In de twintigste eeuw wist je dat een regime in serieuze problemen was als gewapende mannen zich hadden verschanst rondom de radio- en tv-zenders van het land. Zowel coupplegers als bedreigde regimes stuurden hun machinegeweren als eerste naar de zendmasten en studio’s van de omroep. In deze eeuw is dat het internet geworden. Als het goed mis is, gaan Facebook en Twitter uit de lucht. Egypte, Turkije en een reeks andere landen maakten sociale media onbereikbaar als reactie op massa’s die bezit namen van de straat. Als de blackout lang aanhoudt, mag je ervan uitgaan dat het regime wankelt. Zoals in Myanmar.

Helaas wijzen andere aanwijzingen de andere kant op. ‘Opstanden gebeuren, revoluties worden gemaakt’, schreef de conservatieve historicus Richard Pipes over succesvolle staatsgrepen. Boze, wanhopige mensen die de straat op gaan: lastig voor een regime, zeker als het er veel zijn. Maar machthebbers moeten alleen echt oppassen voor de georga-niseerde groepen met focus, een plan, en meedogenloosheid. Zoals bij de Russische Revolutie, die Pipes verafschuwde.

Wie Pipes’ inzicht volgt, komt niet uit op een hoopvolle visie op de huidige straatprotesten in Myanmar. Dat is maar moeilijk verteerbaar voor wie reportages daarover leest en bekijkt. Er zijn weinig beelden zo ontroerend als die van jonge, ongewapende mensen, tieners vaak nog, die zo’n cynisch en wreed regime uitdagen als dat van Myanmar. Zeker niet als ze zo verbazend scherp samenvallen met onze films over rechtvaardige bevrijding: de opstandelingen hebben, in een wonderlijk geval van life imitating art, hun vrijheidssaluut gekopieerd van de filmserie The Hunger Games.

Myanmar? We hebben het land niet nodig

Maar hier lijkt zich geen Hollywood ending af te tekenen. Historici en politicologen die staatsgrepen bestuderen, concluderen allemaal hetzelfde. ‘Zolang het leger resoluut en verenigd blijft, hebben de revolutionairen eigenlijk geen kans’, verwoordde politicoloog Stephen Walt dat een aantal jaar terug in een De Groene-interview_. Het is een sombere constatering, maar wel een waar een dry-eyed beschouwing over Myanmar moet beginnen. Bijna alle regeringen van de wereld houden zich op de vlakte: niet omdat ze niet hopen op verandering, maar omdat er nog weinig aanwijzingen zijn voor succes. Gepassioneerde medestanders vragen dan om ‘ingrijpen’ van buitenaf, maar militaire acties op duizenden kilometers van huis tegen een strak georganiseerd regime – het is in elk scenario een enorme gok, en in het geval van Myanmar gewoon ondenkbaar. Op Myanmars Armed Forces Day, waar het leger vorige week honderd mensen doodschoot, waren diverse buurlanden op bezoek, plus grootmacht India en Veiligheidsraad-leden China en Rusland – de laatste liet zich uitgebreid in het zonnetje zetten als grote vriend.

Het regime van Myanmar, kortom, lijkt here to stay. Daar kun je op twee manieren mee omgaan: óf je wil er niets mee te maken hebben, óf je gaat toch met zo’n land in zee, en hoopt dat het zijn burgers beter behandelt. Westerse landen, inclusief Nederland, hebben het laatste nu ruim tien jaar gedaan. Daarbij gaat van alles samen: wensdenken over hoe ‘onze waarden’ via een magisch proces zullen beklijven op machthebbers daar, over hoe zakendoen met onze meest onverschillige bedrijven hen ethischer laat handelen, plus geostrategisch gewauwel dat de meest marginale landen, zoals Afghanistan of Syrië, omhoog praat tot doorslaggevende internationale kruispunten die onder geen beding mogen toevallen aan ‘Moskou’ of ‘Beijing’.

De waarheid is: al dat engagement helpt niks, we hebben Myanmar niet nodig, en ons geld kunnen we prima ergens anders verdienen. Obama ging in 2012 naar Myanmar, een paar jaar later ging het land aan de etnische zuivering en nu executeert het zijn jeugd. Shell helpt dat te financieren, met zijn gelikte website over mensenrechten, net als het Pensioenfonds voor Welzijn&Zorg, ABP, PME en investeerders PGGM en APG. Gewoon een persbericht: ‘Het pakte niet zo uit als we wilden, we gaan weg.’

Myanmar is bij uitstek een land dat we met alle plezier aan China moeten overlaten. China is een machtig land, het wil de leider van deze eeuw zijn. Wil het een instabiel buurland overeind houden dat zijn burgers en minderheden doodt? Wij kunnen het niet tegenhouden, dus laat maar zien. En als een revolutie wél slaagt, is het zeker welke kant een nieuwe democratie op zal kijken.