Commentaar: Zorreguieta

Republikeinse tengels af van Zorreguieta!

«Wij staan al 25 jaar pal achter de moeders van de Plaza de Mayo», brulde Melkert afgelopen zaterdag op het PvdA-congres te Rotterdam. De congresgangers waren content; een daarop door de Jonge Socialisten ingediende motie, behelzende een bordesverbod voor papa Máxima, sneuvelde kansloos. In werkelijkheid geeft Melkert natuurlijk geen biet om die Dwaze Moeders en hun onzinnige donderdagse polonaise. Het ging hem er maar om dat hij en Kok zoveel mogelijk speelruimte konden behouden in de kwestie-Zorreguieta, zonder door lastige moties in coalitieontwrichtende richtingen te worden gedreven.

Hoewel hij en zijn partij er vermoedelijk niet naar zullen handelen, suggereert Melkert met zijn uitspraak toch dat Zorreguieta een grote schurk is die direct verantwoordelijk is voor de schanddaden van het Videla-regime. In deze comfortabele mythe is tout Nederland gaan geloven sinds de kroonprins zijn liefde aan Máxima betuigde. Met name republikeinse stokebranders hebben er een handje van het aandeel Zorreguieta telescopisch te vergroten. In feite, zo merkte vorige week in een interview met HP/De Tijd de Dichter des Vaderlands terecht op, is dit «misbruik maken van het gruwelijke bloedvergieten dat daar in Argentinië heeft plaatsgevonden».

Dat ons beeld van Jorge Zorreguieta hoognodig moet worden bijgesteld, bleek ook uit de Argentinië-reportage van Ineke Holtwijk in de Volkskrant van afgelopen zaterdag. Helaas, op het kleinste opsporingslijstje van de fanatiekste collaborateurjager komt de naam van onze meedogenloze beul nog niet voor. Wie deze man wil berechten, oordelen lokale mensenrechtenactivisten, kan half Argentinië wel gaan opbrengen. Van zijn dochter blijkt geen hond ooit te hebben gehoord. Hooguit roept haar naam bij de doorsnee Argentijn visioenen op van een gelijknamige pensioenverzekeraar.

Nederlanders zijn erg goed in het rationeel verhaspelen van de historische werkelijkheid. Debet daaraan zijn de inmiddels goddank failliet verklaarde interpretaties van historici als Loe de Jong en Jacques Presser, die tussen goed en fout een simpele krijtstreep trokken. Boeken als de verademing Grijs verleden van Chris van der Heijden, waarin ook rekening wordt gehouden met chaos en toeval, kunnen wat dat betreft niet genoeg worden geschreven. Natuurlijk wil er dan hier en daar nog wel eens een anachronistische strontbel gaan rinkelen, zoals vorige week Elma Verhey in Vrij Nederland («Het is de hoogste tijd dat het verschil tussen goed en fout en tussen slachtoffers en daders in ere wordt hersteld»). Maar laten we toch deze nieuwe, bevrijde en onverstarde blik ook eens op de Argentijnse historie toepassen, opdat we het oorspronkelijke misnoegen weer in volle luister op het koningshuis zelve kunnen richten.