Muziek

Rijk en verfijnd

MUZIEK Apparat

Eens in de zoveel tijd ontsnapt er uit de kelders van de elektronische muziek iets wat een groter publiek bereikt. T. Raumschmiere, Aphex Twin en Jamie Lidell zijn een paar van die figuren die dit bewerkstelligen. Hetzelfde kan Apparat overkomen. Zijn nieuwste langspeler Walls bevat eerlijke pop, zonder dat hij er zijn afkomst mee verloochent.

Een paar jaar terug maakte de Berlijner nog elektronica vol zijweggetjes en dwaalsporen, muziek waarbij het experiment en het avontuur voorop stonden, zowel voor de maker als de luisteraar. De luisteraar moest zelf zijn weg zoeken in abstracte ritmes, verborgen melodieën en digitale verstoringen. Maar op een gegeven moment werd zijn toon milder en minder afstandelijk. Het ging niet meer alleen om ontregeling en extremiteiten. Steeds vaker werden de doolhoven naar achteren geschoven, zodat de melodie een prominente plek kreeg. Het album vol pluizige technopop dat hij vorig jaar met Ellen Allien maakte, bevestigde dat hij de abstracte hoek definitief had verlaten.

Daarom is het niet bepaald verrassend dat op Walls zoete ballads worden afgewisseld met epische dansnummers. Apparat doet er alles aan om de luisteraar te behagen, al blijft dat vreemd voor iemand die vroeger elk sentiment uit de weg ging. De sfeer op het album is zorgeloos en opgewekt, met hier een daar een ondertoon van naïeve melancholie. Dankzij zijn jarenlange ervaring met zijn apparatuur en zijn (zelfgemaakte) software, kan hij die stemming perfect regelen. Hij kleurt met simpele emoties en blijft overal netjes binnen de lijntjes, waardoor de luisteraar direct hoort wat er aan de hand is. Tegelijk is zijn invulling zo rijk en verfijnd dat het nergens gaat vervelen, mede dankzij de twee violistes die het album met hun fiere spel nog meer dynamiek geven. De nummers verschieten moeiteloos van euforisch naar beheerst en weer terug.

Ook al is hij over zijn opstandige trekken heen gegroeid, het lijkt er niet op dat Apparat met dit album concessies heeft gedaan. Daarvoor is het als popalbum veel te uitgesproken. Onder de weelderige melodieën en de ingetogen zang bevinden zich genoeg scherpe randjes en onverwachte wendingen, waardoor het na tien luisterbeurten nog steeds ingenieus klinkt. Op het schitterende Arcadia schuiven brombasjes, luie melodieën en de lijzige zang van de knoppendraaier ineen tot een voorspelbaar liedje; pas in tweede instantie blijken er allerlei gekke hoekjes en ornamentjes aan te zitten zodat het nummer steeds meer smoel en karakter krijgt. Apparat heeft het minimale aan verstoringen gebruikt om de zoetigheid wat pit te geven. Alleen die albumtitel staat er wat vreemd bij, sinds alle muren voor de luisteraar zijn verdwenen.

Apparat, Walls (Shitkatapult/N.E.W.S.)