Reynaert in Haarlem

Nederlandse stripuitgevers pakken traditiegetrouw flink uit tijdens de Stripdagen in Haarlem, die eens in de twee jaar worden georganiseerd. Ook dit jaar wachtten uitgevers met nieuwe uitgaven tot het begin van de zomer, of zetten ze een extra tandje bij om de boeken toch net op tijd geleverd te krijgen van de drukker uit China. Het is tenslotte leuker om nieuwe boeken te presenteren dan boeken die iedereen al in zijn schap heeft. Wat ook meespeelt is dat er veel auteurs signeren op de Stripdagen en dat is voor lezers een stimulans om een nieuw boek te kopen. Liefhebbers van het betere stripboek en exposities over strips verzamelden zich ook dit jaar in Haarlem om rond te struinen door de stad. Een paar van de meest interessante boeken die ze daar hadden kunnen kopen zijn de volgende drie: Blauwe pillen, Wilson en Reynaert de vos.
Blauwe pillen is een graphic novel of ‘grafische roman’ avant la lettre. Eindelijk is dit veelvuldig bekroonde boek, dat in 2001 voor het eerst verscheen en al aan zijn tiende druk toe is, vertaald. Frederik Peeters beschrijft in dit autobiografische, zwierig getekende boek zijn relatie met Cati, die besmet is met het hiv-virus. Als de twee elkaar voor het eerst ontmoeten, gebeurt er nog niet zo veel. Pas jaren later op een nieuwjaarsfeestje waar Cati zit te somberen, worden de twee smoorverliefd. Cati is dan al moeder van een zoontje dat ook hiv-positief is. Wat dat in de praktijk betekent voor een relatie lezen we in dit innemende, romantische verhaal. Hoofdpersoon Fred komt natuurlijk een hoop ellende tegen: zijn condoom scheurt een paar keer, elk wondje moet zo snel mogelijk worden behandeld (Cati controleert ’s ochtends haar tandvlees) en het is lastig om een jongetje van drie elke dag zijn doos vol pillen te laten nemen. De passages waarin Fred het vertrouwen probeert te winnen van Cati’s zoontje bezorgen je bijna kippenvel. Het zijn normale momenten in een relatie waarin een van de twee al een kind heeft, maar door de ziekte hangt er een emotionele lading over elke gebeurtenis. Zeker als het zoontje even later naar het ziekenhuis moet omdat het virus opeens actief wordt.
De huisarts legt Fred en Cati na weer een controle op infectie uit dat de kans op besmetting voor hem net zo groot is als dat ze in het centrum van Genève een witte neushoorn zouden tegenkomen. Die tekent Peeters prompt als groot dreigend beest achter Fred en Cati; een beeld dat je maar niet kunt kwijtraken. Aan het einde van dit verrassend lichtvoetige, intense verhaal plaatst Peeters de gebeurtenissen in een filosofische context. In een absurde droomscène discussieert Fred met een mammoet ('Als simpele mammoet denk ik dat je je innerlijke twijfels op de wereld projecteert’). Volgens de redenering van de mammoet is Cati’s ziekte (en de voortdurende confrontatie met de dood) wel een tegenslag, maar eigenlijk ook Freds grootste meevaller: 'Wees tevreden met het heden en geniet zolang het kan van wat eindig is…’
Een boek waar veel mensen naar uitkeken was 'de nieuwe Daniel Clowes’. Daniel Clowes was na Like a Velvet Glove Cast in Iron, David Boring en Ice Haven al een geliefd striptekenaar, maar toen zijn boek Ghost World werd verfilmd en een bescheiden hit werd, was hij opeens echt beroemd. Misschien is het na alle drukte van de verfilming, waar Clowes zelf actief aan meewerkte, opeens lastig om weer gedisciplineerd en bescheiden achter de tekentafel te kruipen, maar Wilson is tot nu toe Clowes’ minst geslaagde stripboek.
Wilson bestaat uit een aantal gags over dezelfde, onsympathieke hoofdpersoon. Wilson leidt een eenzaam leven, moppert op alles en iedereen, valt mensen lastig met irritante vragen en laat af en toe de hond uit. Tot hij op een dag ontdekt dat hij vader is van een volwassen dochter. De ontmoeting met die dochter verloopt stroef, net als het weerzien met de moeder. Wilson is een mislukkeling waar je als lezer steeds meer een hekel aan krijgt. Nu zijn de personages in Clowes’ boeken nooit bijzonder sympathiek, vaak betweterig en in ieder geval te classificeren als nerd. Toch was er altijd een unieke, broeierige sfeer die maakte dat je benieuwd bleef en het verhaal graag wilde uitlezen. Alsof er op de volgende pagina opeens iets heel vreemds en interessants kon gebeuren. Bij Wilson krijg je dat gevoel niet. Wilson leidt een leeg leven en dat zal altijd zo blijven. Die deprimerende uitzichtloosheid tekent Clowes dit keer gedeeltelijk in een nieuwe, strakkere stijl waarin zijn voorliefde voor oude krantenstrips (zoals Beetle Bailey/Flippie Flink van Mort Walker of Peanuts van Charles Schulz) duidelijk naar voren komt. Maar ook dat kan dit boek, dat ten onrechte wordt aangeprezen als 'grafische roman’, niet redden.
Wat een verademing is het dan om 'de nieuwe Marc Legendre’ te lezen. Na het imponerende drieluik over zinloosheid (Finisterre, Verder en Wachten op een eiland) weet Legendre met de verstripping van het 750 jaar oude Van den vos Reynaerde wederom te verrassen. Met de trilogie verraste Legendre, die ooit bekend werd met de kinderstrip Biebel, ook al. Hij hanteerde een radicaal nieuwe montagestijl, waarin hij met behulp van computerprogramma’s als Photoshop realiteit en grafiek soepel vermengde. Maar vooral inhoudelijk waren de filosofisch getinte verhalen over zinloosheid overdonderend. Niet voor niets was hij de eerste striptekenaar die met Verder de shortlist van de Libiris Literatuurprijs haalde (wat natuurlijk weer commentaar opleverde van enkele conservatieve literatuurcritici: 'Een stripboek is toch geen literatuur!’).
Reynaert de vos is een grafische bewerking van René Broens’ nieuwe vertaling. Het is even wennen aan de dieren die converseren via gezwollen verzen, maar na een paar pagina’s word je gepakt door het verhaal over de schurk Reynaert die de hele dierenwereld voor de gek houdt. Iedereen heeft schoon genoeg van de vos ('dat boosaardige dier’) die niets dan kwaad in de zin heeft. Een groep dieren beklaagt zich bij de leeuw Koning Nobel. Reynaert zou de vrouw van de wolf Isegrim hebben verleid, de haas Cuaert hebben verkracht en ook nog een kip hebben gedood. Als het lijk van de dode kip Coppe naar binnen wordt gebracht door de haan Canticlaer, is de maat vol. Er moet eindelijk iets worden gedaan aan de vos die alle regels aan zijn laars lapt. Nobel stuurt verschillende afgezanten die de vos naar het hof moeten slepen voor een rechtszaak, maar telkens is Reynaert ze weer te slim af. De beer Bruin brengt het er maar net levend van af, de kat Tybeert verliest een oog, maar de das Grimbeert, de enige vriend die Reynaert nog heeft, weet hem uiteindelijk over te halen. Maar Reynaert is zo glibberig dat hij zelfs de koning een loer draait en uiteindelijk toch buiten schot weet te blijven.
Een opvallend einde als je weet dat Reynaert wordt geïnterpreteerd als een (niet 'de’) 'antichrist’, die zich verzet tegen alle zeven lichamelijke werken van barmhartigheid. Maar in de Middeleeuwen kon er toch om gelachen worden; het gaat immers over dieren en is dus pure fictie. Dat en meer over de interpretaties van deze oude tekst lezen we in het verhelderende nawoord van Broens, die naar eigen zeggen zes jaar aan dit project heeft gewerkt. Het plaatst de oude tekst in een historisch perspectief nadat het eerst visueel is geactualiseerd door Legendre.
De tekenaar/computervirtuoos is steeds bedrevener geworden in de spectaculaire, grafische stijl, waardoor ook dit boek weer een lust voor het oog is. Het is echter niet alleen mooi, Legendre propt zijn pagina’s vol met symboliek, waardoor elke pagina ook een puzzel is waar je lang naar kunt kijken. Reynaert de vos is een merkwaardig boek, door de combinatie van oude rijmen en flitsende graphics, maar juist die onwaarschijnlijke mix maakt dat het boek ver boven de middelmaat van de meeste getekende verhalen uitstijgt.

FREDERIK PEETERS
BLAUWE PILLEN
Sherpa, 190 blz.,
€ 19,95

DANIEL CLOWES
WILSON
Oog&Blik/De Bezige Bij, 96 blz., € 19,90

MARC LEGENDRE EN RENÉ BROENS
REYNAERT DE VOS
Atlas, 132 blz.,
€ 24,90