Het koningshuis als symbool voor eenheid

Republiek België

Na Nederland heeft België sinds kort ook een Republikeins Genootschap. Maar het gaat eigenlijk alleen maar over het communautaire probleem: het koningshuis als symbool voor de eenheid. ‘In België is alles nu eenmaal onzinnig.’

‘DAMES EN HEREN, de republiek is een evidentie. Gij kunt geen democraat zijn en tegelijkertijd monarchist. De monarchie is immers een instelling die van vroeger dateert, toen democratie nog niet bestond. Inmiddels hebben de verstandigste staten van Europa hun les geleerd. In Frankrijk, Duitsland en Italië hebben ze een president, en geen koning. In het Europa van nu worden koningshuizen steeds meer relicten van een ver verleden. Wat kun je ermee? Schop ze op zolder!’ Jaap Kruithof, emeritus hoogleraar moraalfilosofie aan de universiteit van Gent, probeert het publiek op te zwepen. Hij is de eerste spreker op de stichtingsvergadering van het Vlaams Republikeins Genootschap (VRG).


De opkomst bij de vergadering is mager. In de spiegelzaal van Gemeenschapscentrum De Markten te Brussel zit een veertigtal veelal vergrijsde mannen her en der verspreid aan tafeltjes. Er wordt lauw bier geschonken. ‘Vanaf vandaag stoten wij de kroon voor het hoofd en jagen de monarchale poppenkast de stuipen op het erfelijk lijf’, stond er in de uitnodiging, maar revolutionair elan is voorlopig nog ver te zoeken. Een man met een Bourgondisch voorkomen zegt: ‘Ik vind dat je jezelf als republikein niet al te serieus moet nemen. Ik ben in ieder geval niet van plan mijn leven van nu af aan te organiseren rond dit punt. Er zijn andere prioriteiten.’


Het begon allemaal met dat verdomde huwelijk van Filip en Matilde. Eric Goeman, oprichter van het VRG, kan zich nog kwaad maken als hij terugdenkt aan het publicitaire circus rond het aanstaande Belgische koningskoppel eind vorig jaar: ‘Al maanden werden de mensen opgefokt om naar dat huwelijk toe te groeien. In België hebben de media zich nog nooit zó onkritisch gedragen. We hebben drie uur naar een receptie moeten kijken waar niets gebeurde. Gerenommeerde journalisten zaten ineens over de haardracht van Matilde te bazelen!’


Ondanks zijn ergernis was Goeman niet van zins iets te ondernemen. ‘Maar enkele dagen voor het huwelijk van Filip en Matilde werd ik gebeld door een goed bekeken Vlaams tv-programma, of ik voor de camera een republikeins statement wilde maken. Toen heb ik gezegd: goed, maar dan wil ik er wat meer van maken en de gelegenheid te baat nemen om de oprichting van een Republikeins Genootschap aan te kondigen.’ Hij belde enkele oudgediende republikeinen om zich van hun steun te verzekeren. ‘Ik wilde niet dat het zo’n vertoning werd van: kijk jongens, de laatste republikein van het land gaat nog eventjes uit z’n bol.’ In De Panne, de plek waar Leopold I in 1831 voet aan wal zette als eerste koning van België, las hij vervolgens onder het standbeeld van de vorst een republikeins manifest voor. Het VRG was geboren.



Goeman is zijn leven lang al ‘professioneel initiatiefnemer’ in de linkse scene van Gent. Van 1981 tot 1985 was hij de man achter de Gentse stadskrant Metro, die zulke gewaagde onderwerpen aansneed dat het hem een stoet aan processen en zelfs een molotovcocktail in zijn brievenbus opleverde. Sinds eind jaren tachtig organiseert hij politieke debatten tijdens de Gentse Feesten en reikt hij jaarlijks een prijs uit aan mensen die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor de democratie. Ook was hij in 1999 medeoprichter van de Vlaamse afdeling van Attac, een internationale organisatie die het flitskapitaal aan banden wil leggen.


Als democraat in hart en nieren is het voor Goeman vanzelfsprekend om tegen de monarchie te zijn: ‘De monarchie is in België een irrationeel feodaal instituut in het hart van de democratie, dat een katholieke en conservatieve ideologie uitdraagt en ook nog eens een hoop geld kost. Het koningshuis bezit reële politieke macht. Dat hebben de recente onthullingen over de rol van koning Boudewijn bij de val van Lumumba en de monarchale inmenging in de overnamestrijd van de Generale Bank wel bewezen.’ Een serieus debat over het bestaansrecht van de monarchie is in België niet mogelijk, aldus Goeman, omdat politici en media zich als lakeien van het koningshuis gedragen. ‘De media zullen niet zelf het debat beginnen, dus moet je ze dwingen door zelf een podium te creëren waarop dat debat plaatsvindt.’



HET LIJKT ALLEMAAL bijzonder veel op wat republikeinen in Nederland verkondigen. Maar in tegenstelling tot in ons land is het republicanisme in België een riskante materie, omdat het de gevoelige snaar van het communautaire probleem raakt. Het koningshuis staat symbool voor de eenheid van het land, en wie stelling neemt tegen dit instituut laadt al gauw de verdenking op zich snode separatistische plannen te koesteren. Het is dan ook het Vlaams Blok dat feitelijk als enige politieke partij actief voor de afschaffing van het koningshuis en de vestiging van een republiek ijvert. Een Vlaamse republiek welteverstaan. Vlaams Blok-leider Filip Dewinter zegt desgevraagd: ‘Wij zijn voor de republiek omdat wij pleiten voor een onafhankelijk Vlaanderen. De monarchie vormt de stop op de fles voor de onafhankelijkheid.’


Volgens Goeman maakt de publieke opinie geen onderscheid tussen het extreemrechtse separatisme van het Blok en het door progressief-democratische idealen ingegeven republicanisme van mensen zoals hij. ‘Als er iets met het koningshuis is, zijn het Vlaams Blok of aanverwante neonazi’s vaak de enigen die met een spandoekje staan. Dat maakt het voor het publiek lastig het allemaal uit elkaar te halen. En de media doen er ook niet veel aan, integendeel.’ Vandaar dat Goeman in de naam van zijn gezelschap expliciet het woord ‘vooruitstrevend’ heeft opgenomen. Want als er één ding is waarmee hij niet geassocieerd wil worden, dan is dat wel het gedachtegoed van Dewinter en co. Als verklaard tegenstander van alles wat naar rechts-radicalisme riekt stond hij in 1973 aan de wieg van het Antifascistisch Front, en vorig jaar nog bepaalde de rechter dat hij een half miljoen gulden smartegeld moet betalen aan de Vlaams Blokker Johan Demol, over wie hij een vinnig boek schreef.


Redacteur Marc Reynebeau van het Vlaamse opinieweekblad Knack vindt Goemans angst ongegrond: ‘Er zijn heel weinig mensen die weten dat het Vlaams Blok republikeins is. Ze benadrukken dat programmapunt nooit echt in hun propaganda, omdat hun electoraat voor een groot deel koningsgezind is. Het is zelfs zo dat een belangrijk deel van de kiezers de behoefte aan een sterke leidersfiguur op de koning projecteert. Voor hen vervult de koning de rol van een Führer.’



OOK HISTORISCH GEZIEN zijn de Belgische republikeinen benadeeld ten opzichte van hun Nederlandse geestverwanten. In Nederland kan altijd met trots naar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden worden gewezen. Maar in de Belgische geschiedenis is er niets van dien aard te vinden. Hoewel het jonge België in 1830 de meest progressieve grondwet van Europa kreeg, was de republiek als staatsvorm nooit echt een optie. Het Nationaal Congres besloot het Duitse vorstenhuisje van Saksen-Coburg op de troon te zetten. Slechts éénmaal is er in de Belgische geschiedenis een republikeinse stroming van formaat geweest, zegt Reynebeau, van huis uit historicus: ‘Dat was binnen de linkervleugel van de socialistische partij aan het eind van de negentiende eeuw, met name in Wallonië. De koning werd toen gepercipieerd als een handlanger van het burgerlijke systeem. Hij was de ultieme vertegenwoordiger van de sociale hiërarchie, en de hiërarchie was slecht.’ Toen de socialisten na de Eerste Wereldoorlog volwaardige regeringsverantwoordelijkheid kregen, waren de republikeinse sentimenten echter snel verdwenen. ‘Met die regeringsdeelname viel de oppositie tegen het bestel weg, en dus ook tegen de koning als belichaming van dat bestel.’


Van 1945 tot 1950 was België in de ban van de ‘koningskwestie’. Koning Leopold III had zich gedurende de Duitse bezetting dubieus opgesteld en werd na veel geharrewar gedwongen afstand te doen van de troon ten gunste van zijn zoon Boudewijn. Maar het was de persoon van Leopold die tijdens deze roerige episode ter discussie stond. Het koningshuis als instituut bleef overeind.


De koningskwestie heeft linkse republikeinen wel een heuse martelaar opgeleverd. Op 18 augustus 1950 werd de communistenleider Julien Lahaut vermoord, nadat hij de verantwoordelijkheid had genomen voor de kreet ‘Leve de republiek’, die tijdens de eedaflegging van Boudewijn in het Belgische parlement vanuit de banken van de communisten had weerklonken.


Het was bij het graf van Lahaut in Seraing dat het Vooruitstrevend Republikeins Genootschap op 18 januari dit jaar een eerste republikeinse manifestatie hield. Terwijl verderop in Luik Filip en Matilde hun Blijde Intrede in de provincie hielden, eerden Goeman en de zijnen de man die zijn republikeinse gezindheid met de dood had moeten bekopen, middels een bloemenkrans en een vurig pleidooi tegen de monarchie. De plek was door Goeman welbewust gekozen om zich van de republikeinse acties van extreem-rechts te distantiëren. ‘Geen enkele Vlaams-nationalist kan bij het graf van een Franstalige communist gaan staan en “Vive la république” roepen.’


Goeman is ervan overtuigd dat de zeven koninkrijken van Europa hun laatste eeuw ingaan, en dus ook in België. Maar in zijn toekomstbeeld klinkt eerder een ouderwets marxistisch determinisme door dan de overtuiging zelf een wezenlijke bijdrage te kunnen leveren: ‘De republiek komt er, zelfs als je er niets aan doet. De vorming van een Europa dat economisch en politiek gezien één is, is wurgend voor de invloed en macht van koninkrijken. Want het is de economie die de wereld regeert. De nationale staten gaan inboeten aan macht, en zo ook de laatste monarchieën.’


Hoe moet de felbegeerde republiek eruit gaan zien als het koningshuis eenmaal is afgeschaft? Moet het een Frans/Amerikaans model worden, met een verkozen president die veel macht heeft, of dient er naar Duits voorbeeld een louter ceremonieel figuur aangewezen te worden door het parlement? Goeman heeft er eigenlijk nog niet over nagedacht: ‘Ik vind het een heel conservatief idee om ervan uit te gaan dat een republiek altijd een president heeft. Volgens mij kan één persoon nooit de staat vertegenwoordigen.’ Strekt dan wellicht Zwitserland ten voorbeeld, waar de ministers bij toerbeurt de functie van staatshoofd op zich nemen? ‘Het Zwitserse model? Dat zou kunnen.’



IN GEMEENSCHAPSCENTRUM De Markten doet archivaris Lucas Cathérine een humoristische poging om te verklaren wat Vlaanderen en Wallonië bindt. Dat is niet die melige monarchie, aldus Cathérine, maar het eten: ‘Friet, koek en pistolet houden België bij elkaar. Waar stopt een Belg het eerst als hij de grens weer over rijdt? Inderdaad, bij het eerste het beste frietkot. Erst das Fressen, dann der Separatismus.’ Maar noch zijn taal, noch het optreden van José Fontaine, de éminence grise van het Waalse republicanisme, kan voorkomen dat het communautaire spook spoedig boven tafel komt.


Het stichtingsmanifest van het VRG komt ter sprake. Een oud-senator van de Volksunie, de democratische separatistische partij van Vlaanderen, verklaart dat hij vooral een voorstander is van de republiek in naam van het zelfbeschikkingsrecht der volkeren: ‘Daar heb ik mijn hele leven voor gestreden. Ik was in Baskenland onder Franco, ik bevond mij in Litouwen toen de Russische tanks Vilnius bestormden. En ik betreur het nog steeds dat tijdens de Franse Revolutie niet de Girondijnen maar de centralistische Jacobijnen gewonnen hebben.’ Een lid van de stalinistische PvdA riposteert dat hij voor de republiek én de eenheid van België is. Willy Courteaux, uiterlijk de tweelingbroer van Karl Marx, doet een poging tot verzoening door het koningshuis als gemeenschappelijke vijand af te schilderen: ‘Laten we tezamen, ieder vanuit de hoek waar hij zit, ten strijde trekken tegen het Belgische Constantinopel!’ Een voorstel om het koningshuis in punt één van het manifest als ‘sluitsteen van het mondiale kapitalisme in België’ te typeren, wordt met grote meerderheid van stemmen aangenomen.


Inmiddels breekt het gezelschap zich het hoofd over hoe men zich het beste van het Vlaams Blok en consorten kan distantiëren. De alternatieve benamingen vliegen over tafel: ‘racistisch’, ‘fascistisch’, ‘fasciserend’, ‘extremistisch’, ‘anti-democratisch’. Een radikalinski roept: ‘In mijn ogen is de socialistische partij ook extreem-rechts, omdat ze voor het mondiale kapitalisme is.’ Misschien moet er meer naar de idealen van de Franse Revolutie verwezen worden? Iemand suggereert om het manifest te ondertekenen met ‘liberté, egalité, fraternité’. Dan neemt een van de weinige vrouwen in het gezelschap het woord: ‘U beseft toch wel dat de Franse Revolutie behalve het einde van het Ancien Régime ook het begin van de onderdrukking van de vrouw betekende?’ Het voorstel wordt afgewezen. Tegen het eind van de vergadering spreekt een grapjas nog enige waarschuwende woorden: ‘Bij de laatste wijziging in het Belgische strafrecht zijn er extra hoge straffen komen te staan op het ondermijnen van de grondwet. We lopen de kans morgen allemaal gearresteerd te worden.’


Twee republikeinse Brusselaars die op de vergadering zijn afgekomen, zijn na afloop een beetje teleurgesteld. Een van hen zegt: ‘Zijn ze nou tegen het Vlaams Blok of vóór de republiek? Waarom zeggen ze niet gewoon dat ze voor een drietalig België zijn?’ Zijn gezel: ‘Alles is nu eenmaal onzinnig in België. Ik heb vier kinderen. Met mijn twee zoontjes spreek ik Nederlands, met mijn twee dochters Duits. En mijn vrouw spreekt met allevier de kinderen Frans. Dat is België.’


Reynebeau betwijfelt of het initiatief van Goeman en zijn kameraden de levensduur van de monarchie zal bekorten. ‘Ze behoren tot een groep mensen die vanwege hun anarchisme politiek een beetje in de marge verkeren. En nu is er vanwege dat huwelijk van Filip en Matilde iets waarover ze zich kunnen opwinden, net als enkele jaren geleden met het bezoek van de paus. Maar het is goed dat er mensen zijn als Goeman. Hij is iemand die je belet om in slaap te dutten.’ Mocht de onderneming onverhoeds toch een succes worden, dan staat Filip Dewinter in ieder geval niet onwelwillend tegenover een bondgenootschap: ‘Een samenwerking is niet a priori uitgesloten. We hebben dezelfde standpunten, of men het nou wil of niet.’