Schilder Jean-Baptiste Carpeaux

Republikein aan een vulgair hof

Jean-Baptiste Carpeaux schilderde voor het Franse hof de hoogtepunten van
het Tweede Keizerrijk. Maar op zijn doeken paraderen vooral spookverschijningen.

‘Hij zit, diep in een fauteuil gedoken, in een onbeholpen houding, zijn benen uit elkaar, zoals mensen doen die te dik zijn. Het hoofd van de Keizer lijkt van grote hoogte op zijn schouders te zijn neergevallen en daar een heel eind in te zijn doorgedrongen. Hij is halsloos, in elkaar gedrukt. Een soort logge Caesar.’

Zo beschrijven de gebroeders De Goncourt Napoleon iii, twaalf jaar nadat hij zich door 97 procent van de Franse kiezers tot keizer heeft laten verheffen. De ondergeschoven neef van de grote Napoleon is een vulgaire avonturier die, ondanks twee smadelijk mislukte staatsgrepen, na de revolutie van 1848 als president van de Tweede Republiek is geïnstalleerd. Als hij zich vier jaar later laat kronen, komt een rij corrupte parvenu’s aan het bewind, in een goudglanzend Tweede Keizerrijk waarmee de Fransen zich gretig glinsterend zand in de ogen laten strooien. Buitenlandse avonturen en militaire successen schragen de troon en het land zwelgt in de glorie van internationaal aanzien en de fenomenale herbouw van Parijs tot hoofdstad van de wereld.

De nog geen twintig jaar durende euforie is vereeuwigd door een stoet kunstenaars. Het populisme, het sentiment en het klatergoud door de componisten Gounod en Offenbach, de schilders Cabanel en Winterhalter en de architecten Hittorff en Garnier; de kritische, antiburgerlijke en modernistische zijden door de schilders Courbet, Daumier en Manet en de schrijvers Flaubert, Hugo en Baudelaire. De zware censuur en geheime politie maken direct politiek engagement erg riskant, dus kiezen zij voor een meedogenloze kastijding van de benepen burgerij en de omhooggevallen zelfverrijkers.

De beeldhouwer Jean-Baptiste Carpeaux valt een wat onduidelijke tussenpositie toe. Na enkele verbeten maar mislukte pogingen tot het winnen van de Prix de Rome cirkelt hij omhoog in hofkringen nadat hij tekenleraar van de kroonprins, de prince impérial, is geworden. Zijn aandeel in het grootste bouwwerk dat Napoleon iii de natie nalaat, de voltooiing van het Louvre, levert hem het Legioen van Eer op.

De beide 'poten’ van het Louvre-paleis zijn in stijl doorgetrokken. De renaissancevleugels krijgen 'renaissance’-aanvullingen en Carpeaux maakt het zestiende-eeuwse Pavillon de Flore nog renaissancistischer met een opeenhoping van allegorische sculptuur. Als monumentale vervolgopdracht mag hij een van de vier reusachtige beeldengroepen aan de voorgevel van het nieuwe operagebouw maken. Bij de onthulling ervan in 1869 wakkert de immer kunstkritische pers een schandaal aan rond Carpeaux’ groep van naakte jongelingen, die samen de Dans voorstellen. De sensueel gemodelleerde, dynamisch wervelende beeldengroep geldt als de meest vooruitstrevende moderne sculptuur van het Tweede Keizerrijk, al is de stijl eerder rococo.

In zijn vrije tijd is Carpeaux een onvermoeibaar schilder, en omdat het vlietende leven nu eenmaal sneller is vast te leggen in verf dan in steen of brons, zijn die schilderijen een meeromvattende getuigenis van het keizerrijk dat de strop om de eigen nek langzaam aantrekt. Carpeaux hanteert een voor die tijd ongehoord schetsmatige schilderwijze die wel pre-impressionistisch is genoemd. Maar in tegenstelling tot de impressionisten, die de inwerking en weerkaatsing van het licht op willekeurige onderwerpen weergeven, behandelt Carpeaux zijn onderwerpen tumultueus en dramatisch, in de traditie van romantische schilders als Delacroix, Goya en Turner. Hij vindt deze moderne, 'wanhopige’ tijd vragen om een dramatische aanpak.

Carpeaux’ chaotische, turbulente penseelstreken sluiten als die van geen andere kunstenaar van zijn tijd aan op de oppervlakkige majesteit en de valse praal van het Franse Keizerrijk. De bont geüniformeerde soevereinenstoet die Napoleon iii inzamelt voor de Wereldtentoonstelling in 1867 wordt op Carpeaux’ schilderijen van hofbals, ontvangsten en prijsuitreikingen een geestenbal met doorzichtige verschijningen, bestemd om na hun kleurrijke fixatie op het doek in dezelfde duistere onbenulligheid te verdwijnen als waaruit ze zijn opgedoemd. Met hun onvoltooide voorkomens geeft Carpeaux zijn ongetwijfeld republikeinse visie op de instabiliteit en kwetsbaarheid van de macht.

Tijdens een rit in het nieuwe Bois de Boulogne pleegt de Poolse nationalist Berezowski een aanslag op tsaar Alexander ii, die met Napoleon iii in een open koets zit. Carpeaux is erbij, maar ziet alleen de opschudding in de menigte en vraagt een onbekend gebleven correspondent naar de toedracht. Die verwerkt hij samen met zijn eigen ervaring in een grandioos doek, waarop de gebeurtenis schuilgaat in een orkaan van middelpuntvliedende penseelstreken. Ondanks het onvoltooide karakter gaan talloze schetsen aan het schilderij vooraf.

Het is niet de enige gebeurtenis tijdens de Wereldtentoonstelling die een smet werpt op de feestelijkheden. Vertraagd door het oversteken van de Atlantische Oceaan bereikt het bericht van de executie van keizer Maximiliaan van Mexico Parijs pas in die dagen. In 1862 vinden Mexicaanse conservatieven, die na de verkiezingen verloren te hebben in Europa op zoek gaan naar hulp tegen de liberalen, bij Napoleon iii een willig oor. Deze hoopt op afbetaling van Mexicaanse staatsschulden en kan bovendien wel een buitenlands succesje gebruiken bij alle binnenlandse kritiek. Hij vindt Maximiliaan van Habsburg, werkeloze broer van de Oostenrijkse keizer Franz Jozef, na veel vijven en zessen bereid om keizer te worden van een door Frankrijk gecontroleerd, katholiek rijk aan de zuidgrens van de Verenigde Staten, die door een gelukkig toeval juist in een burgeroorlog zijn verwikkeld. Helaas dwingt president Lincoln Napoleon na beeindiging van die burgeroorlog om zijn troepen van het Amerikaanse continent terug te trekken en dan is er voor de welwillende maar hopeloos wereldvreemde Maximiliaan geen redden meer aan. Tot het laatst hopend op massale bijval van de Mexicaanse bevolking trekt hij zich met een snel slinkend gevolg terug in een onhoudbare vesting en laat zich executeren. Zijn fier geheven bakkebaarden houden de Habsburgse eer hoog.

Het nieuws treft Frankrijk als een blikseminslag. 'De kleine Napoleon’, zoals Victor Hugo hem noemt, is de gebeten hond: hij heeft immers alle beloften aan de nobele Maximiliaan op cynische wijze gebroken en is voor Amerikaanse druk bezweken. Het toenemend aantal bodybags heeft de oorlog overzee toch al impopulair gemaakt en de pers speelt eenzelfde rol als de Amerikaanse televisie rond 1970. Mexico is Napoleons eigen Vietnam, en het is maar een kwestie van tijd voor het keizerrijk valt, zoals bij de meeste dictaturen die militaire nederlagen niet voor het volk verborgen kunnen houden.

Manets schilderij van de executie van Maximiliaan snijdt door de ziel van het keizerrijk als een mes door ranzige boter. De censuur weet verspreiding door middel van prenten te voorkomen, hoewel (knullige) fotomontages de ronde doen. Ook Carpeaux schildert snel na het vernemen van de onheilstijding een versie van de executie. Veel meer dan door Manet, die zich toch al lijnrecht tegenover de gevestigde macht bevond, is het aanroeren van zo’n politiek gevoelig onderwerp door Carpeaux’ hand een controversiële daad. Hij bevindt zich nog altijd dicht bij het keizerlijk hof, maar hij is alleen bekend als beeldhouwer. Geen van zijn schilderijen is ooit tijdens zijn leven tentoongesteld.



Op 12 januari 1870 leidt de keizerlijke regering haar uiteindelijke val in met het meedogenloos uiteen laten slaan van de demonstraties bij de teraardebestelling van Victor Noir. Deze links-liberale journalist is twee dagen eerder vermoord door prins Pierre Bonaparte, een neef van de keizer. Carpeaux is aanwezig bij de slachtpartij en schildert een immense, deinende mensenmassa. Desondanks straalt het doek een trieste verlatenheid uit. Deze onmiskenbare uiting van republikeinse sympathieën wordt gekocht door de ex-chef van Victor Noir.

De dagen van Napoleons fortuinzoekersbende zijn geteld. Er is slechts een slimme provocatie van Bismarck voor nodig om de uitgebluste, door galstenen geplaagde keizer ten strijde te doen trekken tegen de verenigde staten van Duitsland. Op de Wereldtentoonstelling hebben de Fransen de nieuwste modellen Krupp-kanonnen van nabij kunnen aanschouwen en binnen de kortste keren zijn hun legers verslagen en is de keizer met honderdduizend soldaten krijgsgevangen gemaakt. Parijs geeft zich echter nog niet gewonnen en moet een winter lang belegerd worden door de Pruisen. Carpeaux is wegens zijn zwakke gezondheid vrijgesteld van militaire dienst, maar assisteert vrijwillig zijn schoonmoeder in haar veldhospitaal in het Palais du Luxembourg. Ondertussen legt hij als een bezetene het dagelijks leven in de hongerende stad vast in tekeningen en schilderijen.

Na de overgave van Parijs grijpt links de macht in de hoofdstad voor de laatste akte van het drama, waarvan niets dan de bloedige afloop van tevoren vaststaat. Carpeaux ontvlucht de Commune en loopt zijn kunstbroeders in Londen weer tegen het lijf. Progressieve kunstenaars blijven in Parijs en maken zich verdienstelijk, zoals Manet. Courbet leidt verschillende revolutionaire comités en wordt na het neerslaan van de Commune veroordeeld voor het omvertrekken van de 'imperialistische’ Colonne Vendôme. De schilders die een goed heenkomen zoeken in Londen zijn a-politiek, hoewel de impressionisten door Napoleons Surintendant des Beaux-Arts walgend 'democraten’ worden genoemd, 'van die mensen die geen schoon ondergoed aantrekken’.

Op Carpeaux’ ondergoed valt niets aan te merken: nadat hij en de rust in Parijs zijn weergekeerd, ontvangt Carpeaux van de voormalige kroonprins de opdracht voor een borstbeeld van de afgezette keizer. In 1873 reist hij andermaal af naar Londen om Napoleon in zijn doodskist te schilderen. Met de schilder-beeldhouwer zelf gaat het ook niet goed meer. Op het laatste van zijn twaalf zelfportretten verschijnt hij als een spookgestalte, steeds vluchtiger en transparanter, bezig op te lossen in louter penseelstreken. Zelfportret huilend van pijn, heet er een. De kanker heeft dan al bezit genomen van zijn blaas. Hij overleeft zijn broodheer, de keizerlijke proleet, slechts twee jaar.


Jean-Baptiste Carpeaux: schilder, beeldhouwer Van Gogh Museum, Amsterdam tot en met 27 augustus