Sharons rol in het spel rond de roadmap

Retourtje vrede

«De Palestijnen moeten er van langs krijgen, en het moet vreselijk pijnlijk zijn», zei Ariel Sharon drie jaar geleden bij zijn verkiezing tot premier. Nu speelt juist hij een cruciale rol in een nieuwe poging het conflict te stoppen. Maar: «Sharon wil geen vrede.»

«De grootste ramp die Israël ooit is overkomen.» Zo schetste Ariel Sharon het vredesproces tussen Israël en de Palestijnen dat in 1993 begon in Oslo. Hij zei het vlak na zijn verkiezing tot premier van Israël, drie jaar geleden. Vijf maanden daarvoor gaf hij Yasser Arafat de perfecte aanleiding een Palestijns volksoproer te lanceren. Sharon provoceerde de Palestijnen met een bezoek aan de Tempelberg in Jeruzalem, waar de al-Aqsa-moskee staat, een van de heiligste plaatsen van de islam. Dat leidde tot rellen van stenengooiende Palestijnse jongeren. De zaak escaleerde razendsnel en mondde uit in de tweede intifada. Palestijnse extremisten pleegden zelfmoordaanslagen, Israël zette F16’s, gevechtshelikopters en tanks in. Gebieden die eerder onder Palestijns zelfbestuur waren geplaatst werden opnieuw bezet, en Yasser Arafat, democratisch gekozen president van de Palestijnse Autoriteit (het Palestijnse zelfbestuur), werd omsingeld in zijn hoofdkwartier in Ramallah. Opnieuw was een geweldsspiraal in gang gezet in een van de lichtst ontvlambare gebieden ter wereld.

Het was precies wat Sharon wilde. Hij hield er zelfs een premierschap aan over. Want de geterroriseerde Israëlische bevolking schreeuwde om het zwaard van ijzervreter Sharon. «De Palestijnen moeten er van langs krijgen, en het moet vreselijk pijnlijk zijn», zei hij na zijn verkiezing. En nu is juist híj het die een cruciale rol zal moeten spelen in een nieuwe poging vrede te stichten.

De vredesdreiging waarmee Sharon zich nu geconfronteerd ziet, ontkiemt waar «Oslo» stierf. Op 24 juni 2002 stelde Bush in een speech dat slechts één oplossing voor het slepende conflict mogelijk was. Naast Israël zou er een levensvatbare Palestijnse staat moeten komen. De prijs die Israël daarvoor moet betalen is het opgeven van het streven naar een Groot-Israël door middel van het vestigen van nederzettingen in gebieden buiten de staatsgrenzen van 1967. De prijs die de Palestijnen moeten betalen heet Arafat. Bush beschouwde hem als een corrupte terrorist die het veld moest ruimen. Terwijl het Pentagon vlijtig voortging met het voorbereiden van de oorlog tegen Irak, bogen op Buitenlandse Zaken experts zich over plannen om het vredesproces weer op gang te brengen. Ze deden dat niet alleen, maar werkten samen met de Europese Unie, Rusland en het secretariaat-generaal van de Verenigde Naties — de afdeling van VN-baas Kofi Annan himself. De vier vredespartners noemen zich «het Kwartet».

Het resultaat werd 30 april jongstleden gepresenteerd: vierenhalf velletje A4, getiteld A Performence-based Roadmap to a Permanent Two- state Solution to the Israeli-Palestinian Conflict. Kortweg: de roadmap, een document dat de komende maanden nog vaak in het nieuws zal zijn. Want het document is niet alleen omstreden — zoals dat gaat met zo’n beetje elk voorstel dat betrekking heeft op het Israëlisch-Palestijnse conflict — maar volgens velen vooral onmogelijk. Het is bovendien een dictaat. Een routebeschrijving via een hoofdweg zónder zijwegen, met als beginpunt de situatie nu, en als reisdoel een permanente oplossing voor de ellende in 2005. Dan moeten de vijandelijk heden zijn gestopt, de meeste nederzettingen opgedoekt, een levensvatbare Palestijnse staat met een aaneengesloten grondgebied zijn opgericht en Israëls veiligheid gegarandeerd. Bovendien moet er dan een oplossing zijn voor vraagstukken die al decennialang elke hoop op vrede de grond in hebben geboord: het principiële recht op terugkeer van Palestijnse vluchtelingen en de status van Jeruzalem. Israël heeft altijd geweigerd grote aantallen vluchtelingen toe te laten uit vrees in de eigen joodse staat overvleugeld te worden door moslims, en Jeruzalem wordt door beide partijen beschouwd als de enige, ondeelbare en bovendien heilige hoofdstad.

De reis naar de vrede is opgedeeld in drie fasen. Aangezien de lancering van het document aanzienlijke vertraging opliep, had fase één (het stoppen van het geweld en het hervormen van het Palestijnse bestuur) eigenlijk al afgerond moeten zijn in mei van dit jaar.

Het klinkt als een sprookje. Zou een conflict dat minstens teruggaat tot 1948 in nog geen twee jaar op te lossen zijn? Vergeet het maar, meent de denktank International Crisis Group (ICG). De ICG noemt de roadmap «een terugval naar de benadering die in het verleden zowel voor de Israëliërs als de Palestijnen faalde». Een nutteloos document: «De verschillende elementen missen definitie, en elke stap zal waarschijnlijk leiden tot eindeloze onenigheid tussen de twee partijen. Er is geen mechanisme om iets af te dwingen, noch een aanwijzing over wat er moet gebeuren als het tijdschema duidelijk tekortschiet. Belangrijker nog is dat deze benadering een gedetailleerde, levensvatbare definitie mist van een overeenkomst met een permanente status. Als zodanig is het geen gedetailleerde, praktische blauwdruk voor vrede, en zelfs niet voor het onderbreken van de vijandelijkheden.»

Maar in de verre verte schemeren ook lichtpuntjes. Het Oslo-proces heeft getoond dat vrede op basis van onderhandelingen heel dicht te benaderen is. Bij de laatste onderhandelingsronde, die in januari 2001 plaatshad in Taba terwijl de tweede intifada al flink uit de hand begon te lopen, werd een oplossing bereikt voor de nederzettingen en daarmee voor de grenzen van een Palestijnse staat. De legering van een internationale vredesmacht werd door beide partijen goedgekeurd. Zelfs voor de vluchtelingenkwestie en de status van Jeruzalem werden voorstellen uitgewerkt die acceptabel leken. Maar het was te laat. Ehud Barak, de toenmalige Israëlische premier, verloor de verkiezingen en Sharon kwam aan de macht. Arafat verloor in hoog tempo de controle over zijn veiligheidstroepen, en over Hamas en de Islamitische Jihad die hun aanslagen opvoerden.

De huidige situatie lijkt meer perspectief te bieden. Ten tijde van Camp David en Taba werd zowel het Palestijnse als het Israëlische bestuur gegijzeld door extremisten. Grote delen van de bevolking waren het vredesproces, dat al acht jaar duurde, gaan wantrouwen. De Amerikaanse president Clinton was aan het einde van zijn Latijn, ook politiek gezien. Hij mocht zich niet meer verkiesbaar stellen en boette bij beide partijen daardoor in aan gezag. Nu is men weer oorlogsmoe. En het lijkt Bush menens. Het gaat hem minder dan Clinton om een plek in de geschiedenisboekjes. Het gaat hem om het winnen van een oorlog, de oorlog tegen het terrorisme. Het afkappen van de slepende strijd in het Midden-Oosten dient in zijn visie de Amerikaanse veiligheid. Bovendien is de Amerikaanse machtspositie in de regio met de onderwerping van Irak nog nooit zo sterk geweest. Landen als Saoedi-Arabië, Iran en Syrië kunnen weinig anders dan hun steun aan de islamistische terreurgroepen stoppen.

Zelfs voor Sharon zou vrede kunnen lonen, nu een meerderheid van de Israëlische bevolking volgens verschillende onderzoeken een tweestatenoplossing steunt. Hij is populair en bovendien verlost van zijn aartsrivaal. Arafat is nog steeds president, maar de onderhandelingen worden gevoerd door de kersverse premier Mahmoud Abbas. En die heeft keer op keer duidelijk gemaakt dat hij een einde wil maken aan de tweede intifada. In interviews maakt Sharon, ooit kampioen van de nederzettingenpolitiek — «ren en grijp de heuvels!» riep hij de kolonisten toe — duidelijk dat er geen andere optie is dan de stichting van een Palestijnse staat, en dat daarvoor pijnlijke maatregelen nodig zijn. Bovendien ziet Sharon zich geconfronteerd met een gevaarlijke economische crisis die nu al drie jaar duurt en regelrecht verband houdt met de hoge kosten van de bezettings- en vergeldingsacties. Als het Kwartet zou overgaan tot economische sancties, stort de Israëlische staatshuishouding zeker in.

Inmiddels hebben de extremisten van Hamas, Islamitische Jihad en de al-Aqsa-brigades hun gesprekken met Abbas afgebroken. Afgelopen weekend pleegden ze voor het eerst in hun bloedige geschiedenis gezamenlijk een aanslag op een Israëlische legerpost waarbij drie soldaten omkwamen. Bij een andere aanslag werd één soldaat gedood. Maar Sharon sloeg dit keer niet terug. Afgelopen maandag liet hij de eerste «buitenposten» ontruimen: minuscule nederzettingen, vaak slechts bestaande uit tenten of enkele stacaravans, doorgaans niet eens bewoond. Een farce, of een sprankje hoop?

Alain Gresh, hoofdredacteur van Le Monde Diplomatique, schreef vorig jaar een boek over de wortels van het conflict en het vastgelopen vredesproces. Het verscheen onlangs in het Nederlands onder de titel Israël, Palestina: Waarheden over een conflict. Hij vertrouwt Sharons motieven niet. «Sharon wil geen vrede», meldt Gresh telefonisch vanuit Parijs. «Hij zoekt steeds naar nieuwe redenen om gesprekken niet te starten, af te breken of te saboteren. Het wegwerken van Arafat moet je in dat licht zien. Heel slim van Sharon: Arafat is een lastige onderhandelaar, daar heeft hij nu niet meer mee te maken. En Abbas heeft niet voldoende macht. Abbas is populair in Amerikaanse kringen, en alleen al daarom moet de Palestijnse bevolking niets van hem hebben. Het zal hem niet lukken de Palestijnen te verenigen achter de vredesplannen en de extremisten mee te krijgen. En dan hoeft Sharon ook niet mee te doen. Binnenkort zal hij wel weer iets nieuws vinden om het vredesproces af te breken.»

Net als andere Midden-Oosten-experts wijst Gresh op het feit dat Bush zich over zes maanden volledig zal moeten wijden aan zijn herverkiezing. En die zal hij uiterst serieus nemen, gezien de dubieuze wijze waarop hij zijn eerste termijn veroverde. Gedoe in het Midden-Oosten kan Bush daarbij niet gebruiken. Sharon hoeft dus slechts tijd te winnen.

Maar het kan ook anders lopen. De Britse krant The Guardian wees op een onderhoud dat Bush onlangs had met de Saoedische kroonprins Abdullah. Die toonde Bush een tien minuten durende video van Palestijnse kinderen, neergeschoten en verpletterd door de Israëliërs. Volgens ingewijden maakte dat grote indruk op de president. De krant meldt voorts dat Bush beschikt over een strategisch voordeel: zijn onwetendheid. Nooit eerder was er een Amerikaanse president die zo weinig wist over het Midden-Oosten-conflict en zo hardnekkig weigerde er ook maar iets over te leren. Dat geeft Bush de gelegenheid door de details heen te breken en de hoofdlijnen aan te pakken.

De Israëliërs zijn hun geld aan het verspillen, vertelde hij volgens The Guardian onlangs aan zijn assistenten, want de nederzettingen zullen uiteindelijk woningen worden voor Palestijnse vluchtelingen. Een verbluffende opmerking, want daarmee zouden in één klap twee problemen de wereld uit zijn. Of die uitspraak voortkomt uit zijn naïviteit, dan wel uit vastberadenheid om Sharon onder grote druk te zetten, zal de komende maanden blijken.