TONEEL Swet 3

REQUIEM VOOR EEN BOERDERIJTJE

‘Ik wiet niet hoe ik leven moet’, zingt boer Kurro (Arnold Veeman) op z’n Gronings, begeleid door droevige harmonicamuziek. Kurro is zo’n onbeholpen stugge Groningse boer die te lang bij zijn ouders heeft gewoond en daarom gedoemd is zijn hele leven op één plek te blijven. Op het rommelige erf van een vervallen boerderijtje midden in het dorp Kornhorn zingt hij over hoe alleen hij zich voelt sinds zijn moeder dood is:
Mamme ik mis dij zo.
De mais wil niet gruien.
De bloemen willen niet bluien.
De eerappels binnen niks weerd.
De appels kommen om haals.
De pieken kriegen gien vreten.
De lammer mekkeren ien e regen.
Ik wiet niet hoe ik leven moet.
Deze tekst is van Aafke Steenhuis, oud-Groene-redacteur en schrijfster van twee succesvolle boeken met mooie, oude en nieuwe Groningse verhalen. Zij schreef het script voor Swet 3, een theatervoorstelling die een requiem is voor het onbewoonbaar verklaarde, schilderachtige boerenhuis in Kornhorn, dat binnenkort zal worden afgebroken. Van haar teksten is misschien driekwart weggegooid, maar dat is vervangen door beelden, muziek en vooral: sfeer.
Drie dorpsmannetjes maken koddige toeren met een ladder als ze de eenzame boer proberen te begluren, de boer die onhandig worstelt met blokken hout en een kruiwagen. Hij weet zich met het leven geen raad. Alleen een iets te jolige tante zorgt voor hem. Dan klinkt er een stem van een meisje dat zingt over verlangen. Waar die stem vandaan komt is eerst niet duidelijk, maar de dorpsmannetjes sturen het publiek naar een hoge stellage waarop het uitzicht heeft over een donker maïsveld. Daar speelt zich een gezongen liefdesverhaal af tussen boer Kurro en het meisje Lauwke, die zomaar uit het water komt opduiken en ook weer even raadselachtig verdwijnt, als in een droom. De volle maan daarboven is sprookjesachtig reëel.
Swet 3 maakt deel uit van een serie van zeven theatervoorstellingen, allemaal op locatie, in, op of bij een gebouw dat op verdwijnen staat of al verdwenen is. Het project Swet (Gronings voor erfafscheiding) is bedacht door beeldend kunstnaar Gert Sennema. Hij wil professionele kunstenaars en amateurs samen de verhalen uit het Groningse Westerkwartier tot leven laten wekken en verbindt daar de stadia in het rouwproces, de delen van een katholieke requiemmis en des ‘Menschen op- en nedergang’ van Petrus Messia uit 1578 aan.
De verhalen zijn heel verschillend. Het kan om een oud dorpscafé in Grootegast gaan, met veel dorpsgekrakeel, of om een verdwenen kamp in Nuis, waar eerst NSB’ers en toen Zuid-Molukkers werden ondergebracht. De volgende productie, in juni 2009, zal een requiem zijn voor een oude spoorbrug in Zuidhorn en zich afspelen op een schip dat over het Hoendiep en het Van Starkenborgkanaal zal varen.
Het speciale aan de voorstelling bij het oude boerderijtje in Kornhorn is dat die tegelijk realistisch en poëtisch is. Om te beginnen word je in het donker door een verteller met een paard naar de plaats van de boerderij gebracht. Daar zweven twaalf in het wit geklede kinderen op schommels door de lucht. Ze zingen in al hun onschuld het Agnus Dei. Dan worden de toeschouwers door de modder om het boerderijtje heen geleid en zien ze het verhaal van een knoestige landarbeider en zijn droom, een droom zoals iedere eenzame boer die wel zal hebben. Dat maakt het voor de omwonenden herkenbaar en voor wie van ver komt heel bijzonder. Vooral ook door de vormgeving van Emiel Driesten, kort geleden in Groningen afgestudeerd als theaterontwerper, die de boerderij met zoveel sfeer heeft uitgelicht dat het me een misdaad lijkt als ze hem toch zouden durven afbreken.

Swet 3, nog te zien t/m 20 september. Meer nieuws over Swet 4 t/m 7: www.swet.nu