Residu

Het gaat wel eens over het opeten van de resten van de vorige dag, maar aanwijzingen ontbreken. Beter kun je maar alleen zijn, als zoiets aan de orde is.

Want voor je het weet zit er een mening aan vast. Een van een ander afkomstige rukwind waar je er meteen een van je zelf tegenover moet stellen. Het residu van de lamspoot ligt er onmiskenbaar aangespoeld bij. Voor iemand anders geen opwekkend gezicht, nog minder prettige gedachte dat je daar een vleug van liefde voor voelt. Dan de troebele saus. Waar ondanks alles, in de koude keukennacht, oude microben ontuchtig aan elkaar plakten zodat er zich een slinks nieuw aroma tussen heeft genesteld. Raar soepje, alles bij elkaar. Alleen de aardappelpuree is er niet doffer op geworden. Zo geel als Ouarzarzate gezien van een afstand van drie kilometer en met parelbleke glinstering als in de ronde ogen van de Berberse barkeeper in het Grand H²tel du Sud aldaar.
De vraag naar meer vocht hangt in de lucht. Achter en opzij, maar vooral recht van voren. De zich in de bovenstaande staat aantreffende alleeneter zijn wel meer suggesties gedaan, maar alleen de praktijk telt. Ik voor mij, onderuit gezakt tegenover lamspuinhoopje, zou het in zo'n geval wel weten. ‘Ik drink liever uit een glas dan uit een beker’, maar uit de fles kan ook.
Die staat in de keuken. Op elke willekeurige plaats. Vensterbank of uiterste punt van tafel. In de keuken staat dus een fles waaruit ik een slok wijn neem, zo groot dat mijn wangen er bol van gaan staan. Zelf een tintelende karaf wijn geworden, die wat uitpuilend naar de kamer loopt en zich traag in een hoek van de bank laat zakken. Waarnaast inmiddels een bakelieten luidspreker staat en De Raaf & Schutte opwekkende klanken laten horen. Tussen de vouwen en kieren, op alle ruige en gladde vlakken die mijn mondholte rijk is, zit de vloeistof samengeperst.
Bovenkamertje vol van wijnsmaak die door het weke vlees heen overal het lichaam inlekt. Wie haast heeft, kan de boel altijd nog opdelen in gangbare slokken.