Riet grabijn-van putten

‘Ik heb mijn hele leven nog niet zoveel mannelijke aandacht gehad’, zei zij nadat zij als eerste vrouw in de geschiedenis een SGP-partijcongres had bijgewoond. Maar ze is minder luchthartig dan ze klinkt, deze Rosa Luxemburg van het reformatisme.
ZIJ IS TEGEN abortus, tegen euthanasie en tegen fun-shopping op de Dag des Heeren. Zij heeft bovendien grote bezwaren tegen de wijze waarop het opportunistische CDA, hengelend naar nieuwe aanhang, zijn deuren heeft opengezet voor hindoes, moslims en atheisten, mensen die immers onmogelijk de grondslag van de Bijbel kunnen onderschrijven.

De Bijbel zit diep in haar gebeente. Aan de zondagen uit haar jongemeisjesjaren heeft zij louter positieve herinneringen. ‘Het begon al ’s morgens vroeg, als vader preludeerde op het harmonium over de een of andere psalm. Vanzelfsprekend gingen we tweemaal naar de kerk. Aan het koffiedrinken daarna en de heerlijke zondagsmaaltijd koester ik dierbare herinneringen. ’s Middags werden er spelletjes gedaan en vader tekende met de kleintjes of die werden voorgelezen door de oudere zussen. Na het avondeten gingen we gezamenlijk zingen.’
Aldus Riet Grabijn-Van Putten te Den Haag. Zij is een dame van middelbare leeftijd, echtgenote, moeder, en stenografe bij de Sociaal-Economische Raad. Geen politieke nieuwlichtster, want die bestaan niet in haar milieu. Wel een vrouw met leeuwinnemoed, die al tien jaar strijdt voor een der meest elementaire aller rechten: zij hoeft niets in de politiek, geen bestuurszetel en geen lidmaatschap der Tweede Kamer, zij wil alleen maar als vrouw binnen de politieke groepering harer keuze niet worden gediscrimineerd.
De politieke groepering harer keuze is helaas de Staatkundig-Gereformeerde Partij.
VADER CATS HEEFT het verschijnsel klankrijk berijmd: 'De man betracht de wet des lands, het wijf den wille van de man.’ De apostel Paulus heeft het op zijn beurt allemaal bedacht: 'Een vrouw late zich leren in stilheid, in alle onderdanigheid. Doch ik laat de vrouw niet toe dat zij lere, noch over de man heerse, maar wil dat zij in stilheid zij. Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva.’ (Tim. 2:1 1-13)
Hij was diegene die de baarmoedernijd rationaliseerde, het eeuwenoude trauma van de man die alles kan - doodslaan, echtbreken, oorlogvoeren en zich op wonderbare wijze vermenigvuldigen - maar die op dat ene terrein in de vrouw zijn meerdere moet erkennen: zij is diegene die kinderen baart. Zelfs Paulus heeft de rol van de vrouw in de Schrift niet kunnen herschrijven, niet de rol van Esther aan het hof van Ahasveros en niet de rol van Batsheba aan het hof van David. Maar er valt altijd wel een staatkundig-gereformeerde smoes te bedenken, die genoemde vrouwen tot uitzondering op de regel verklaart.
Riet Grabijn-Van Putten nam met deze smoezen geen genoegen. 'Ik ben bereid als lid van de SGP te bedanken’, zei zij, 'als mij op grond van Gods Woord kan worden aangetoond dat ik als vrouw geen lid mag zij van een politieke partij. Voor alle andere argumenten ben ik ongevoelig. Ik wil als vrouwelijk SGP-lid dezelfde vergaderingen en bijeenkomsten kunnen bijwonen als de mannelijke leden. Evenmin laat ik me royeren.’
RUIM TIEN jaar geleden werd zij, in een verrassende aanval van tolerantie, als vrouwelijk lid van de kieskring Den Haag genoteerd. Overigens tot grote ontstemming van de nabijgelegen kieskring, het behoudende vissersdorp Scheveningen. Toen mevrouw Grabijn vervolgens ook een partijcongres wenste bij te wonen, moest zij via een advocaat de toegang tot deze tot voor kort door nachtzwarte C&A-confectie gedomineerde bijeenkomst afdwingen. Zij beriep zich ten overstaan van het staatkundig-gereformeerde haantjesvolk op artikel 1 van de grondwet, dat discriminatie op grond van ras, geslacht of seksuele geaardheid verbiedt. ’s Anderendaags vond mevrouw Grabijn een toegangsbewijs bij de post, met de dringende bede van het SGP-hoofdbestuur er in Godsnaam geen gebruik van te maken.
Zij was gewaarschuwd: 'Die heethoofden van de Veluwe zullen je eruit gooien.’ Toch begaf zij zich, in het gezelschap van een handvol christenstrijdsters, naar het Congrescentrum in Hoog Catharijne. Daniel kan zich in de leeuwekuil niet onbehaaglijker hebben gevoeld. Mevrouw Grabijn heeft de confrontatie beschreven in haar pasverschenen boekje Ik wil het gewoon vertellen (Boekencentrum, Zoetermeer). 'We baanden ons een weg naar de garderobe en overal waar we passeerden, vielen de stemmen weg. Ik zeg tegen de vrouwen: Jongens, blijf maar bij moeders! Ik bleef maar zeggen tegen elke man die me aankeek: Goedemorgen… goedemorgen. Sommigen groetten terug, het merendeel niet.’ Het zwaarst had zij het gedurende de pauze, toen zij plotseling door het SGP-jongvolk werd belegerd. Een van die fundamentalistische snotneuzen 'hoonde en bespotte’ haar, 'wilde de lengte van mijn haar controleren dat in zijn ogen te kort was. Anderen deden ook mee, maar hij was de ergste. Ze lieten me geen moment uitpraten, waren boosaardig, maakten me belachelijk. Het was een afschuwelijke ervaring.’
Zij probeert andermaal de inmiddels vele malen gestelde vraag te beantwoorden, de vraag waarom zij ondanks alles in die vrouwvijandelijke SGP blijft en niet voor een partij als bijvoorbeeld het Reformatorisch Politiek Verbond kiest: omdat de SGP haar politieke thuishaven is, die zij zich niet laat afnemen. 'Ik heb de SGP in mijn bloed meegekregen, dat zit in je leven, dat hoort bij je kerk.’ Mevrouw Grabijn heeft trouwens een moderne en plausibele verklaring voor de masculiene territoriumdrift: 'Ik denk dat dit toch, al zal ik het nooit kunnen bewijzen, neerkomt op een bepaalde angst voor vrouwen.’
Het lijkt recht in de roos getroffen. De gemiddelde SGP'er is een 'brave huisvader’, constateerde Willem Breedveld, politiek redacteur van Trouw; het is een reformatorische janhen 'die bij moeder-de-vrouw niets in de melk te brokkelen heeft’. Behalve die plusminus tien uit hun verband gerukte, alles en niets bewijzende bijbelcitaten, zodat de SGP-patriarch zich althans in zijn vrije tijd - in vergadering met zijn medemannen bijeen - enigszins superieur kan voelen.
Daar komt nog bij, zegt de historicus J. P. Zwemer, zelf gepokt en gemazeld in het reformatorische Oostkapelle, dat de orthodoxen, vooral in de vissersdorpen, gebukt gaan onder een 'knagend schuldgevoel’. Zij zijn de gevangenen van hun eigen, explosief gestegen welvaart, terwijl karige kost, matigheid en ingetogenheid van oudsher tot de calvinistische deugden worden gerekend. 'Juist bij de hele zwaren zie je de dikste auto’s en de grootste meubels.’
Dus haten zij de rechtlijnige mevrouw Riet Grabijn-Van Putten op een wijze die niet van deze wereld is. Wat zouden zij haar graag royeren! Maar dat kan niet. Zij staat volkomen in haar recht in een natie waarin gelukkig niet de Schrift, maar artikel een van de grondwet de basis van de samenleving is.
Waren die mannen maar iets soepeler van geest. Dan zou mevrouw Grabijn geen vloek, maar een zegen voor deze reformatorische splinter zijn. Want die partij heeft de grootste jongerenorganisatie in den lande, waarbij de meisjes nota bene in de meerderheid zijn. Gouden bergen in het verschiet, totdat mevrouw Grabijn haar zusters wist te doordringen van het feit dat zij wel goed, maar niet gek zijn. De SGP dankte tot voor kort, volgens berekeningen, twee van haar drie kamerzetels aan zijn vrouwelijke aanhangers. Behalve bij de laatste verkiezingen, toen de SGP elfduizend stemmen - en daarmee een kamerzetel - verloor. De slag werd uitgevochten in Zeeland, een betrekkelijk licht gebied binnen de 'bijbelgordel’, en dus een wingewest voor de minder scherpslijperige RPF, die in die dagen zo verstandig is geweest de Zeeuw Leen van Dijke tot lijsttrekker te benoemen. Zo werd via hem, mevrouw Grabijn en de staatkundig-gereformeerde halsstarrigheid, de SGP nog verder in de marge van de Nederlandse samenleving gedrukt.
WAAROM ZOU JE als vrouw die kerels steunen? Vooral omdat de SGP, in haar universele Godsvertrouwen, inmiddels met meerderheid van stemmen heeft besloten de vrouwen van het lidmaatschap uit te sluiten. Behalve die ongeveer twintig vrouwen die al lid zijn, want hen zonder meer de straat op gooien, enkel en alleen omdat zij een rokje dragen, nee, dat mag niet van de rechter. Wel is genadiglijk door de SGP-mannen 'enige betrokkenheid’ toegestaan. Dat wordt dus weer, zoals vanouds, koffie zetten en Zeeuwse babbelaars uitdelen.
Over haar lijk, heeft Riet Grabijn-Van Putten besloten. Zelf heeft zij trouwens bij de laatste verkiezingen op het CDA gestemd. Het wijst erop, zo lijkt het, dat haar liefde voor de SGP wat aan het slijten is. Ik heb haar ooit, jaren geleden, eens aan de telefoon gehad. Dat was na die eerste gemengde SGP-vergadering waarop zij, zoals beschreven, vernederd en geschoffeerd is. Zelf deed zij nog luchtig over de wijze waarop zij in de wandelgangen werd bejegend. 'Ik heb, wat mannen betreft, mijn hele leven nog niet zoveel bekijks gehad.’
Werkelijk, zij is de Rosa Luxemburg van het reformatisme.