Economie

Ressentiment

Als er vandaag presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten zouden zijn, won volgens de Financial Times Election Tracker Joe Biden met 308 kiesmannen tegen 119 voor Trump (en 111 nog onbeslist). Maar dagkoersen zijn misleidend. De vraag is: waarom zou Trump niet herkozen worden? Zijn de redenen die kiezers in 2016 hadden om Trump boven de andere Republikeinse kandidaten te verkiezen, en daarna boven zijn Democratische tegenstrever Hillary Clinton, nu verdwenen?

In een pas gepubliceerde studie presenteert Thomas Ferguson met mede-auteurs een grondige analyse. Ferguson bouwt voort op Hannah Arendts theorie over het opkomen van antidemocratische, totalitaire politiek. Daarvoor, aldus Ferguson, zijn drie ingrediënten nodig: ressentiment onder de bevolking over sociale of economische problemen, een pakkend verhaal met duidelijke zondebokken en genoeg steun van het rijke en machtige deel van de samenleving.

Zonder dat laatste kan ontevredenheid ook uitlopen op progressieve hervormingen, zoals in de vroege twintigste eeuw, toen aandacht voor de ‘sociale kwestie’ en andere emancipatievraagstukken leidde tot vrouwenkiesrecht, arbeidswetgeving en bredere toegang tot onderwijs. Ressentiment kan ook terecht zijn en mooie gevolgen hebben. Omdat zulke progressieve hervormingen de macht en rijkdom van een minderheid beperken, heeft deze groep dus reden om conservatief te zijn, of – als het handhaven van de status quo niet lukt – om revolutionair te worden in rechts-populistische zin. De woede wordt dan gekanaliseerd met identiteitspolitiek en zondebokken, zoals immigranten en de elite. De elite vindt het namelijk best als er gescholden wordt op de elite, zolang dat maar in de plaats komt van echte hervormingen. Donald Trump is dus de gedroomde rechts-populistische kandidaat.

Aan alle drie de voorwaarden was in 2016 voldaan. In een NBC-enquête in juli 2016 gaf driekwart van de Amerikanen aan dat ‘Amerika op het verkeerde pad is’. De belangrijkste les uit de studie van Ferguson is dat de (in 2016) onverwachte steun voor het rechts-populisme een economische basis heeft. Trumps sociaal-conservatisme gaf niet de doorslag in de primaries, hoewel dat vaak is beweerd. Alle Republikeinse kandidaten die ertoe deden hadden op z’n best weinig aandacht voor gelijke rechten en op z’n slechtst waren ze openlijk homofoob, vrouwonvriendelijk en racistisch. Maar Trump was wel de enige die openlijk benoemde dat globalisering – vrije handel en immigratie – problemen met zich meebracht voor veel Amerikanen (die dat dan ook in enquêtes aangaven). Alle anderen zwegen hierover, net als Hillary Clinton. Bernie Sanders, die het er wel over had, werd onverwacht sterk aan Democratische kant. Treffend schrijft Ferguson: ‘They stood on shaky ground. Trump shook that ground.’

Wat kan het rechts-populisme stoppen?

Trump had bovendien een duidelijk identiteitsverhaal, met de elite, Mexicanen en Chinezen als zondebokken – niet toevallig allemaal personificaties van economische bedreigingen voor de laagverdienende Amerikaan. Ferguson toont verder aan dat de onverwachte Republikeinse meerderheid in de Senaat in 2016 samenviel met een golf aan donaties voor de Republikeinse Senaatskandidaten. De woede, de zondebokken en het geld kwamen samen in de Trump-campagne, volgens het draaiboek van Hannah Arendt en Thomas Ferguson.

Het slechte nieuws is dat die drie factoren er ook in 2020 nog zijn. Wellicht zal de rampzalige corona-aanpak van de president hem genoeg stemmen kosten, maar zeker is dat allerminst.

Ook in Nederland zijn verkiezingen in aantocht en ook hier denkt slechts een minderheid van de Nederlanders – zo’n dertig procent gemiddeld over het afgelopen decennium – dat het met Nederland de goede kant op gaat. Ook hier is een duidelijk identiteitsverhaal met zondebokken aanwezig in de politiek. En het belangrijkste: ook hier is er reden voor economisch ressentiment, zelfs voordat de coronarecessie gaat toeslaan. De gemiddelde besteedbare inkomens staan al twee decennia stil. Het gemiddelde reële arbeidsinkomen per uur is van 2009 tot 2018 gedaald, volgens CBS-cijfers. Het is niet verwonderlijk dat in het WRR-rapport De val van de middenklasse? geconcludeerd werd dat met name tweeverdieners ‘moeten hollen om stil te staan’: harder werken voor hetzelfde inkomen.

De polls, in Amerika en hier, zullen ongetwijfeld nog alle kanten op gaan schieten. Maar niets minder dan echt progressief beleid kan de opmars van het rechts-populisme stoppen.