Masterclass onderzoeksjournalistiek: privacy op de werkvloer

Resultaten & verantwoording enquête arbeidsrecht

De Groene Amsterdammer verstuurde een vragenlijst naar 792 arbeidsrecht advocaten. Van hen vulden 81 advocaten deze volledig in. In totaal hebben 132 advocaten op zijn minst een gedeelte van de vragen beantwoord. Onder deze advocaten waren er 17 die zeiden vooral werknemers bij te staan. Ruim de helft zei vooral werkgevers te vertegenwoordigen.

Er werden twintig vragen gesteld, gesloten en open, over de inzet van recherchebureaus, het inspecteren van email, het opnemen van telefoongesprekken en het gebruik van cameratoezicht door werkgevers voor het verzamelen van bewijsmateriaal over weknemers in rechtszaken. Ook werden via de enquête jurisprudentie en casuïstiek verzameld die in het artikel zijn verwerkt.

Enkele vragen:

Inzet particuliere recherchebureaus

“Is er volgens u de afgelopen tien jaar sprake van een toename van de inzet van particuliere recherchebureaus in rechtszaken, een afname of is dat aantal ongeveer gelijk gebleven?”

Deze vraag werd beantwoord door 99 advocaten. Van hen zei 35 procent dat er sprake is van een toename, 62 procent dat dit ongeveer gelijk gebleven is en 3 procent dat er sprake is van een afname in de inzet van particuliere recherchebureaus.

“Hoe vaak krijgt u in zaken te maken met bewijsmateriaal dat is verzameld door recherchebureaus?”

107 advocaten beantwoordden deze vraag. 8 procent van de deelnemers zei daar nooit mee te maken te krijgen, 49 procent antwoordde ‘zelden’ en 39 procent van de advocaten zei dat dit ‘zo nu en dan’ voorkomt. 4 procent gaf aan dat dit ‘geregeld’ het geval is.

“Wat zijn in het algemeen uw ervaringen met recherchebureaus?”

Op deze vraag gaven 104 deelnemers antwoord. Van deze advocaten zei er 24 procent vooral negatieve ervaringen te hebben, 60 procent gaf aan ‘neutrale’ ervaringen met deze bureaus te hebben en 16 procent van de advocaten had ‘positieve’ ervaringen.

Medium 7

Telefoongegevens

“Is er volgens u de afgelopen tien jaar sprake van een toename van het gebruik van opnames van telefoongesprekken in rechtszaken, een afname, of is dat aantal ongeveer gelijk gebleven?”

62 advocaten beantwoordden deze vraag. Van hen zei 27 procent dat er sprake is van een toename, volgens 74 procent is dit gelijk gebleven. Geen enkele van de deelnemers aan de enquête constateerde een afname.

“Hoe vaak krijgt u in rechtszaken te maken met opnames van telefoongesprekken als bewijsmateriaal?”

Van de 85 advocaten die deze vraag beantwoordden, zei er 1 dat dit ‘geregeld’ het geval is, 12 procent zei dat dit ‘zo nu en dan’ het geval is, en 47 procent van hen antwoordden ‘zelden’. 40 procent van de deelnemers zei hier ‘nooit’ mee te maken te krijgen.

Medium 15

Cameratoezicht

“Is er volgens u de afgelopen tien jaar sprake van een toename van het gebruik van heimelijk gemaakte camerabeelden als bewijsmateriaal in rechtszaken, een afname of is dat ongeveer gelijk gebleven?”

Deze vraag werd beantwoord door 69 advocaten. Van hen antwoordden 51 procent dat er sprake is van een toename. De overige deelnemers waren van mening dat dit ongeveer gelijk gebleven is. Geen enkele advocaat constateerde een afname.

“Hoe vaak krijgt u in rechtszaken te maken met heimelijk gemaakte camerabeelden als bewijsmateriaal?”

Van de 83 advocaten die de vraag beantwoordden, zei 1 advocaat dat dit ‘vaak’ voorkomt. 3,6 procent van de deelnemers antwoordde dat dit ‘geregeld’ gebeurt en 28 procent van hen zei dat dit ‘zo nu en dan’ het geval is. Volgens 48 procent van de advocaten komt dit ‘zelden’ voor en 19 procent zegt ‘nooit’ te maken te krijgen met dergelijk bewijsmateriaal.

Medium 20

Bewijsmateriaal

“In het civiel recht worden opsporingsmethoden minder streng gesanctioneerd dan in het strafrecht. Dat leidt er bijvoorbeeld toe dat onrechtmatig verkregen of minder rechtmatig verkregen bewijs. toch kan meewegen in het oordeel Wat voor gevolgen heeft deze omgang met bewijsmateriaal volgens u voor de privacy van de werknemer?”

Op deze open vraag gaven 67 advocaten antwoord. 27 van deze antwoorden hebben de strekking dat de privacy van de werknemer daarmee geschonden wordt of dat het zelfs steeds slechter gesteld is met de privacy van de werknemer. Andere antwoorden wijzen veelal op de belangenafweging (tussen waarheidsvinding en privacy van de werknemer) die de kantonrechter steeds moet maken. Een paar advocaten wijzen erop dat de werknemer een deel van zijn privacy op moet geven zodra deze de werkvloer betreedt.

Een aantal antwoorden:

“De Wet bescherming Persoonsgegevens speelt steeds een belangrijker rol. Mijn indruk is dat werkgevers deze wet steeds beter kennen en ook de regels naleven.”

“Veel bedrijfsartsen delen medische informatie met afdeling HRM”

“[Er] wordt door werknemer bijna geen beroep op de wet bescherming persoonsgegevens (wbp) gedaan”

“Privacy wordt voortdurend geschonden onder de noemer van waarheidsvinding”

“Ik geloof dat de mogelijkheid om het bewijs te gebruiken ertoe leidt dat iets vaker onrechtmatig bewijs wordt vergaard. Probleem is en blijft evenwel dat de scheidslijn (wat is wel en wat is niet toegestaan) niet altijd even makkelijk is te trekken. Wanneer is het inschakelen van een recherchekantoor proportioneel en wanneer niet? Is het meedelen aan de ondernemingsraad dat heimelijk getaped kan worden voldoende?”