Rijden in een sleepnet

DE POLITIEKORPSEN van Rotterdam-Rijnmond en IJsselland zijn tegen de lamp gelopen wegens een wetsovertreding. Uit een rapport van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP), dat vorige week verscheen, bleek dat zij de kentekengegevens van álle automobilisten die rondom Rotterdam langs camera’s rijden tien tot meer dagen bewaren. De data zijn voor de politie lekker handig om vanachter het bureau uit te vlooien of iemand strafbare feiten heeft begaan. Zo niet, dan moet ze de gegevens vernietigen. Dat gebeurt niet, en is dus onrechtmatig.
Het registreren van kentekengegevens is in heel Duitsland een paar jaar geleden op initiatief van burgers via de rechter tegengehouden, omdat dit volgsysteem op zich al de privacy van burgers aantast. In Nederland daarentegen ondervindt de overheid vanuit de samenleving weinig weerstand tegen het observeren van bewegingen in de publieke ruimte en het vastleggen van allerlei privacygevoelige gegevens. Is dat omdat we, anders dan onze buren, een groot vertrouwen in de overheid koesteren?
Dat vertrouwen blijkt anders wel moeiteloos al twee jaar door de politie te zijn geschonden. En erger nog, het ‘vergrijp’ wordt vervolgens zonder schroom gesteund door de ministers Hirsch Ballin (Justitie) en Ter Horst (Binnenlandse Zaken). Zij stellen naar aanleiding van het rapport van het CBP in één adem voor om de wet dan maar aan te passen aan de prakrijk: ze kondigden een wetswijziging aan om de geregistreerde kentekengegevens tien dagen of veel langer door heel Nederland te kunnen bewaren. Niet de politie wordt op de vingers getikt, maar de ministers grijpen hun kans om wéér een digitaal systeem van burgerdata in te voeren.
De politie in Rotterdam motiveerde zichzelf naar aanleiding van het onderzoek schouderophalend met het argument dat 'het bewaren van alle kentekens leidt tot succes, zoals aanhoudingen in moordzaken’. Kunnen zij hun 'succes’ inderdaad aantonen met arrestaties van moordenaars?
Dezelfde rechtvaardiging hanteert de overheid. Om grote vissen te vangen zet je een breed elektronisch sleepnet in. Alle burgers worden daarin meegesleept want het zou best kunnen dat blijkt 'dat iemand strafbare feiten heeft begaan’. Een gewelddadige crimineel, een politieke extremist, iemand met een openstaande boete of iemand met een onkreukbaar burgerbestaan zitten gelijkelijk in de netten gevangen.
Als je niks op je kerfstok hebt, merk je daar inderdaad niks van. Wat er met al die dossiers gebeurt, weet je ook niet. Maar wel wordt steeds duidelijker dat de eerder geopperde vrees voor databuilding terecht was. Het verzamelen en scannen van gegevens geldt niet alleen voor gerichte profielen op basis van risicoanalyses, zoals het invoeren van systemen altijd politiek wordt verkocht. Het treft iedereen en de vastlegging werkt bovendien door naar 'later’, naar de toekomst. Iedereen is volgens de overheid in potentie verdacht - een attitude die niet getuigt van vertrouwen in de burgers. Criminelen weten overigens altijd de mazen van het net te vinden.