Sport

Rennen

Een groep is pas een groep als ze een eigen taal spreekt. Jargon. Taal definieert de groep. Dat is in de sport niet anders. Een sport is pas echt een sport als ze een eigen taal spreekt. Met woorden die andere sporten niet spreken, en gewone mensen al helemaal niet.
Biljarters trekken en stoten en krijten op tijd. Voetballers kunnen doordekken en spelen in een ruit met de punt naar achteren en kunnen na de omschakeling misschien een steekpass geven. Bij schaatsers moeten hun rondingen perfect zijn anders hebben ze geen grip op het ijs. Als de ijsmeesters hun werk niet goed doen, wordt het boterijs. Geen glij-ijs. Dan verzuur je sneller.
Maar de mooiste sport, de sport die het meest een wereld op zichzelf is, is het wielrennen. Vooral dankzij de Belgen. Zonder Belgische televisiecommentatoren was de wielertaal nooit zo mooi geworden als ze nu is. Bij wijze van cursus Wieleriaans zou men een paar dagen achtereen moeten kijken naar de verslaggeving op de Vlaamse tv van de Ronde van Spanje, of desnoods een andere koers. Kuurne-Brussel-Kuurne doet het ook, of de Omloop Het Volk. Het is genieten.
Hij laat zich uit zijn kot lokken, en geeft er een patat op. Ja, je moet direct op het wiel springen. Anders ben je kansloos. Hij heeft een sublieme stasis. Dat zagen we ook in tweeduizend-en-vier. Hou altijd rekening met Anton, want dat is een bommetje in de bergen. Dit mag hij niet meer laten uit handen glippen. Ook voor zijn ploegmaats.
Oeps, daar gaat de gele man. Hij gaat de puntjes op de i zetten. Amai. Allez, Contador, nu niet meer omzien en alles opendraaien. Er staat geen maat op en hij levert perfect maatwerk. Het is schoon om naar te zien. Hij heeft stijl. Een echte klimmer. Effe gaan zitten, bijschakelen en dan die laatste kilometer afmalen.
In een flitsende stijl is hij weggereden van God en Klein Peerke. Voilà, en daar is El Pistolero weer.
Valverde beperkt het verlies op een seconde of 25. Hij wordt daar gepareerd door Bruseghin, waar echt geen sleet op komt. Hij is toch al 33.
Pas op hè. Bettini zit vlak vooraan. Freire moet nog gebracht worden. Tossato is een nuttige pion. Nu aan het wiel. Hij moet power hebben om mee te kunnen sprinten. Of moet hij Sastre uit de wind houden? Tossato blijft maar trekken.
Contador trekt ten aanval. Bettini aan het koord. Klöden aan het elastiek. Hij heeft wel twee jasjes uitgedaan. Hij rijdt in het rood. Heeft zichzelf opgeblazen. Eigen tempo rijden nu. De benen lopen vol.
Vanmorgen had hij goeie benen, zei hij, maar hij heeft ze aan gort gereden. We hebben hem eergisteren nog over de streep zien bollen als derde. Toen kon hij het grote mes steken. Koos voor de regentubes. Het peloton rijdt op een lint. Niet meer in een waaier. Het is zwaar als je dwars door de wind moet gaan om achterin bidons te halen. Hij doet zijn oortje uit en gaat onder in de beugel.
Cornu moet lossen en wordt opgeraapt door de tweede groep. Wat zeg ik, hij wordt opgepeuzeld, voilà. Had hij maar niet zo moeten linkeballen.
De koers wordt hard gemaakt door de Astana’s. Niemand kan zich nu nog verstoppen. Allemaal hebben ze een jasje uit gedaan, allemaal hebben ze die drie bergen van gisteren nog in de benen, dus het is man tegen man.
Prachtige stijl, niet dat harkerige van Garate. Hij zit stil op zijn fiets, alleen zijn benen bewegen, met die strakke kuiten. Als hij maar niet lek rijdt. Hé, het licht gaat uit, hij staat geparkeerd. Heeft zich het snot voor de ogen gereden en betaalt er nu voor. Je moet altijd betalen, zeker en vast.
Van op het begin hadden we al het gevoel dat Rik Nuyens vandaag een goeie dag zou kunnen hebben. Het is zijn parcours, het bolt goed, de asfalt loopt lekker, twintig kilometer vals plat naar beneden – echt iets voor Nuyens. Maar de drie Spanjaarden zullen de ene Belg wel een kunstje willen flikken.
Achter in de groep rijden de mannen zonder benen.
Contador helemaal vooraan. Hij gaat gewoon buitenblad trappen – hij rijdt misschien twaalf, dertien per uur en dan gaat hij plotseling van zijn 39 naar zijn 54. Veel spankracht nog op de dijen van Valverde. De vraag is of hij zijn WK-kansen aan het hypothekeren is.
Van Avermaet zei dat hij op die col van de eerste categorie toch een beetje schrik had dat hij van achteren zou geraken. Maar daar geraakte hij niet. Hij geraakte van voren. Met een volle fiets.
Voor die spandoek is het nog klimmen tegen 21, 22 procent, hoor. Morgen hebben ze dit allemaal in hun kuiten.
Martinez is op zeker de trui kwijt gespeeld.