Hoofdcommentaar

Res publica in verwarring

Terwijl door een arrestatiegolf duidelijk is geworden dat er ook in Nederland terroristen in een Golf rondrijden op zoek naar een doelwit gaat de discussie twee weken na dato over artikel 7 van de grondwet. «Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet», aldus het eerste lid. Kortom, valt «geitenneuker» onder de hoofdzin of onder de bijzin na «behoudens»?

De publieke discussie over de vrijheid van meningsuiting is uiteraard van belang. De moord op Van Gogh staat niet los van artikel 7. Maar de conclusie zou zo simpel hebben kunnen zijn. De grondwet is glashelder. Het is nergens voor nodig andere wetsartikelen van staatswege op te lappen. In de Tweede Kamer lijkt de meerderheid er vóór om woorden als Geitenneukers, Christenhonden, Boeddhalikkers of Jhvhjankers niet meer als godslastering te zien. Goed om te weten. Maar hoe verder? Daarover horen we minder.

Dat duidt op een gebrek aan prioriteiten of, milder uitgedrukt, op verwarring. Zelfs het buitenland is eraan ten prooi. Voor de derde keer in één maand heeft The Economist vorige week bijvoorbeeld over Nederland geschreven. De eerste regels: «‹The jihad has come to the Netherlands.› That was the verdict of Jozias van Aartsen, a leading Dutch Christian Democrat.» Het citaat van Van Aartsen klopt, de omschrijving van diens politieke positie niet.

Is dat de schuld van The Economist? Nee. Dat is te wijten aan het kabinet, dat verbaal slaags lijkt te zijn geraakt.

Natuurlijk, in de brief die de ministers Donner van Justitie en Remkes van Binnenlandse Zaken op 10 november naar de Tweede Kamer stuurden, staan concrete maatregelen die het kabinet in petto heeft. Behalve extra bevoegdheden voor AIVD en politie kunnen we nog meer verwachten. Er staan niet alleen positieve actieplannen om (vrij geparafraseerd) allochtonen, vooral jongeren, een steuntje in de rug te geven bij de poort van een discotheek of een sollicitatiecommissie op stapel maar ook negatieve sancties. Zoals: een nieuwe wet tegen de dubbele nationaliteit en voor het uitburgeren van staatsgevaarlijke Nederlanders met een tweede paspoort; methodes om radicale of extremistische websites uit de lucht te halen; eventuele strafbaarstelling van godslastering of goedpraten van geweld, en verruiming van de mogelijkheden iemand uit zijn beroep te zetten. Er is geen reden voor een pavlovreflex en elk idee onmiddellijk weg te wuiven als een aanslag op de rechtsstaat. Die vicieuze cirkel hebben we in de jaren zeventig, toen de RAF in Duitsland actief was, al doorlopen. De ervaringen uit die periode leren weliswaar dat de autoriteiten óók behoedzaam moeten opereren – te veel hameren op het Umfeld van terroristen kan averechts uitpakken – maar tevens dat de harde kern van het politieke geweld kan worden geïsoleerd van de «sympathisanten».

Zelfs aan enige meningsvorming over dit dilemma zijn we echter nog niet toe. De brief van het kabinet was ondertekend door een christen-democraat en een liberaal. Binnen vier dagen lag de ogenschijnlijke eensgezindheid al aan duigen. Zaterdag maakte Donner op een congres van het CDA duidelijk dat hij bezig is met het aanscherpen van de godslastering. De premier riep er de «spraakmakende critici die onze opiniebladen bevolken» op tot terughoudendheid. «Ieder mag zijn bewoordingen kiezen, maar het is goed als we ons ook rekenschap geven van de ‹ontvanger› van deze woorden», aldus Balkenende. Zondag weersprak Donners naaste collega Verdonk op het departement hem onmiddellijk. Als hij zich maar niet gaat aanpassen aan het «lagere incasseringsniveau» dat volgens Verdonk kenmerkend is voor moslims. Maandag deed ook vice-premier De Graaf zijn duit in het zakje.

Volgens de klassieke leerstelling spreekt de regering, eenmaal buiten de Trêveszaal, met één mond. Zeker in barre tijden is dat axioma een heilig beginsel. Wie kijkt en luistert naar de ministers kan niet anders dan concluderen dat de bewindslieden het oneens zijn. Het is kennelijk geen toeval dat het volk als grootste vaderlander in de geschiedenis een man heeft gekozen die zei wat hij dacht maar nimmer heeft kunnen doen wat hij zei en zo zijn politieke betekenis helaas ontleent aan het misdadige messianisme van de kleinste Nederlanders in de geschiedenis: Volkert van der G. en Mohammed B.

Nederland weet niet meer waarvoor het staat en worstelt met zijn al dan niet doorgeschoten tolerantie die door elk kamp wordt opgeëist zonder die aan de andere kant op voorhand te gunnen. Dat nu is de kern van het probleem. Dat is zelfs een politieke kwestie die veel heeft te maken met de geschiedenis die we intussen met Pim Fortuyn, Willem de Zwijger en Willem Drees abusievelijk hebben gecanoniseerd: het gebrek aan republikeins bewustzijn.

Die lacune heeft weinig tot niets te maken met de monarchie als staatkundig model. Het draait om de res publica, om de publieke zaak. In een republiek is de vrijheid van menings uiting er om ideologische meningsverschillen te laten uitkristalliseren en is de regering ervoor om de alledaagse tegenstellingen in publiek vaarwater te houden.

Liever iets meer Aristoteles dan Plato graag. Dit kabinet wekt de indruk precies het omgekeerde, namelijk eerst de theorie en dan de praktijk, na te streven. Voormalig VVD-leider Bolkestein zou het wellicht zo zeggen: zullen we de Gesinnungsethik even laten voor wat die is en ons nu primair bezighouden met de Verantwortungsethik.