FILM II

RESTJES MENSELIJKE WARMTE

Import/Export

De Oostenrijkse regisseur Ulrich Seidl (1952) neemt het niet zo nauw met het onderscheid tussen do-cumentaire en speelfilm. Het ontbreken van muziek, de statische camerashots en de onervaren, zichzelf spelende acteurs geven zijn films een documentaireachtige realiteitswaarde. Uitgewerkte verhalen zijn in die films niet te vinden; het zijn op zichzelf staande scènes die samen losjes een geschiedenis sugge-reren.
Import/Export, Seidls nieuwste film, bevat twee van zulke geschiedenissen. De eerste gaat over de Oe-kraïense Olga, die op een nacht haar baby achterlaat bij haar moeder en op de trein stapt richting Oos-tenrijk, waar ze aan de slag kan als Putzfrau in een verzorgingstehuis. Het andere gaat over Pauli, een jonge Oostenrijker, die met zijn vader in een gammel busje naar Oekraïne rijdt om daar kauwgombal-lenautomaten te installeren. In zijn vorige film, Hundstage (2001), liet Seidl zien welke spanningen er schuilgaan achter de muren van een Oostenrijkse Vinexwijk; in zijn nieuwste film richt hij zich op de on-derkant van de samenleving. Het leven dat Seidl daar aantreft is net zo kaal en monotoon als de archi-tectuur van de oorden waar dat leven zich afspeelt. Soms smeult echter in die kille koopcentra en indu-striegebieden nog een restje menselijke warmte.
Net als Hundstage bevat deze film enkele scènes met geweld, vernedering en perverse seks, maar die extremen vormen niet de werkelijke gruwel. Dat is de comforteconomie die hier wanstaltige proporties aanneemt. Tijdens een van de indringendste scènes glijdt de camera langzaam door een tl-verlichte zaal van een verzorgingstehuis, terwijl de bejaarden een aanzwellende kakofonie van dement gebrabbel produceren. Toch is hier geen sprake van cynisme. Anders dan bij de Franse romanschrijver Michel Houellebecq, die Seidls meest treffende literaire equivalent is, worden de personages niet bespot of be-lachelijk gemaakt. Ze zijn eenvoudigweg gevangenen van hun uitzichtloze situatie.

Import/Export is nu te zien