Renegaten

Kweekte de BVD eigenhandig een communistisch alternatief voor de CPN? Of is het de grootspraak van een dienst in verdrukking? De gestaalde kaders en de gewezen renegaten vinden elkaar in hun afkeer van Dirk Engelens onthullende onderzoek.
GER HARMSEN verheugt zich al op maandag 18 september, wanneer hij in de Lutherse Kerk te Amsterdam optreedt als opponent bij de promotie van BVD-medewerker Dirk Engelen tot doctor in de historische wetenschappen. Engelen moet dan zijn proefschrift Geschiedenis van de Binnenlandse Veiligheidsdienst verdedigen, het boek waarvan de handelseditie verleden week bij verschijning een ooit metersdiep gapende wond in de communistische geschiedenis der Lage Landen nog eens openreet.

In het boek onthulde Engelen niet alleen dat de CIA eind jaren vijftig een kant en klaar voorstel aan de BVD deed om het ‘perfide blaadje’ (BVD-chef Louis Einthoven) De Groene Amsterdammer op te kopen teneinde aldaar een 'betrouwbare hoofdredacteur’ te stationeren, maar ook dat de BVD met behulp van CIA-geld een succesvolle infiltratie had gepleegd in de CPN en in kringen van het dissidente, door de Groot c.s. geroyeerde gezelschap communisten rond Gerben Wagenaar en Henk Gortzak, verenigd in de zogeheten 'Brug- groep’. De uit de Brug-groep voortgekomen Socialistische Werkers Partij (SWP) moet volgens Engelen zelfs min of meer als een BVD-schepping worden gezien.
De indertijd zo spraakmakende lastercampagne van de CPN-top versus de dissidente geesten van de SWP, zoals Gerben Wagenaar, Henk Gortzak en Ger Harmsen (door Paul de Groot en Marcus Bakker steevast omschreven als 'werktuigen der reactie’, 'Navo-professor’ dan wel als 'revisionistische renegaten’) kreeg er met terugwerkende kracht een nieuwe dimensie bij. In Het Parool kwam columnist Journaille al met een opgetogen verhandeling over het 'gelijk van Marcus Bakker’, terwijl Harmsen in een uitzending van Nova zonder al te veel omhaal werd neergezet als een BVD- agent. Kortom: Ger Harmsen heeft een appeltje te schillen met Dirk Engelen.
'Hem laten zakken is helaas niet mogelijk, maar op z'n minst kan ik het hem erg moeilijk maken’, verklaart de filosoof en historicus vanuit zijn Drentse woning. 'Ik geloof helemaal niets van dat boek. Het bestaat uit niets anders dan luchtkastelen, waarmee de BVD zoveel jaar na de Koude Oorlog het publiek kennelijk van haar bestaansrecht probeert te overtuigen. Het grote probleem is dat alle beweringen die Engelen doet nergens met bewijzen worden ondersteund. Er wordt alleen maar verwezen naar interne BVD-rapporten die behalve de begeleidingscommissie niemand heeft gezien. Zolang ik geen bewijzen onder ogen heb gehad, blijft het boek wat mij betreft bestaan uit baarlijke nonsens. En om dat dan te presenteren als wetenschap, daar zet ik toch mijn vraagtekens bij.’
HET CONFLICT IN de CPN dat uiteindelijk zou leiden tot de Brug-groep en later de SWP begon als een felle partijstrijd. Intern draaide de verdeeldheid over het vraagstuk van de vakbondspolitiek. Paul de Groot en een groot deel van de CPN wilden het liefst de aan de CPN gelieerde bond de Eenheidsvakcentrale (EVC) opheffen. Zij waren voor een eenheidsoptreden van arbeiders in een bond. De EVC-leden zouden zich moeten aansluiten bij de NVV. Hiertegen ageerden enkele belangrijke EVC-bestuurders, van wie een aantal ook partijlid en bestuurslid van de CPN waren. Ook persoonlijke emoties gingen een grote rol spelen, met name rond de dood van de bekende CPN'er Jaap Brandenburg. Brandenburg was ernstig ziek, zo ernstig dat het het meest menselijk leek om hem zijn laatste dagen in de omgeving van zijn vrienden te laten sterven. Paul de Groot, die ook een goede relatie met Brandenburg had, had echter geen enkel vertrouwen in de westerse medici en regelde dat Brandenburg vervoerd werd naar een ziekenhuis in de DDR. Hier kon men ook niets voor hem doen en twee partijgenoten vergezelden de doodzieke Brandenburg weer terug naar Nederland. Bij de dood van Brandenburg verweet Bertus Brandsen De Groot het gezeul met de zieke Brandenburg. Hetgeen leidde tot heftige persoonlijke verwijten. De formele breuk tussen De Groot en Brandsen kwam toen de laatste weigerde om een door De Groot voorgesteld partijlid aan te stellen als EVC- bestuurder in Groningen. Het Brabantse lid Adri Verreijt uitte felle kritiek op De Groot en voorspelde dat een groep partijbestuurders het tegen De Groot zou gaan opnemen. Die groep bestond uit partijvoorzitter Gerben Wagenaar, die sinds de oorlog steeds lijsttrekker van de CPN was geweest. Verder Frits Reuter, Bertus Brandsen, Henk Gortzak, Cor Geugjes en Rie Lips- Odinot. Deze groep was echter niet hecht. Hun kritiek was ook niet gecoordineerd, zodat lang niet altijd iedereen elkaar steunde.
In november stelde het partijbestuur voor om Adri Verreijt te royeren. De opposanten waren bang dat dit een poging was om iedereen die kritiek had op De Groot uit te schakelen. Later in diezelfde maand, terwijl De Groot, Wagenaar en Reuter in Moskou waren, werd Verreijt definitief door het partijbestuur geroyeerd. Brandsen en Reuter stapten hierop uit protest uit het partijbestuur. Kort daarop volgden Henk Gortzak en Rie Lips-Odinot. De scheuring werd korte tijd later na top-overleg weer ongedaan gemaakt, maar de scheiding der geesten was definitief.
IN JANUARI 1958 RIEP het partijbestuur Brandsen en Geugjes op hun fouten te erkennen. De Groot waarschuwde dat zich onder de opposanten 'agenten van de Binnenlandse Veiligheidsdienst hadden gemengd die poogden de tegenstellingen te vergroten’. Tegenover Henk Gortzak verklaarde De Groot dat hij het 'onomstotelijke bewijs’ in handen had dat Frits Reuter in de zak van de BVD zat. Gortzak was niet overtuigd. In maart 1958 verklaarde hij samen met Wagenaar openlijk zijn steun aan Reuter en Brandsen. De Groot reageerde direct en zei op een verkiezingsbijeenkomst dat opposanten uit de partij verwijderd zouden worden.
Op 23 maart opende Marcus Bakker in Felix Meritis de aanval op Wagenaar. Hij beschuldigde hem in de oorlog als Brits agent te zijn opgetreden. In zijn beruchte 'rode boekje’ ontwikkelde Bakker een komplottheorie van ongekende reikwijdte, waarbij Wagenaar en Gortzak gemakshalve werden ingedeeld in een ondergrondse samenzwering tijdens de oorlogsjaren waarbij nazi’s, de Britse geheime dienst en andere duistere elementen betrokken zouden zijn.
Engelen merkt hierover in zijn boek op: 'De ironie wil dat Bakker en De Groot niet helemaal ongelijk hadden, zij het om andere redenen dan zij vermoedden of meenden te weten. Inderdaad was het zo dat zich in de Brug-groep, maar in nog veel sterkere mate in de CPN, geheime medewerkers - in Bakkers terminologie “werktuigen van de reactie” - van de Binnenlandse Veiligheidsdienst bevonden.’
In april dat jaar kwam het vervolgens tot een royement van Reuter, Brandsen, Wagenaar, Gortzak en andere sympathisanten van de Brug-groep. Gortzak spreekt in zijn memoires het vermoeden uit dat hij door De Groot werd geschaduwd, omdat deze op de hoogte bleek van afspraken van hem met opposanten. Ook wanneer Wagenaar afluisterapparatuur vindt op zijn kamer, denkt Gortzak dat die van De Groot afkomstig is. Terwijl het natuurlijk veel logischer is dat Wagenaar net als De Groot door de BVD werd afgeluisterd. Gortzak schrijft ook dat het hem verheugde dat, toen hij geroyeerd was, hij contact kreeg met andere ex-communisten die de Brug-groep hielpen met het organiseren van bijeenkomsten en financiele en materiele steun gaven. Hij noemt geen namen.
Ex-CPN'ers als Daan Goulooze waren wel voor het voeren van oppositie tegen de CPN in een Brug-groep, maar waren tegen een nieuwe 'echte’ communistische partij. Gortzak was daarentegen wel voor het omvormen van de Brug-groep in een nieuwe partij.
Met de oprichting van de Socialistische Werkers Partij wilde de Brug-groep in 1959 het nieuwe communisme zoals dat met de fameuze anti-Stalinrede van Chroesjtsjov gestalte had gekregen, ook in Nederland een stem in het parlement geven. Volgens Engelen barstte het in de SWP-top echter van de BVD-infiltranten. In het kader van het 'project-Phoenix’ sluisden de BVD'ers CIA-geld door naar de kas van de SWP, aldus Engelen. Op deze manier, zo was de achterliggende gedachte, werd het communisme in Nederland verscheurd en kreeg de geheime dienst tegelijk voet aan de grond in het ontluikende nieuwe 'eurocommunisme’, dat als een wellicht nog grotere bedreiging werd gezien dan het oud-stalinistische geweld van Paul de Groot.
ENGELEN BESCHRIJFT deze hele operatie met veel enthousiasme. Als we zijn verhaallijn volgen, probeerde de BVD met behulp van een communistische mantelorganisatie in de Tweede Kamer te komen, hetgeen een opmerkelijk fenomeen mag worden genoemd. Volgens Engelen waren de minister van Binnenlandse Zaken Struycken en de minister van Sociale Zaken Suurhoff weliswaar op de hoogte van de destabilisatiecampagne tegen de EVC, maar hij laat buiten beschouwing of zij ook op de hoogte zijn geweest van de parlementaire aspiraties van de BVD. In ieder geval was de Tweede Kamer zelf op geen enkele manier geinformeerd, ook niet via de commissie voor Inlichtingen en Veiligheidsdiensten die formeel de BVD dient te controleren en hierbij jammerlijk faalde.
Engelen schrijft dat de BVD zich vervolgens nadrukkelijk ontfermde over de ideologische koers van de SWP. Geprobeerd werd om al te liberale koersvoornemens de kop in te drukken, zodat de partij een echte bedreiging zou vormen voor de CPN. Ook het vrijzinnige geschrijf van de zoon van Henk Gortzak, Wouter, in het blad De Brug werd door de BVD-waarnemers met lede ogen aangezien, aldus Engelen.
Net als Ger Harmsen gelooft ook Jan Vlietman, een Zaanse arbeider die zich na zijn vrijwillige afscheid van de CPN (later toch nog omgezet in een royering) aansloot bij de SWP, niets van Engelens bewering over BVD-sturing van de partij. 'Ach, die SWP was een glazen huis, een piepklein partijtje waar iedereen bij kon gaan zitten. Daar had je helemaal geen infiltranten voor nodig. En ondertussen was het wel mooi zo dat de SWP werd opgericht door mensen die daadwerkelijk in de CPN teleurgesteld waren geraakt. Daar hadden we geen BVD voor nodig. Ik zie dat hele boek van Engelen als een poging om ook de laatste restjes communisme die er nog in dit land zijn, de kop in te drukken. Ik verdenk de BVD ervan dat ze met dit boek het effect willen sorteren dat ook de communisten die niet vielen voor al die stalinistische persoonsverheerlijking, alsnog in een slechte reuk komen te staan. Wat is nou makkelijker dan mensen als Wagenaar en Gortzak, nu die toch niet meer in leven zijn, postuum tot BVD-agenten te verklaren? Ik vertrouw dat hele zaakje voor geen cent.’
DE SWP WAS GEEN lang leven beschoren. Bij gebrek aan een aansprekend programma wist de nieuwe partij zich nauwelijks aan de achterban te presenteren, en een kamerzetel zat er dan ook niet in. Daarna stierf het initiatief een snelle dood. Ook vanuit het perspectief van de BVD en opdrachtgever CIA was de gehele operatie zonder meer als een catastrofale mislukking te omschrijven. Met het massaal verwijderen van de leden van de Brug-groep uit de CPN raakte de BVD plotseling het overgrote deel van haar informanten in de partij kwijt. Engelen gaat hier met geen woord op in. Met veel gevoel voor understatement constateert hij wel dat hierna de BVD haar taakuitvoering moest bijstellen, volgens Engelen omdat de invloed van het communisme zo verminderd was.
Bronnen binnen de BVD stellen tegenover De Groene dat de dienst 'zes tot zeven’ informanten op het hoogste niveau in de Brug-groep had weten te plaatsen. Met het royement van de groep rond Gerben Wagenaar kreeg de dienst een zware klap te verduren wat betreft de informatievoorziening vanuit de CPN. Volgens een BVD- rapport dat enige tijd na de mislukking van de SWP werd geschreven, 'slaagt de CPN erin steeds als een gesloten eenheid op te treden. Er valt in de partij geen oppositie te onderkennen. Terecht betogen De Groot en zijn medewerkers dat met het verwijderen van Wagenaar c.s. de rust in de partij is weergekeerd. De tegenwoordige partijleiding en het haar ter beschikking staande apparaat functioneren naar behoren en tonen zich bijzonder diligent.’ Kortom: met de oprichting van de SWP sneed de BVD alleen maar zichzelf in de vingers. De machtspositie van Paul de Groot was er alleen maar mee versterkt.
ANDERS DAN DE indruk die hier en daar is gewekt, is Marcus Bakker zeker niet gelukkig met de onthullingen in Engelens boek over de SWP. Hij onderneemt geen pogingen om de beschuldigingen zoals geuit in het 'rode boekje’ over de CPN in oorlogstijd alsnog als legitiem te omschrijven. 'Dat rode boekje is in 1982 door de partij ingetrokken vanwege een onjuiste bejegening van personen en een onjuiste historische werkwijze, en dat wil ik graag zo laten’, verklaart hij. Met de vroeger zo vurig door zijn partij beschimpte Ger Harmsen heeft hij inmiddels weer een 'redelijk contact’. Bakker: 'Harmsen belde me verleden week direct na die Nova-uitzending nog woedend op, omdat hij daarin min of meer als BVD-infiltrant werd afgeschilderd. Ik gaf hem groot gelijk.’
Natuurlijk heeft Bakker de Brug-groep en de SWP te vuur en te zwaard bestreden, zo geeft hij toe, maar hij heeft er naar eigen zeggen nooit aan getwijfeld dat die initiatieven voortkwamen uit politieke onmin binnen de CPN. Dat de BVD nu de auteursrechten opeist, vindt hij een gotspe. 'Dat conflict binnen de communistisiche wereld speelde toentertijd niet alleen in Nederland, maar ook in Frankrijk, Italie en zelfs in de Sovjetunie. Ongetwijfeld heeft de geheime dienst daar zitten wroeten, maar dat deed ze bij ons ook. Als ik Engelen moet geloven zaten er twee mensen in het CPN- bestuur, en zaten er verder in de partij nog zo'n honderdvijftig infiltranten. Over die bestuursleden heb ik zo mijn vermoedens. Meer zeg ik daar niet over, want de betrokkenen zijn of al dood of helemaal uit het openbare leven verdwenen.
Wat die honderdvijftig anderen in de diverse afdelingen betreft, ik vraag me af wat die mensen in vredesnaam allemaal moesten. Zo moeilijk was het uiteindelijk ook niet om erachter te komen wat voor acties de partij voorbereidde. Daar hoefde je de stencils die overal in de bedrijven werden uitgedeeld maar voor te lezen en dan wist je het wel zo'n beetje.
Ondertussen vind ik wel dat deze zaak een parlementaire enquete verdient. Het is toch niet niks als de geheime dienst van een land stelt dat ze met behulp van een buitenlandse geheime dienst een politieke partij heeft opgericht. En dat ter ondermijning van een andere, gewoon in het parlement opererende partij. Volgens mij zijn de democratische rechtsregels dan wel geheel geschonden. Maar dat neemt niet weg dat ik Engelens boek wel met een korreltje zout neem. Volgens mij probeert de BVD nu te bewijzen wat voor goede Hollandse jongens ze zijn geweest.’