Commentaar: Israel

Retorische veiligheid

In het eeuwigdurende conflict tussen Israëli’s en Palestijnen is het de Amerikaanse bemiddelaar Anthony Zinni nog niet gelukt een doorbraak te forceren. Toch is het blussen van deze brandhaard na 11 september een van de grootste prioriteiten van de regering-Bush. Althans, dat zou het móeten zijn. Intussen toont de Israëlische premier Ariel Sharon dat hij wél heeft geleerd. Al op 12 september zei hij: «Ieder zijn Bin Laden (…) de onze heet Yasser Arafat.» En nadat hij hoogstpersoonlijk poolshoogte had genomen van de vijftig ton wapentuig die door de Israëlische marine werd ontdekt in een Iraans schip op de Rode Zee, repte hij van een terroristische samenzwering van Iran en de Palestijnen die een bedreiging vormde voor de wereldvrede. Sharon neemt de Amerikaanse retoriek over, en zet Bush vervolgens voor het blok. Nog altijd immers duiken Israëlische tanks op in gebieden die onder Palestijns bestuur staan. Sharon laat zijn militaire commandanten plannen opstellen voor een contraguerrilla tegen Palestijnse extremisten en hint op een mogelijke liquidatie van Arafat. Hij komt ermee weg. Want Arafat is «een terrorist», en daar kun je volgens Bush sinds 11/9 niet hard genoeg tegen optreden.

Een paar duizend kilometer naar het oosten is de situatie zo mogelijk nog meer gespannen. In het aloude conflict over Kashmir staan de jonge kernmachten India en Pakistan lijnrecht tegenover elkaar. De oorzaak: een terroristische aanslag in Delhi, door India toegeschreven aan fundamentalistische Kashmiri die in Pakistan zouden zijn opgeleid. De partijen slaan elkaar om de oren met aan Bush ontleende terrorismeretoriek. India behoudt zich na de terreuraanslag net als de VS het recht voor op zelfverdediging; Pakistan bestempelt de agressieve Indiase opstelling als staatsterrorisme. Beide landen missen nog de fijne kneepjes van de nucleaire afschrikking, en veiligheidsmaatregelen die een fatale fout moeten voorkomen, zijn er nauwelijks. Langs de bestandslijn in Kashmir eisen beschietingen dagelijks tientallen doden. Voor het eerst in de geschiedenis zijn twee kernmachten openlijk in gevecht. Een enorm risico dat vóór 11/9 bijna ondenkbaar was.

Toen zouden immers de Amerikanen alles hebben gedaan om escalatie van het conflict te voorkomen. Nu laten ze het diplomatieke werk opknappen door Tony Blair. Zelf hebben ze de handen nog vol aan het opruimen van de laatste al-Qaeda-haarden in Afghanistan en de zoektocht naar terroristen. En waarschijnlijk met het plannen van de volgende crack down. Of die nu gericht zal zijn tegen Irak, Soedan, Somalië, Iran of tegen extremisten op de Filippijnen, veel veiliger zal de wereld er niet van worden.