Respect heb ik voor niemand

Mag je op mensen neerkijken?
Het mag niet - maar van wie mag dat niet?
Het mocht niet van mijn ouders; elk mens was niet gelijk, maar wel gelijkwaardig.
Maar ja, we (mijn ouders en wij als kinderen) keken wel erg neer op onze ooms en tantes die diep religieus waren en anderszins bijgelovig. We lieten dat alleen niet merken.
Toen ik het marxistische gedachtegoed omarmde, liet ik het wel uit mijn hoofd om neer te kijken op de arbeiders, of beter: de ambachtslieden, zoals wij ze noemden. Die waren zelfs boven ons, studenten, verheven. Wel keken we neer op kapitalisten. Die deugden niet, want ze probeerden de arbeiders altijd tot slaven te maken.
Ik heb twee golven van het begrip ‘respect’ meegemaakt. De eerste golf was midden jaren zestig. Je had respect voor mensen die de Tweede Wereldoorlog hadden meegemaakt en hadden geleden. Daarentegen verdienden rechts geworden verzetsstrijders ons respect niet.
De Amsterdamse burgemeester Van Hall - de man was een grote verzetsheld - werd in de maling genomen omdat hij de politie opdracht had gegeven een demonstratie uiteen te slaan, en de heer Ego (leeft die nog?), ook een oorlogsheld, van het Oud Strijders Legioen maakten we uit voor fascist.
De tweede respectgolf is nu. Je moet bijvoorbeeld voor de islam en islamieten op z'n minst respect hebben.
Ik ben nu op een leeftijd gekomen dat ik zelf bijna dagelijks voor racist en fascist word uitgescholden, zelfs door voormalige vrienden van mij als Prem. Als ik ergens beweer dat Wilders’ agressie tegen de islam in niets verschilt van de agressie jegens de confessionelen in de jaren zestig en zeventig, dan ben ik, volgens sommige lezers, meteen 'rechts’ en een racist. 'Dus kijk ik op u neer’, schreef een lezer van deze krant mij.
Inderdaad, ik kijk ook op sommige mensen neer.
Maar het valt mee.
Ik kijk neer op bijna iedereen die 'gelooft’. Ik wil dat niet, maar ik denk toch altijd: wat een domme sufferd ben jij dat je in God gelooft. Ik zeg in het openbaar dat ik zo iemand 'respecteer’, maar dan gebruik ik dat respect als schaamlap om mijn dédain te verbergen. Ik kijk ook neer op politici - en ik bedoel dat niet in satirische zin. Ik snap (enigszins) dat politici nodig zijn, maar het feit dat ze hun idealisme zo belangrijk vinden dat ze menen zich te moeten verenigen met gelijkgestemden vind ik eigenlijk 'zonde’ van hun bestaan op aarde en ik vermoed er altijd verregaande ijdelheid achter. Zeer stuitend vind ik daarom christelijke en socialistische politici die je hun idealisme willen opleggen. Liberalen zouden dat minder moeten hebben, maar toevallig zijn de liberalen die ik ken net zo 'religieus’ als de christelijke en socialistische politici. Op zo iemand als Donner kijk ik neer, op iemand als Cohen ook, Marijnissen weer niet, terwijl die misschien wel de ergste is. Hoe dat zit, weet ik eigenlijk niet en moet ik eens onderzoeken. Ik ben het in niets, maar dan ook in niets met hem eens, maar toch kijk ik niet op hem neer. Op Femke Halsema ook niet, maar op die Vendrik weer wel. Het is waarschijnlijk mijn weerzin tegen ideologieën. En Femke Halsema vind ik seksueel erg aantrekkelijk en wat ze denkt kan me dan eigenlijk niks schelen.
Het woord 'engagement’ wordt niet meer gebezigd en is vervangen door het begrip 'betrokkenheid’. Voor mij zijn die begrippen verschillend. Ik ben een geëngageerd mens - ik schrijf, publiceer, neem standpunten in, verlaat ze als ik een beter standpunt tegenkom, ik probeer kritisch te zijn - maar betrokken ben ik absoluut niet.
En respect - tja, ik zeg het maar eerlijk - heb ik eigenlijk voor niemand.
Het aantal mensen op wie ik neerkijk is groot en loopt eigenlijk alleen langs ideologische lijnen.