Economie

Revolutionair

Het revolutionaire advies van de commissie-Bakker bevat niets minder dan de ontbrekende hervormingsagenda van Balkenende IV. De kern van het rapport draait om de arbeidsmarkt en de vergrijzing.
Bakker gaat vele malen verder dan Donner ooit had durven dromen. Donner wilde iedere ontslagen werknemer voortaan de standaard ontslagvergoeding geven. Tegelijkertijd wilde hij die vergoeding maximeren en de gang naar de rechter stopzetten, omdat de ontslagaanvraag van werkgevers in meer dan 95 procent van de gevallen gegrond wordt verklaard.
De commissie stelt voor het ontslagvergoedingencircus volledig op te breken. De verwachte besparingen voor de werkgevers, zo’n vier procent van het loon, moeten zij voortaan storten in de levensloopregeling (‘werkbudget’ genoemd) van alle werknemers. Tegoeden in de levensloopregeling kunnen worden gebruikt om scholingskosten te betalen en perioden met een laag inkomen te overbruggen.
De verwachte ontslagvergoeding ‘achteraf’ wordt dus omgezet in loon ‘vooraf’. Oudere werknemers verliezen hun aanspraken op hoge ontslagvergoedingen. Flex- en deeltijdwerkers winnen; die krijgen nu een storting in hun levensloopregeling. Bakker richt de ontslagbescherming dus beter op kwetsbare werknemers. Zij worden daardoor misschien minder snel aangenomen. Maar dat wordt tegengegaan met loonkostensubsidies voor langdurig en onbemiddelbare werklozen. De arbeidsmarkt zal vooral flexibeler worden voor de minder kwetsbare werknemers.
Als een werkgever van iemand af wil, moet hij dat een maand van tevoren aankondigen. De werknemer kan daartegen bezwaar aantekenen bij de rechter. Feitelijk wordt daarmee de bewijslast omgedraaid. Werknemers moeten voortaan aantonen dat ze onterecht worden ontslagen. Dit voorkomt de massale gang naar de rechter door werkgevers met alle rompslomp rond werknemersdossiers.
Gedurende het eerste half jaar na ontslag moeten werkgevers het loon doorbetalen. In die periode worden werkgever en werknemer feitelijk tot elkaar veroordeeld om zo snel mogelijk een nieuwe baan te vinden. Werkgevers die veel mensen ontslaan, moeten veel loon doorbetalen. Ze krijgen sterke prikkels om de inzetbaarheid van hun personeel op peil te houden. Maar ook werknemers zullen zo snel mogelijk weer aan het werk willen, omdat het WW-regime sterk wordt aangescherpt. Een poortwachter toetst of werkgevers en werknemers zich voldoende hebben ingespannen om werk te vinden. Zo ja, dan krijgen werknemers nog maximaal een half jaar een uitkering. De kans om een nieuwe baan te vinden is het grootst in het eerste half jaar na ontslag. Daarna nemen de kansen gestaag af. Daarom stromen werknemers na een half jaar in een soort ‘gemeente-WW’. De gemeenten worden financieel verantwoordelijk voor de uitvoering. De uitkering duurt dan maximaal nog een jaar. De maximale WW-duur halveert naar 18 maanden.
Gemeenten hebben sterke prikkels om zo weinig mogelijk mensen in de WW te houden. Daarnaast zet Bakker in op bewezen effectieve instrumenten om werklozen zo snel mogelijk weer aan de slag te krijgen. Er is een participatieplicht en er mogen sancties worden toegepast. Veel minder mensen zullen daarom langdurig werkloos worden.
Ook zet Bakker de aanval in op de oplopende kosten van AOW en gezondheidszorg vanwege de vergrijzing. Het lage belastingtarief voor 65-plussers wordt geleidelijk opgetrokken naar dat van werkenden. In 2025 is de hele AOW gefiscaliseerd. Welvarende ouderen leveren hiermee een belangrijke bijdrage. Een deel van de opbrengst van de fiscalisering wordt gebruikt om een ‘doorwerkbonus’ voor oudere werknemers te financieren om zo de prikkel om langer door te werken nog sterker te maken. De pensioenleeftijd gaat bovendien meegroeien met de levensverwachting. Door langer door te werken, leveren de jongere generaties nog steeds de grootste bijdrage aan het opvangen van de kosten van de vergrijzing. De generaties van voor 1945 blijven (overigens terecht) buiten schot bij alle nieuwe voorstellen. Het is prachtig dat Bakker hiermee circa de helft dekt van de vergrijzingskosten.
Op hoofdlijnen is het een verstandig verhaal. Natuurlijk is ook kritiek mogelijk. Sommige werknemers krijgen meer betaald dan hun productiviteit, met name sommige ouderen. Daar verandert nu weinig aan. Tijdelijke loonkostensubsidies voor ouderen verkleinen weliswaar de kans dat zij werkloos worden, maar beter was geweest om de loonstructuur direct aan te passen door meer loon naar werk in plaats van naar leeftijd te betalen. Bakker stelt om dezelfde reden terecht voor de laagste CAO-schalen te benutten om meer laaggeschoolden aan het werk te krijgen.
De toetsing op de inspanningsverplichtingen van werkgevers en werknemers is de achilleshiel van het nieuwe WW-systeem. Het is nog niet goed duidelijk wat de verplichtingen precies inhouden en of ze wel goed geverifieerd kunnen worden door een uitvoeringsinstantie of een rechter. Hier speelt natuurlijk het ontslagrecht en daar doet Bakker geen uitspraken over; een gemiste kans. Wellicht kan ook de nieuwe drietrapsraket voor de WW een stuk eenvoudiger door de tweede trap helemaal weg te laten.
Het verder optuigen van de levensloopregeling is een weeffout in het plan. De levensloopregeling moet eigenlijk helemaal verdwijnen. Hoge inkomensgroepen profiteren daarvan het meest. Mensen worden bovendien aangezet om minder te werken, sneller met pensioen te gaan en minder te investeren in scholing. Dat kan niet de bedoeling zijn. Het is beter de bespaarde ontslagvergoedingen direct uit te betalen of de werkgeverslasten te verlagen, zodat de werkgelegenheid toeneemt.
Het is, tot slot, niet verrassend dat de vakbonden en de SP negatief reageerden op de langetermijnvoorstellen voor WW, fiscalisering AOW en pensioenleeftijd. Zij komen alleen op voor de insiders en verdedigen hun verworven rechten. Dat de VVD niet positief reageerde is onbegrijpelijk en lijkt alleen maar ingegeven door politiek opportunisme. Dat geldt ook voor CDA en PVDA. Om de verhoudingen in de coalitie niet verder op scherp te zetten na het ontslagrechtdebacle moesten zij natuurlijk welwillend ingaan op het rapport. Maar de langetermijnplannen werden onmiddellijk als ‘interessante gedachten’ afgevoerd van de politieke agenda. Alleen D66 en GroenLinks waren positief, met natuurlijk de nodige kritische kanttekeningen.
Het ontbreekt aan politiek leiderschap in Den Haag. Dat is nodig om de arbeidsmarkt open te breken voor outsiders en om de zorg en de AOW op lange termijn veilig te stellen. Gezien de peilingen heeft Balkenende IV niets meer te verliezen. Laten ze er nog iets van proberen te bakken.