Rijk worden

Kinderen blijken aardig wat invloed op de bestemming van het gezinsbudget te hebben en op steeds jongere leeftijd over niet geringe eigen inkomsten te beschikken. Toch herinner ik mij uit de laatste jaren maar twee titels die over geld gaan. In Het geldboek voor kinderen dist Bas van Lier op luchtige toon weetjes op uit de financiële wereld. Het geld ligt op straat van de Tsjechische Sheila Och is een grappig verhaal over twee jongetjes die zich op het ondernemerschap storten. Het onlangs verschenen Felix en het grote geld is qua opzet een combinatie van beide boeken. De auteur Nikolaus Piper is wetenschapsredacteur bij de Süddeutsche Zeitung. Hij weet duidelijk waar hij over schrijft, maar realiseert zich ook dat aandelen, rentevoeten en balansen niet voldoende zijn om driehonderd pagina’s de aandacht vast te houden. Dus bedient hij zich van het enige financiële thema dat bijna zo oud is als het kinderboek zelf: de schat. Die zit in de deksel van een klarinetkist verstopt en dient als beginkapitaal voor drie kinderen om op de beurs in Frankfurt te speculeren en zich zelfs te wagen aan de goederentermijnhandel. Bij het opsporen van de rechtmatige eigenaar - een joodse muzikant die voor de oorlog naar Amerika uitweek - geeft de schrijver tussen neus en lippen door een aardig idee van hoe het oorlogsverleden in Duitsland een rol speelt.

Het boek heeft een mooie beginzin: ‘Het was op een maandag, precies gezegd op 4 mei in de vroege ochtend, dat Felix Blum besloot rijk te worden.’ De reden is dat zijn ouders eeuwig ruziën over (te weinig) geld en Felix 'hield er niet van een machteloze jongen van twaalf te zijn’. Hij is het type bebrilde 'professor’ en richt samen met zijn beste vriend en de assertieve dochter van een Italiaanse ijscovrouw de firma Factotum & Co op. De firmanten maaien gras, bezorgen verse broodjes op zondagochtend en houden kippen, maar het echte werk komt met de schat. Daarmee worden ze ook grotelijks belazerd door een malafide adviseur, die ze uiteraard weten te ontmaskeren na een traditionele boevenjacht. De helden zijn van deze tijd: men speurt via Internet en ontsnapt uit een kofferbak dankzij een GSM.
Piper bedacht een paar handige volwassenen, zoals een wereldvreemde muziekhandelaar die economie heeft gestudeerd en goed is voor de theoretische achtergrondverhalen en een vader die op de economische redactie van een krant werkt. Vader wordt werkloos vanwege een fusie, wat de mogelijkheid biedt tot economische bespiegeling. En er is ook nog een moeder die bromt dat geluk niet te koop is. Beter dan de auteurs van vergelijkbare boeken als De wereld van Sofie (Gaarder) of De telduivel (Enzensberger) weet Piper een prettig leesbare mix van informatie en verhaal te creëren. Een nadeel voor de Nederlandse lezer is dat alles in Duitsland is gesitueerd. Dus worden bij Monopoly de Parkstrasse en de Schlossallee geruild.