Rijksrecherche,

Na de vuurwerkramp van 2000 in Enschede zijn onschuldige mensen veroordeeld, iets wat de overheid goed uitkwam. Dat blijkt uit een reconstructie van De Groene Amsterdammer, op basis van geheime stukken van klokkenluiders.

Onderzoeker Paul van Buitenen kreeg in 2014 de beschikking over een geheim dossier met documenten van politie en OM. Samen met andere bronnen die hij vond, zoals verklaringen van brandweerlieden, laten die zien dat het officiële scenario van de vuurwerkramp op twijfelachtige pijlers is gebouwd.

Van Buitenen, die eerder zelf klokkenluider was in Brussel, heeft zijn rapportage vertrouwelijk gedeeld met de Tweede Kamer, die daarop advies inwon bij de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV). De OVV wees dit verzoek een maand geleden af omdat de ramp, waar 23 mensen bij omkwamen, te lang geleden gebeurd zou zijn.

De Groene Amsterdammer heeft de documenten in handen en heeft op basis daarvan een reconstructie gemaakt.

Na de ramp concludeerden het OM, de Commissie-Oosting en het Gerechtshof dat de opslagplaats S.E. Fireworks te veel en te zwaar vuurwerk had liggen. Twee directeuren kregen een celstraf voor dood door schuld. Er werd ook een brandstichter veroordeeld, André de Vries. Die werd later vrijgesproken omdat het bewijs rammelde, maar hij bleef gezien worden als schuldige. Hij is in 2013 verbitterd overleden.

Al eerder maakten twee rechercheurs melding van misstanden in het OM-onderzoek. Uiteindelijk heeft de Rijksrecherche na eigen onderzoek geconcludeerd dat er niets van te bewijzen viel. De rechercheurs werden ontslagen. Van Buitenen laat nu zien dat zij wel degelijk gelijk hadden. Ook blijkt dat een intern politieonderzoek hen al snel gelijk gaf, maar dat dit door ingrijpen van de Rijksrecherche van tafel is verdwenen. Van Buitenen noemt dit in De Groene Amsterdammer een ‘doofpotaffaire’.

Van Buitenen laat zien dat de tunnelvisie van het OM zich ook uitstrekte tot andere onderzoekslijnen. Mogelijke verdachten zijn amper onderzocht en alles werd ingezet om bewijs te krijgen tegen de directeuren. Ook heeft de politie altijd verklaard dat de administratie van S.E. Fireworks verloren is gegaan bij de brand en de voorraad vuurwerk dus gereconstrueerd moest worden. Dat is niet juist, de administratie bestaat nog steeds en Van Buitenen heeft een kopie.

Pogingen om de zaak te heropenen liepen tot nog toe stuk op de reconstructie van de ramp door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en TNO. Dat werd altijd beschouwd als onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek. Uit interne stukken blijkt echter dat zij in nauw overleg stonden met het OM en de recherche om hun reconstructies op elkaar af te stemmen omdat er anders ‘maar één uitspraak kan komen: vrijspraak.’

Van Buitenen toont aan dat de NFI-reconstructie is gebaseerd op twijfelachtige aannames. Zo ontdekt hij dat de beruchte houten aanhanger, die werd gezien als cruciale stap in de uitbreiding van de brand, en die ook werd gezien als voorbeeld van de onverantwoordelijke bedrijfscultuur, nooit heeft bestaan.

Voor de rechters is de explosie zelf altijd het ultieme bewijs geweest dat S.E. Fireworks niet alleen maar licht vuurwerk had liggen. De definitie van ‘licht’ is namelijk dat het niet kan exploderen. In de rapportage van Van Buitenen blijkt echter dat TNO in 2005 bij proeven in Polen heeft ontdekt dat een dichte container met licht vuurwerk wel degelijk tot een massale explosie kan leiden. Deze ontdekking is door TNO nooit naar buiten gebracht en is later nog door minister Remkes ontkend.

In De Groene Amsterdammer verklaart Dick Arentsen, brandweerofficier en veiligheidskundige, dat hij in Polen zelf heeft meegeholpen bij de proef en dat het geëxplodeerde vuurwerk wel degelijk tot de lichte klasse behoorde. Dat zou niet alleen het bewijs ondermijnen dat S.E. Fireworks te veel en te zwaar vuurwerk had liggen, maar zou ook betekenen dat brandweermannen tot op heden met onjuiste kennis op vuurwerkbranden worden afgestuurd.

De tunnelvisie van het OM hangt samen met de grote druk, kort na de ramp, om snel schuldigen aan te wijzen, meent Van Buitenen.

Verschillende ministeries hadden een motief om eigen fouten te verbloemen. Dat geldt ook voor de gemeente Enschede, die fouten heeft gemaakt met de vergunningen van het vuurwerkbedrijf. De burgemeester van Enschede heeft intussen een scherpe brief gekregen van Van Buitenen met kritische vragen over informatie die volgens Van Buitenen tot op heden aan de gemeenteraad is onthouden.

In De Groene Amsterdammer zeggen Kamerleden van de SP, SGP en 50-plus dat ze het rapport van Van Buitenen zeer serieus nemen en zelf expertise gaan inroepen om de bevindingen ervan tegen het licht te houden.