Ger Groot

Revisie

Zij was als Duitse kort na de oorlog naar Nederland gekomen. Ik kende haar als de moeder van een van mijn vriendjes op de middelbare school. Een enkele keer sprak ze over de komst van de Russen aan het eind van de oorlog. Je moest met de soldaten meedrinken, lachen en «kameraad» roepen, vertelde ze. Dan gebeurde er meestal niks. Anders werd je verkracht.

Ik herinner mij niet dat mij dat toen bijzonder verbaasde. Iedereen wist dat de Russen bij hun opmars naar het westen niet bijzonder fijngevoelig te werk waren gegaan. De commotie die nu is ontstaan rond het anonieme dagboek Een vrouw in Berlijn (Cossee), waarin nauwgezet verslag wordt gedaan van de massale verkrachtingen, is dan ook nogal opmerkelijk.

De aangrijpende wijze waarop het boek geschreven is draagt daar ongetwijfeld toe bij. Net als de discussies rond het auteurschap en zelfs de authenticiteit ervan. Maar in werkelijkheid gaat de commotie om de herschrijving van de officiële geschiedenis. Decennialang waren de feiten opgeborgen in een historische limbus, als slachtoffer van een ideologische strijd waarin links ze niet wilde geloven en rechts niet voor ijzervreter wilde doorgaan.

Het is niet alleen de afstand tot de Tweede Wereldoorlog die dit boek, anders dan in de jaren vijftig, zo’n sensationele ontvangst bezorgt. Het is vooral het einde van de nasleep daarvan. De twintigste-eeuwse totalitarismen zijn geschiedenis geworden. Zelfs ideologisch leveren ze geen strijd meer. En daarom kunnen ze nu verschijnen onder hun gemeenschappelijke trekken, en ieder voor zich in de grijstinten van goed en kwaad waarmee de geschiedschrijving eigenlijk pas begint.

En dan komen de lastige vragen. In Duitsland durfde Jörg Friedrich in zijn boek Der Brand de legitimiteit van de geallieerde bombardementen op Duitse steden in twijfel te trekken. W.G. Sebald had dat een paar jaar eerder al gedaan. Alleen de eerste werd er heftig om aangevallen, want Sebald stond ideologisch buiten kijf. Dezelfde rolverdeling was er tussen Martin Walser (Ein springender Brunnen) en Günter Grass (Im Krebsgang) bij hun revisie van de geschiedenis.

De ideologie stuiptrekt in het moreel-geschiedkundige debat nog wat na, maar — zo stelde Chris van der Heijden onlangs in Vrij Nederland vast — het einde van de historische correctheid is nabij. Dat geldt niet alleen voor recente tijden. De historicus P.C. Emmer ontdeed de Nederlandse slavenhandel van een aantal mythen en hetzelfde probeerde de hispanist Robert Lemm met de Spaanse inquisitie.

Dat heeft alleen maar kans van slagen wanneer de schrijver er zelf geen geheime agenda op nahoudt. Bij Lemm ging vanwege zijn katholieke parti pris mis wat bij Emmer lukte. En ook Van der Heijden is in zijn illustraties weinig gelukkig. De Spaanse historicus Moa Rodriguez die hij als revisionist van de Burgeroorlog naar voren schuift, gaf als oud-Grapo-terrorist niet alleen zijn eigen leven maar ook de «linkse» geschiedschrijving zo’n radicale draai dat van de weeromstuit opnieuw de oude franquistische lezing te voorschijn kwam.

Hoe het ook al niet moet, bewees Jolande Withuis in diezelfde Vrij Nederland naar aanleiding van Een vrouw in Berlijn. Haar verbazing over de verzwegen Russische verkrachtingen doet wonderlijk aan bij iemand die promoveerde op «de mentale wereld van een communistische vrouwenorganisatie». Het politieke taboe verschijnt bij Withuis dan ook alleen maar om direct te verdwijnen achter de vaststelling dat «vrouwen steeds de vijand zijn op wie mannen zich wreken». Die laatsten zijn het dadervolk, ook al waren ze in dit geval de machteloze toeschouwers van de schending van hun vrouwen en dochters.

Het is niet de eerste keer dat de Tweede Wereldoorlog — net als alle andere — wordt voorgesteld als één lange gewelddaad van mannen tegen vrouwen. Ook dat is een revisie, maar voor de historische realiteit niet zo’n gelukkige. Met de officiële geallieerde geschiedschrijving deelt ze vooral de charme van de eenvoud.

Van der Heijdens optimisme lijkt dan ook rijkelijk voorbarig. Ideologisering is, bij wie er aanleg voor heeft, hardnekkiger dan de vraag naar kleur of genus daarvan. De grauwheid van het verleden is minder sexy dan de bonte carrousel der idées fixes. Mythen worden meestal afgelost door andere mythen.