‘rijk? wat is rijk?’

Het kan werkelijk niet op. Dankzij de hoogconjunctuur blijven bomen de hemel ingroeien. Nederland heeft definitief met het calvinisme gebroken. Zowel in Laren als in Amsterdam, zowel in Aerdenhout als op de luchthaven Schiphol. Houdt deze extreme welvaart stand of sluimert er onder het volk al iets van onbehagen?

NA VIJF UUR vliegen stijgt gemor op onder de inzittenden van de Martinair Boeing 747. ‘Vorig jaar waren we na drie uur al in Spanje’, klaagt een passagier. De vierhonderd vakantiegangers van touroperator Q International worden onrustig. Ze hebben allemaal 799 gulden betaald voor een vakantieweek aan de buitenlandse kust, all-in sun and fun, met drie maaltijden per dag en onbeperkt bier en wijn. Ze hebben geboekt voor Isla Margarita.
Een andere passagier windt zich op: vijf uur vliegen naar Spanje is ook haar te lang. Er ontstaat een twistgesprek wanneer een derde passagier meent dat Margarita honderd kilometer ten zuidwesten van Spanje ligt. 'We waren er vorig jaar anders allang, hoor!’ mainteneert de eerste passagier. Na negeneneenhalf uur vliegen braakt de jumbojet honderden licht verdwaasde Nederlanders uit op Isla Margarita, het holiday-resort onder de Venezolaanse kust. Ze hebben Zuid-Amerika geboekt, niet de Costa Brava. Het genereert maar heel even een lichte verbazing. 'Zijn we dan niet in Spanje?’ weet iemand nog te vragen. Maar dan is daar de zon die nooit ondergaat en de eindeloze zee en de Nederlandse hostess - so who cares?
OVERVLOED en welbehagen. Het kan niet op. Het gemurmel van de laatste onheilsprofeten is weggeëbd in de Economie van het Méér. Nimmer duurde hoogconjunctuur zo lang, reikten de toppen van de bomen hoger. Nimmer was weelde zo pralend. Gaven zo velen zich kommerloos en ongebreideld over aan het grote genieten.
Zucht het land op een zondag in september onder een late zomerzon, staan op Schiphol mensen nerveus een rij te formeren voor een van de loketten van een luchtvaartmaatschappij. Vakantievlucht nummer zoveel vertrekt straks. Maar het had ook een andere vlucht kunnen zijn. Tenminste, als het aan de meneer en mevrouw ligt die op de foto worden gezet door hun ouders (of schoonouders).
'We wilden met de caravan op vakantie dus we waren aan het zoeken. Maar het is moeilijk. En die caravan, dat is altijd een ontzettend gedoe. Je wordt er ontzettend moe van. Dus toen dachten we…’
'Last minute, dachten we toen’, neemt zijn vrouw over.
'Want ze gaan op huwelijksreis.’ De vader (of schoonvader).
Niet met zijn vieren dus?
Nee, met zijn tweeën. Vader en moeder zijn hier alleen voor het uitzwaaien.
En waar gaat de reis naartoe?
'La Palma. Mallorca is dat. Heerlijk.’
En daar schijnt de zon?
'Daar schijnt altijd de zon, dat heeft het reisbureau verzekerd. En er is een zwembad bij, dus ons hoor je niet klagen.’
'Het is te gek daar, op La Palma. Hè An?’
An knikt. Het is daar fantastisch, daar ver weg.
Of ze van tevoren wisten wat ze precies wilden? Hadden ze een bepaalde bestemming in gedachten?
'Nee. We zijn gewoon naar de last minute-balie gegaan en we hebben uitgekozen wat het leukste leek.’
Of ze het zomaar konden betalen?
Vroeger, leggen ze uit, móesten ze wel met de caravan op reis. Tegenwoordig kunnen ze zich meer veroorloven.
De last minute-reiziger kan voor een schijntje de wereld over vliegen. 'Alleen dromen zijn goedkoper!’ Campingvluchten vanaf Schiphol: Mallorca, Gerona, Reus, Malaga, Antalya en Agadir voor 298 gulden. Tenerife voor 398. Reisorganisator Neckermann heeft een eigen last minute-receptie. De medewerkster mag niet vertellen hoeveel mensen op het laatste moment een vakantie boeken. Ze mag helemaal niets vertellen. Orders van het hoofdkantoor, meneer.
An en haar man hebben geboekt bij L'Tur (bijna net zo goedkoop als dromen, maar: 'Omdat iemand altijd de door u begeerde reis voor uw neus kan wegfaxen, moeten wij een voorbehoud maken’). 'Dat vindt u alleen bij ons. Dagelijks meer dan tienduizend reizen met vertrek binnen veertien dagen. Tot de helft goedkoper dan de officiële reisgidsen. Hoe kan dat?’
Dat kan doordat luchtvaartmaatschappijen, reisorganisaties en hotels veertien dagen voor vertrek vaak nog plaatsen over hebben die ze sterk afgeprijsd aanbieden aan vakantiemakelaars. Die maken op Teletekst de laatste mogelijkheden bekend.
Op 12 september om 15.58 uur konden we kiezen uit meer dan tienduizend last minute-reizen: voor een habbekrats (529 in plaats van 909 gulden) zeven dagen naar Gran Canaria, naar Santa Cruz de la Pal (419 in plaats van 978 gulden) of naar Palma de Mallorca in een tweepersoons hotelkamer halfpension geheel verzorgd in de hogere luxeklasse (1045 in plaats van 1449 gulden).
An en haar man gaan naar Palma de Mallorca. Een bewuste keuze?
Ach, bewust… 'Als we maar niet met de caravan hoefden. Dan was alles goed. Ja, en de zon moest schijnen. Verder maakte het ons niks uit.’
Waar Palma precies ligt?
'In Spanje toch?’
Een ander koppel vertrekt zometeen naar Santo Domingo. Gisteren geboekt, vandaag weg.
'We waren verschrikkelijk aan vakantie toe. Even een weekje ertussenuit. We hebben allebei hard gewerkt, dus we vonden dat we het wel hadden verdiend.’
Voor het eerst dit jaar op vakantie?
'Nee, we zijn al wezen skiën. En in mei een paar daagjes Rome.’
Santo Domingo? Waar ligt dat ook al weer?
'Ergens in Zuid-Amerika, toch?’
Dominicaanse Republiek, dacht ik.
Ze lachen. 'Daarnet hoorden we iemand zeggen dat hij niet wist waar hij naartoe vloog maar dat dat hem niks uitmaakte. Als het maar niet Nederland was.’
Schiphol meldt dat zich elke dag vele mensen vervoegen bij de last minute-balies. Zo'n tien jaar geleden is het begonnen, deze manier van vakanties boeken, maar de afgelopen vier jaar nam het een werkelijk hoge vlucht.
'Mensen gaan tegenwoordig nou eenmaal vaker op vakantie dan vroeger. En de bestemming is bij de last minute-boekers niet van doorslaggevend belang. Ze hebben een bepaald bedrag in hun hoofd, en een aantal dagen. Wat ze kunnen krijgen, dat nemen ze. Soms weten ze niet eens waar ze heen vliegen.’
Wat ze ervan vindt?
Ze vindt er niets van.
De baliemedewerker van L'Tur bevestigt de enorme toeloop. Dat het de mensen nauwelijks moeite kost om een paar duizend gulden uit te geven aan een relatief korte vakantie naar een plek die alleen interessant is omdat er een strand is en de zon er schijnt. Niks omgeving, niks aantrekkelijk land, niks cultuur. Weg, in de zon, af en toe omdraaien en dan weer terug. Want iedereen heeft hard gewerkt, dus hebben ze het verdiend.
IN AMSTERDAM wordt de Gouden Bocht sinds drie jaar weer bewoond. 'Er is ook nog andere welvaart dan televisie’, zegt tv-producent Jan Meulendijks (57). Meulendijks deed in spelletjes. Babbelonië, Dinges, Tien voor taal - het is allemaal bedacht door Meulendijks en partner Bart Schuil. 'Rijk? Wat is rijk?’ Ze hebben hun schaapjes op het droge door dertig jaar televisiecultuur. 'Het spel is van alle tijden.’
Lang nadat de oude familles capituleerden en de Herengracht uitleverden aan het bank- en kredietwezen, sloopten Meulendijks en zijn vriend de systeemplafonds van het filiaal van de Deutsche Bank, trokken de door het marmer gefreesde computerbekabeling uit de vloer en restaureerden het kapitale pand in drie jaar terug naar de achttiende eeuw. Meulendijks bewoont een stadspaleis. Grisailles van Jacob de Wit, consoles, pendules, geschilderd behangsel; enfin. Alles, bijna alles, is mooi en Louis Seize of empire. En alle suikerpotten dragen zilverkeuren. Alles gekocht. Géén krijgertjes van tante Eulalie. Absoluut Nieuw Geld. Smaakvol; de gecultiveerde smakeloosheid van de adel logenstraffend.
Meulendijks staat in het trappenhuis, sober naar de tijd gerestaureerd. Geen noot te veel. Geserreerd: 'Ik wil niet echt letterlijk te koop lopen met mijn rijkdom. Maar kijk hoe mooi dit huis geworden is! IJdelheid en zelfbevestiging spelen natuurlijk mee. Ik wil mensen laten zien wat ik bereikt heb.’ Sans gene. 'Gene is er niet, dat draag ik duidelijk uit door midden in de Gouden Bocht te wonen.’
Geen welopgevoed mens resideert nog als zodanig, niet althans in de stad. Dat is bijna code. De tijden zullen veranderd zijn, want het patriciërsoordeel laat Meulendijks onbewogen. 'Oud Geld interesseert me niet. Ik ken helemaal niemand uit die kringen. Heb niet de neiging ze op te zoeken, nog minder het verlangen door ze geaccepteerd te worden.’ Vorige week in de Hermitage zagen ze een jongen een Van Heem naschilderen. Ze bestelden een kopie. 'Ik vind dat niet fout, ik vind het mooi.’ Vrienden zijn de maat der dingen, en geld omdat je er tijd en vrijheid mee koopt. 'Ik ben zielsblij dat ik niet meer naar Hilversum moet. De laatste jaren kreeg ik een steeds grotere hekel aan de televisiecultuur. Onbenullige mensen. Steeds meer geldbejag. Meer en nóg meer. Die enorme hebzucht, het begon me tegen te staan, so greedy! Televisie verwordt de laatste jaren. Ik ben wel eens bang dat er geen beheersing meer is.’ Hij mag dan Neerlands spelletjeskoning zijn, kokhalzend zag hij onlangs 'een nieuw en allerwalgelijkst spel’ waarin je mensen aan flarden schiet. 'Alles wordt normaal.’
Zo ook rijkdom. Welvaart went. Alleen zijn moeder van vierentachtig verdwaalt regelmatig in het grote huis. 'Ze raakt nog steeds de weg kwijt. De welvaart van de laatste vijf jaar is uitgesprokener dan die van de hausse van tien jaar geleden. In 1988-89 had je ook die euforie van het gaat steeds beter. Toen sprak men nog van yuppen. Nu is de groep van tweeverdieners groter, de welvaart langduriger, het poldermodel stabieler. ’t Is niet nieuw, het is weer anders. Nog uit gesprokener. De Azië-crisis was een dip in een opgaande lijn. We leven in het fin de siècle en heel de wereld kijkt naar Nederland.’
Het huis heeft zijn leven veranderd. 'Gevulder en rijker in de geestelijke zin, vooral. We hebben door het speuren naar de inrichting heel veel nieuwe en leuke mensen leren kennen die je met een gewoon rijtjeshuis niet zou ontmoeten. Je wordt gevraagd vanwege de status die een huis als het onze heeft. Zo'n huis zorgt voor uitnodigingen van allerlei aard. Je moet je eraan overgeven. Maar in het kiezen van vrienden ga ik zorgvuldig te werk.’
Misschien is Meulendijks au fond wel minder rijk dan het Oude Geld dat wegtrok, maar hij geniet ervan. 'Ik kan doen wat ik wil, eten waar ik wil, gaan waar ik wil op de manier waarop ik wil.’ Vorig jaar verkocht hij zijn productiebedrijf aan Endemol. ’t Bijtertje onder de zakenbladen sprak van een bedrag van x miljoen.
Meulendijks lacht, vrij ontspannen. Betrapt zich op onverwachte reserve. 'Niemand heeft daar iets mee te maken. Ik voel me onprettig bij het spreken over bedragen. Ik weet eigenlijk niet waarom. Ik sta er niet zo bij stil waaróm. We zijn er in tegenstelling tot Amerikanen waarschijnlijk niet in opgevoed’. Peinzend: 'Gene en de dwang tot bescheidenheid spelen wellicht toch nog wel een rol.’
De hervormde kerkraad te Aerdenhout had zich zorgen gemaakt over het vele geld. En ook dominee zag God met mammon in felle strijd gewikkeld. En mammon wint in Aerdenhout op punten. Dus heeft dominee wat mensen bij elkaar geroepen. Topmensen uit het bedrijfsleven, want die zijn in de Aerdenhoutse kerkgemeente ruim voorhanden. Kees Storm van Aegon, Alexander Rinnooy Kan van ING, Gerlach Cerfontaine van Schiphol. Veel Nieuw Geld. Veel optieregelingenprofiteurs.
'Tussen God en Goud’ noemde dominee Smalbruggen het bezinningsmoment. Hij is uiterst behoedzaam ten aanzien van zijn kerkgangers, want, laat het duidelijk zijn, je kunt niet vanaf de kansel met verdoemenis dreigen. 'Als je rijkdom aan de kaak wilt stellen moet je af van het moraliserende vingertje. Dat is geen interessante manier om de spanning voelbaar te maken. Wil je als kerk enige invloed uitoefenen, dan moet dat via diplomatie.’
Hij heeft niet het idee dat de welvaart aan het doorschieten is, al meldt De Telegraaf juist dit weekeinde dat alleen al bij het Aegon van gemeentelid Storm vorig jaar voor driehonderdvijftig miljoen gulden aan opties is uitgekeerd.
Er zit, vindt Smalbruggen, wel een grens aan persoonlijke welvaart. 'Maar de mensen denken sowieso al lang na wat geld is en wat ze ermee willen. Denkt u nou heus dat als ze een x miljoen erbij krijgen ze zich daarover niet ernstig hebben beraden?’
De lidmaten nemen hun verantwoordelijkheid, is de overtuiging van de dominee: 'Een van de gemeenteleden zei laatst nog: “Laat de kerk rustig bevragen, zo word ik aan het denken gezet.”(’ Slechts een enkeling trok van leer tegen de zelfvergeven bonussen. Zonder zichtbaar resultaat. Dominee Smalbruggen is geen calvinist: 'Het ging mij om het gesprek. Pro en contra geld. Een forum is niet de plaats voor persoonlijke rekenschap.’
Een deelnemer aan het praatgroepje, zelf Oud Geld - 'het gaat niet om het noemen van namen, ook niet om de mijne’ - lacht hard bij de herinnering. 'Storm van Aegon keek een beetje zuur, want die had net een hele hoop geld gekregen. Iedereen praatte over de verantwoordelijkheid die het hebben van geld met zich meebrengt en we vertelden allemaal hoeveel goed we er mee doen. Maar zolang we in deze wereld verwijlen jagen de meesten van ons toch hun eigen genoegens na. Als ze heel oud zijn denken ze aan hun nageslacht. Maar vaak ook niet, omdat ze twee of drie keer getrouwd zijn. Hun einde is diep tragisch. Je kunt niets meenemen in je graf.’
Een gefortuneerde zakenman schildert het dilemma: 'Het gekke verschijnsel is dat hoe meer geld je hebt, hoe groter de angst is het te verliezen. Dus maak je meer geld. De drift wordt steeds groter. Niemand overigens beklaagt zich slaaf te zijn van het geld, niemand zegt daarvan te moeten afkicken. Pas toen de Titanic tenonderging boden rijke mensen die geen plaats meer vonden in de sloepen vermogens aan omwille van het vege lijf. Zo'n ramp is nodig om mensen te wekken.’
Maar rimpeling gaat voor ramp. De Azië-crisis lijkt een voorbije anekdote zonder noemenswaardige consequenties. Zoals een lichte attaque tweede jeugd instigeert. 1 'Toen de beurs weer naar boven ging, ging het grote graaien door. Toen werden ze allemaal wakker.’ Onno Ruding, tweede man bij de Citybank, toucheerde miljoenen aan opties. In het Aerdenhoutse geruchtencircuit houdt men het op honderd miljoen dollar. 'Maar’, zo relativeert een bankier, 'je moet in plaats van dat dollarteken een principieel yenteken zetten. In een mensenleven decimeren fiscus en inflatie je vermogen. Geloof me, tien miljoen is niets.’ Noodgedwongen mikt hij dus op vijftig miljoen.
MENS EN welbehagen. In Lelystad, waar de Richards wonen, roepen mensen uit de armere buurten wel eens vanaf het fietspad: 'Rijke stinkerds.’ Of: 'Vuile beleggers.’
'Dat slaat nergens op’, verzucht Joke Thomas-Dijkgraaf. 'We zijn hier totaal niet snobistisch. Het is niet meer als vroeger, heel veel mensen zijn rijk. Ook steeds meer jonge stellen.’ Echtgenoot Thomas Richard vult aan: 'Nick van Sabrina, die piloot met die Porsche, is pas achtentwintig.’
Het is vrijdag, half één in de middag. De Richards gebruiken de lunch op het verlaagde terras achter in hun tuin. Een tuin die tot op de laatste begonia is aangelegd door een lokale tuinfirma. 'Wij haten tuinieren’, zeggen de Richards. 'Voordat we hiervan hoorden ging onze voorkeur eigenlijk uit naar een penthouse.’
Er is royaal gedekt, een fleurig tafelkleed reikt tot aan de grindtegels. In het middagzonnetje glimmen op porseleinen wedgwoodschaaltjes plakjes Ardennerham, rosbief en tien soorten kaas. In schaaltjes filet americain en garnalensalade. De pistoletjes worden dik belegd en met mes en vork decent in stukjes gesneden.
Joke is een bijna gepensioneerde stewardess, Thomas is Director Division Transportation Program Management Airlines & Airports bij Siemens. Ze woonden op stand in Abcoude maar keken al een tijdje uit naar iets ruimers. Iemand vertelde ze over het pas opgeleverde Flevo Golf Resort in Lelystad. Driehonderdvijftig royale villa’s, keus uit zes verschillende typen, gelegen aan de rand van een achttien-holes golfcourt. Thomas, golfgek als hij is, was direct verkocht. Joke weifelde maar ging overstag toen de makelaar vertelde over het woud dat zich uitstrekt achter de golfbaan: daar kon ze uren wandelen met de hond. Welkom extraatje was de naastgelegen IJsselmeerdijk, waarover ze ’s(avonds na copieus gedineerd te hebben bij sterrenrestaurant Jan Goos met ondergaande zon huiswaarts kunnen kuieren.
'Moet je opletten.’ Vanaf het terras werpt Joke een half pistoletje in het pittoresk bedoelde slootje dat hole zeventien van hun achtertuin scheidt. Meteen komen twee dikke karpers aan de oppervlakte om zich tegoed te doen aan de lekkernij. 'Die karpers zijn uitgezet door Unigolf’, legt Thomas uit. Unigolf beheert de golfbaan en heeft de driehonderdvijftig villa’s eromheen laten bouwen. De bewoners konden kiezen uit zes verschillende typen.
De Richards kozen voor de achteneenhalve ton kostende Sarasota, gelegen aan de Birdielaan. 'Met zijn ver overstekende dak en opvallende eerste verdieping heeft Sarasota iets weg van een Chinese pagode’, staat in de glanzende makelaarsfolder die Thomas binnen uit een van de eikenhouten ladekastjes te voorschijn trekt. Joke heeft de inrichting van de Sarasota voor haar rekening genomen. De meubelen zijn van riet of hout. 'Joke heeft het gevoel van warmte in huis willen brengen’, verklaart Thomas. De kunst is oosters. Pronkstuk: een robuust gouden boeddhabeeld in de hal.
Hoewel ze nog zoeken naar een vakantiehuis in Spanje zijn de Richards voorlopig tevreden. 'Gisteren bijvoorbeeld’, zegt Thomas. 'Ik was voor zaken in München. Vlieg ik terug, kom ik hier, is het gewoon helemaal perfect.’ Vanochtend heeft hij nog even gewerkt, op de eerste verdieping waar een van alle gemakken voorziene werkkamer is ingericht. Vanmiddag om vier uur gaat hij een balletje slaan met de buurman. 'Dat is toch iets geweldigs, dat je zo vanuit je tuin op het court staat’, zegt hij terwijl hij voor gaat naar de inpandige garage. Daar staat zijn 'caddiecar’, een elektronisch wagentje waarmee de zware clubtas van de ene naar de andere hole gereden wordt. 'Ideaal. In Nederland zijn menselijke caddy’s not done.’ Trots toont Thomas zijn favoriete, glimmend opgepoetste lange-afstandclub.
'Jech, wat een enge tongetjes’, gilt Joke vanuit de tuin. Vanaf het terras voert ze een ganzenfamilie die oorverdovend om een hapje brood gakt. In de verte maakt een schim een slaande beweging. 'Godallemachtig.’ Thomas gooit zijn sigaar sissend in de sloot en houdt zijn hand boven zijn ogen. 'Dat is Jan Fokkens, de clubkampioen.’ Met een zacht plofje komt een geel balletje neer in een klein afgegraven deel van het gras. 'Hij slaat hem in de bunker, dat is niet best.’ Als de kampioen op eenzelfde soort maanwagentje als Thomas in zijn garage heeft staan naderbij is gekomen, zwaaien de mannen beleefd naar elkaar. 'Het sociale gebeuren is hier fantastisch’, zegt Joke die een light-sigaret opsteekt.
Thomas gaat de serre binnen en komt terug met drie foto’s van een seventies party die ze onlangs organiseerden. Op de foto staat een hossende, als hippies uitgedoste menigte - stomdronken zo te zien. 'Bijna iedereen uit de buurt was er.’ Ze wijst de huizen aan waar de feestgangers wonen. 'Er was ook een goede vriend van mij’, vertelt Richard. 'In het dagelijks leven is hij militair, een strenge man die heel correct loopt. Maar als hippie was hij ontzettend geslaagd.’
Vier uur. De buurman over de heg. Op het elektronische karretje snorren de mannen naar hole één. Het weer is goed, lekker warm en een beetje wind. Richard juicht na zijn tweede slag op hole elf. Schouderklopje van de buurman. Het balletje is tot stilstand gekomen op nog geen decimeter afstand van het gat.
'BENG BENG BENG!’ Op de Gooise heide tussen Bussum en Laren wordt de sabbatrust schokkend verstoord door geweerschoten en mitrailleursalvo’s. De oorlogsgeluiden zijn afkomstig van het militaire oefenterrein dat naast Asielzoekerscentrum Craïlo ligt - kennelijk interesseert het de leiding niet dat onder asielzoekers wellicht ook mensen zitten die juist een oorlog zijn ontvlucht. Zoeken ze even rust, dan kunnen de asielzoekers het Laarderhoog afdalen tot in Hollands eigen Beverly Hills, want rond Laren en buurdorp Blaricum wonen ze: de Anita Meyers, John de Mollen en René Frogers.
Laren, een villadorp van een kleine twaalfduizend inwoners, eindigt steevast in de top-vijf der rijkste gemeenten van Nederland. Sinds de jaren tachtig heeft steeds meer Nieuw Geld er een bestemming gevonden.
Deze verrassend zonnige zaterdagmiddag etaleren de bewoners zichzelf en hun rijkdom. Vele soorten dure auto’s zoeven langs, redelijk hilarisch zijn de sporadisch voorbijglijdende, veel te glimmende motoren met daarop potsierlijke heren van middelbare leeftijd in bandplooispijkerbroek. Wie de jongens ziet met mooie polo en opgeföhnd kapsel, van een spiegelzonnebril voorzien, weet dat soapseries nooit meer dan een slap aftreksel van de werkelijkheid kunnen zijn. De mannen zien er soms uit of ze bijna ontploffen, en of ze nu in stropdas of in vrijetijdspakje gaan, allemaal lijken ze een beetje op Matthijs van Heijningen. De honden dragen roodgeruite boerenzakdoeken. Het mooist zijn natuurlijk de vrouwen, want dit is het dorp dat maar één leeftijd kent, een dorp waar jonge vrouwen er te oud uitzien en oude vrouwen te jong: álle vrouwen zijn hier Gooise meisjes van veertig.
De hoofdstraat biedt niet het gebruikelijke rijtje Blokker, Etos, Zeeman, Hema en Jamin, maar allerlei 'boetiekjes’, juweliers en winkels met onduidelijke maar dure spullen. Bij een cadeauwinkel zijn picknickmanden te koop, een voor vier personen kost 1085 gulden. Bij de juweliers liggen in de etalage diamanten, saffieren en smaragden sieraden, sommige van meer dan tienduizend gulden.
Het talrijkst zijn de modezaken. Bij De Smederij, een winkelcentrum zo gestyled dat het vooral niet op een winkelcentrum lijkt, zegt een verkoopster tegen een vrouw die bijna uit een veel te strak truitje explodeert: 'Wat een schatje, hè.’ Cliënte met stalen grijns: 'Ja, ik vind hem heel lief.’
Een winkelier heeft het door: kopen is een feest en dus heeft hij zijn uitgestalde kleding gedecoreerd met champagneflessen. Hij heeft ook zo'n populair zithoekje dat de mogelijkheid biedt tijdens het uitrusten gewoon door te kopen. Twee dames zitten bij de pashokjes te babbelen over waar ze in het najaar naartoe zullen gaan. Een derde verzucht: 'Ach, je kunt tegenwoordig nergens meer heen zonder bedenkingen, al die aardbevingen en zo.’
Even verderop blijken in de kindermodewinkel alle merken aanwezig: DKNY, Timberland, rugzakjes van Scapa. Kortgeleden is een nieuw winkelcomplexje verrezen. Twee dames lopen er verveeld langs. 'It hasn’t got any atmosphere’, zegt de een. De ander: 'Yes, I think it’s Jan des Bouvrie.’ Kak zien ze er overigens niet uit, daar zijn ze veel te glamoureus voor. Met haar, hakken en tieten hoog de lucht in zijn ze meer van het I fucked Mick Jagger-type. Hun vormbeheer verraadt ijzeren discipline. Ogenschijnlijk hebben ze hun laatste vaste voedsel binnengekregen zo om en nabij het jaar 1976.
Het explosief gestegen aantal horeca-uitspanningen maakt duidelijk wat een immense omwenteling hier in slechts een paar jaar tijd heeft plaatsgevonden. Nog maar enkele jaren geleden telde Laren een terras, zomer 1999 zijn het er zes - twee aanvragen liggen nog te wachten. Eén is bedoeld voor de - onvermijdelijke - tapasbar; het andere voor het onlangs herbouwde Hamdorff-hotel, ooit pleisterplaats voor kunstenaars, schrijvers, artiesten en andere bohémiens, maar anno 1999 herbouwd als winkel- en appartementencomplex met horeca-uitspanning.
Sinds rond de eeuwwisseling de schilders van de Larense school de sfeer van een kunstenaarsdorp creëerden, trekt Laren. Maar wat gebeurt er wanneer, zoals nu, zo veel geld zo snel een dorp overstroomt? Dan laten mensen gouden kranen installeren, stijgt de woningprijs naar een gemiddelde van meer dan twee miljoen. In Laren wordt ook nog eens de eeuwigheid gekocht. Laren is waarschijnlijk het oudste dorp van het Gooi, en dat moeten we weten ook. Niet door het te bewaren of precies te reconstrueren maar door het met veel geld oud te doen lijken zonder de ongemakken van oud.
Echt is in Laren niet echt genoeg. Daarom is bij het zeer fraaie café, het Bonte Paard, plek op het terras terwijl het grotere, er tegenover gebouwde 'ateliercafé en eetgelegenheid’ Mauve loeivol zit. Men houdt wel van een tikje kunst, tweemaal vertoonde zich deze middag al een echte kunstenaar in het dorp, met een cape. Bij Mauve bekijkt de clientèle het werk van een man die voor een ezel zit, in zijn linkerhand houdt hij een foto van een vrouw, met zijn rechterhand schildert hij die op doek over. Ondertussen bekijken op een steenworp afstand van het Singermuseum anderhalve man en een paardekop de mooie tentoonstelling van Vlaamse Expressionisten. Binnen hangt deze zogenaamde kunstenaarswerkplaats vol dikke, goudkleurige lijsten met doeken van de Larense school, die verdacht veel lijken op later gemaakte slappe aftreksels.
8 Maar voor het mooiste schouwspel zijn toch andermaal de Gooise meisjes verantwoordelijk: met kreeftemayonaise en cornichonmosterd schilderen ze fascinerende kleurschakeringen op lippenstift en gebitsprothesen.
Niemand deert het dat Mauve geen echt 'ateliercafé’ is. En niemand deert het dat alle oude winkels en ook het raadhuis weg zijn. Niemand deert het dat bijna alles hier vernieuwd is. Want de nieuwe winkels en restaurants lijken allemaal zo oud en authentiek. De eeuwigheidswaarde is gekocht, ze maakt de plekken alleen maar geschikter voor het grote genieten van het geld van vandaag. Iedereen schijnt gelukkig zo. Nog wel.
INGA KOOPMANSCHAP vindt in het Gooise haar klantenkring. Ze spurt binnen als een wervelwind bij de jonge en hoogst actuele ontwerpers Kardol & Verstraten. Onderwijl druk telefonerend trekt ze dekbedovertrekken uit de schappen, laat de beringde handen over gordijnstoffen glijden, lacht veel en klaterend, strooit contant geld in de schoot van de jonge designers en springt weer in haar Alfa Spider, op naar het kantoor in Bussum. Inga Koopmanschap - naam niet verzonnen - splitst naar eigen zeggen pandjes, richt ze in en verkoopt ze voor het veelvoudige. Hele huizen kant en klaar. Tot de koffiekopjes, indien gewenst. Het is booming business, zegt ze. Van het getut van de would-be chic van de grachtengordel moet ze niets hebben. Waar collega-decorators als de op de Keizersgracht pontificerende Anne Paul Brinkman met een angehauchte discretie de sociale onzekerheid van de nouveau riche tot in het absurde doorvoeren - 'Nee, we treden in geen enkel detail!’ -, bedient Koopmanschap een andere clientèle. Jong, net aan het eerste miljoen en no nonsense. Ze heeft ze zien opkomen, de laatste jaren, de jongens van de beurs. 'En die van het onroerend goed natuurlijk. Dáár liggen de grootste winsten. De laatste jaren zijn de rijken steeds rijker geworden, juist in de sectoren van makelaardij en finance.’ En de armen steeds armer, stipuleert ze. 'De verkoop van met name de allerduurste artikelen piekt. Er zijn het afgelopen jaar meer Ferrari’s en Bentleys gekocht dan ooit tevoren, terwijl de verkoop van middenklasse-auto’s stagneert.’
Voor haar klanten koopt ze antiek en kunst. 'Mensen zijn bereid grif te betalen, of een kastje nou vijftienduizend of vijfendertigduizend gulden kost, het maakt ze weinig uit. Ze vechten om een beeld. Alleen de wat oudere generatie wikt en weegt nog over vijfduizend gulden meer of minder; de jongens en meisjes uit de beleggingssfeer kijken niet zo nauw.’ Dat vindt ze jammer. Want veertien jaar geleden leefde ze, na aftrek van huur en vaste lasten, met een dagbudget van welgeteld drie gulden. 'Ik had een sprookjespark in Duitsland dat ik verpachtte om mijn zoon hier in Nederland ter wereld te brengen. Stond letterlijk en figuurlijk op straat. Had in een boek van Amerikaanse psycholoog gelezen dat het eerste levensjaar voor de vorming van een kind doorslaggevend was en verkocht mijn autootje om een jaar niet te hoeven werken en bij hem te zijn. Ik weet dus wat armoede is.’
Na dat jaar ging ze aan de slag bij Jan des Bouvrie: 'Ik ken de verschillende uitspattingen van mensen.’
Zij geeft toe: 'Er zijn natuurlijk geweldig veel proleten. Afgelopen weekeind nog hield de directeur van uitzendbureau Unique, woonachtig in Brasschaat, een feestje voor de kinderen. Met frietkramen voor de deur en kinderchampagne en springkussens. Bedenk ’t maar en het was er. Zelfs Jan en Monique des Bouvrie, die wel wat gewend zijn betreffe decadentie, waren stupéfait.’
'Rijk? Wat is rijk?’ Ze zal het van zichzelf niet zeggen. Goed, ze koopt kunst en 'leuke dingen’ en huizen. Ze verkoopt de leuke dingen en de huizen door, als het even kan. 'Verkopen voor het dubbele gaat heel makkelijk.’ Maar rijk? 'Met hard werken en een paar slimmigheidjes ben ik aan een vermogen gekomen. Maar het komt mij niet aangewaaid, het is keiharde arbeid. Met normaal hard werken kun je nooit echt rijk worden.’ Opnieuw die klaterlach: 'Voor het echte geld moet je in wind handelen, niet in dingen.’