Universitair docent politieke communicatie, Universiteit van Amsterdam

Rens Vliegenthart

Het verval van autoriteit

Eén van de meest dringende maatschappelijke kwesties van dit moment is de verruwing van het publieke debat. De interactie tussen politici, journalisten en andere deelnemers kenmerkt zich meer en meer door kortademigheid, conflict tussen poppetjes en simpel scoren. De voorbeelden liggen voor het oprapen: de interviewstijl van PowNed-er en Geen Stijl-er Rutger Castricum en de sterk op confrontatie gerichte debatten in de Tweede Kamer zijn in dit opzicht sprekend. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat de nadruk op conflict niet nieuw is: berichtgeving over Nederlandse verkiezingscampagnes, bijvoorbeeld, wordt al decennia gekenmerkt door een grote mate van conflict. Dat is ook niet zo verwonderlijk: een debat kenmerkt zich per definitie door twee of meerdere partijen die inhoudelijk van mening verschillen en daardoor tot op zekere hoogte “in conflict” zijn. De hoeveelheid “conflict nieuws” is de afgelopen jaren ook niet sterk toegenomen. Wel lijkt de aard veranderd: er wordt meer en directer op de man gespeeld en het taalgebruik is verhard.

Het is niet eenvoudig een eenduidige oorzaak voor deze verruwing aan te wijzen. Een dieperliggende reden, en misschien wel het meest onderschatte probleem in Nederland, is het verval van autoriteit. Het vertrouwen voor instituties en de personen die deze instituties vertegenwoordigen is de afgelopen jaren afgenomen. Ook lijkt het respect voor politici, journalisten, wetenschappers en intellectuelen verdwenen te zijn. Voor een groot gedeelte hebben zij dat aan zichzelf te danken. Politici klagen met grote regelmaat over journalisten en negatieve berichtgeving, mopperen op elkaar en op wetenschappers. Zo schreef SP-Kamerlid Ronald van Raak recentelijk op de site van Eén Vandaag een column getiteld “De Prietpraat van Politicologen”, waar een hele groep wetenschappers - of eigenlijk twee, want ook de economen moesten het ontgelden - op ongenuanceerde en incorrecte wijze werd weggezet. Premier Rutte had het over de overleden Harry Mulisch in termen van “een echte intellectueel die desondanks het hart wist te raken van een groot lezerspubliek”. Alsof intellectualisme en publieke waardering per definitie in tegenspraak zijn. Als politici in de wil om eenvoudig te scoren op deze manier uithalen is het nauwelijks verwonderlijk dat ook zij onderwerp van kritiek worden en respect verliezen. Hetzelfde geldt voor journalisten die hijgerig, ongenuanceerd en onzorgvuldig berichten of wetenschappers, die in de media willekeurige meningen ventileren en politiek bedrijven in plaats van vanuit hun expertise analytisch bij te dragen aan het publieke debat.

Deze tijd lijkt te vragen om herstel van autoriteit. Niet in de “law-and-order” zin die het huidige kabinet voorstaat, maar eerder een herstel van respect voor instituties als politiek, media en wetenschap. De sleutel voor dit herstel ligt bij politici, journalisten en wetenschappers zelf - zij zijn degenen die de vicieuze cirkel van negativiteit en gebrek aan respect kunnen doorbreken. Misschien dat dan wel het blijkt dat het met de onvrede en het anti-elitisme onder de Nederlandse bevolking wel meevalt en dat dit het meest overschatte probleem van het moment blijkt te zijn.


Rens Vliegenthart schreef eerder in De Groene Amsterdammer over de verscherping van het politieke klimaat. Bekijk voor meer informatie ook zijn website.