijk succes is 'jouw’ hoogsteigen verantwoordelijkheid), de flexibilisering van de arbeid, de globalisering van de economie, de geleidelijke afbouw van de verzorgingsstaat, de depolitiserende invloed van mondiale massamedia. Overigens is de kloof complexer dan de simpele tegenstelling tussen 'locals’ en 'globals’, omdat migratie een derde dimensie toevoegt: die van potentieel 'transnationale gemeenschappen’ middenin de nationale cultuur, gemeenschappen die ten dele gewoon bij die nationale cultuur horen, maar deels ook (blijven) deelnemen aan de cultuur van het moederland. Binnen die transnationale gemeenschappen tekent zich een vergelijkbare kloof af: die tussen hooggeschoolde migranten die feitelijk deel uit maken van de 'global’ creatieve klasse en de Filipijnse kindermeisjes, Indische bouwvakkers in Dubai, Poolse loodgieters in Nederland, et cetera.

Het gaat hier om een nieuwe problematiek - wat vergelijkingen met de jaren dertig en het fascisme uiterst twijfelachtig maakt. En om een zeer dringende problematiek, omdat ze de grenzen van de nationale politiek en cultuur overstijgt, terwijl nationale politici wel nog steeds verantwoordelijk worden gehouden. De natiestaat staat dus ook (een beetje) op het spel.

Meest overschatte problematiek.

De voortdurende roep om 'nieuwe elites’, of om een elite die zijn taak serieus dient te nemen. Uitmondend in nogal creepy oproepen wat meer spierballen te laten zien, echt leiderschap te tonen, naar zero tolerance te streven, enzovoorts. Grappig genoeg zitten er twee tegengestelde dynamieken in deze hang naar 'ouderwetse’ autoriteit. Aan de ene kant wordt geroepen om meer 'beschaving’, Bildung, kortom om een 'brede blik op de samenleving en cultuur’, anderzijds wordt juist gepleit voor 'echt leiderschap’, 'harde keuzes’ en minder 'soft gezeur’. Hier proberen twee alfamannetjes hijgerig en met behulp van Viagra greep te houden op de ongrijpbare dynamiek van de mondiale populaire cultuur.

Meest onderschatte problematiek .

De behoefte aan continuïteit, aan vanzelfsprekendheid, aan het gewone, aan alledaagsheid. Er is grote behoefte aan een gek als Paul Lafargue, die in de negentiende eeuw het recht op luiheid verdedigde. Terwijl onze regering (net als de daaraan voorafgaande vijf regeringen) voortdurend roept dat we harder moeten werken, dat het gaat om 'excellence’ en 'top performance’ (ze stikken zo ongeveer in die termen!), krijg ik als hard werkende Nederlander meer en meer de neiging om het bijltje er bij neer te leggen - omdat ik simpelweg nooit een inhoudelijke indicatie van politici krijg waarom of waarvoor ik al dat werk dien te verrichten. De politiek mist (al jaren) elk inhoudelijk, kwalitatief perspectief. Voorbeeld: we moeten ons onderwijs volgens de huidige regering nog maar eens veranderen, omdat we 'achterlopen op de Chinezen’…. weer een hervorming dus, nadat de commissie Dijsselbloem ons had uitgelegd dat ons onderwijs vermoord werd door hervormingen - ga uw gang, ren achter de Chinezen aan! Ik zelf heb wel een bepaald beeld van het Chinese onderwijs. Dat doet me denken aan het vooroorlogse onderwijs in Nederland, verzuild en wel. Het onderwijs waarvan iedereen bevrijd wenste te worden. Enfin: terugkeer is ook een optie. Ik pleit voor luiheid, werkweigering, rust, stilte, en vooral voor de lange termijn!


Bekijk ook de pagina van René Boomkens bij de Rijksuniversiteit Groningen of lees de artikelen die hij eerder publiceerde in De Groene Amsterdammer