Revenge of the Turks

Ein-de-lijk. Na jaren lijdzaam toezien hoe andere bevolkingsgroepen in Nederland het middelpunt van alle media-aandacht zijn geweest is het zo ver: de Turken beheersen het nieuws.

Of het nu gaat om vluchtelingenverdragen, offensieven in Noord-Syrië, mislukte couppogingen in het Moederland, leerlingen die bij honderden tegelijk worden uitgeschreven van foute basisscholen, werkloze Turkjes die YouTube-filmpjes uploaden over hun spannende avonturen voor een buurtsuper: Turkije ein-de-lijk weer nummer 1!

In de afgelopen weken verstuurde Ankara iedere Turk in de Lage Landen sms-bom na sms-bom, push-meldingen en jubelmails over hoe de berichtgeving langzaam maar zeker werd overgenomen door de nazaten van Osman.

Nooit meer vergeefs de dagbladen afspeuren naar een column waarin we onszelf kunnen herkennen, verzuchtte mijn Turkse fietsenmaker. Nooit meer het ene na het andere item over Syrische vluchtelingen of scooter-Marokkaantjes overslaan bij Pauw, Nieuwsuur of Hart van Nederland, grijnsde de Anatolische clientèle van mijn favoriete groenteboer.

En het toppunt? Dat was niet onze premier die vond dat bepaalde Turken moesten oppleuren, of tuig van de richel was, nee, nee. Ik heb het over de grootste loer die we jullie hebben gedraaid: het wegkapen van assistent-bondscoach Dick Advocaat door Fenerbahce. Yes! Yes! Süper! Na zeven magere jaren zijn ein-de-lijk de beloofde vette jaren begonnen!

Zelfs in de Tweede Kamer werd er ein-de-lijk gedebatteerd over de gebeurtenissen van 15 juli, de mislukte coup, de nasleep en de effecten onder Turken in Nederland. Er werd ein-de-lijk weer een nieuwe bijnaam geïntroduceerd: Schurken Turken. Als de Eerste Kamer nu ook nog eens instemt met het voorstel van D66 wordt iedereen ein-de-lijk döner, tenzij men aangeeft dat niet te willen. Maar dat kan ik me niet voorstellen: everybody loves döner.

De kers op de spreekwoordelijke taart was dat ook in mijn vakgebied – het theater – vorige week het Turkendom ein-de-lijk het nieuws beheerste: het komende seizoen zullen er geen buitenlandse stukken meer opgevoerd worden in het Turkse theatercircuit, maar enkel nog stukken van Turkse toneelauteurs om gevoelens van nationale trots te vergroten.

Een logische keuze, uiteraard. Wie wil er nu nog Macbeth van Shakespeare zien? In dat stuk zien we onder meer hoe twee boezemvrienden (Macbeth en Banquo) door voorspellingen van drie heksen tegen elkaar worden uitgespeeld: de een wordt koning, de ander niet. Macbeth wordt door wat moordjes en intrigetjes hier en daar koning van Tur- nee sorry, Engeland, en vermoordt uiteindelijk zijn oude boezemvriend Banquo, die verrader.

Welke Turk zou dat nu willen zien?

Of wie zou nu Bertolt Brechts De weerstaanbare opkomst van Arturo Ui willen zien, waarin een gangster uit Chicago de macht overneemt door zijn tegenstanders op meedogenloze wijze uit te schakelen? Of het voor een Pulitzer genomineerde stuk van Edward Albee, De geit, of wie is Sylvia? Nee, nee, daar heeft helemaal niemand iets aan.

Uiteraard had ook ik mijn vraagtekens bij het besluit om buitenlandse stukken te censureren, maar die vraagtekens verdwenen toen ik bedacht dat in ieder geval Drie zusters van Anton Tsjechov natuurlijk nog wel zou kunnen worden opgevoerd.

Geheel in navolging van het nieuwe buitenlands beleid van de Turkse regering, waarin de banden met Rusland flink worden aangehaald, zou er nog wel moeten worden geschrapt in de tekst. Zodat de zussen Olga, Masja en Irina twee uur lang gedrieën op het toneel kunnen staan om ritmisch te declameren:

‘Naar Moskou! naar Moskou!’
Ein-de-lijk.