Vikram Seth, De Golden Gate. Uit het Engels vertaald door Paul van den Hout, uitgeverij G. A. van Oorschot, 347 blz., f49,-
Om te bewijzen dat er tussen proza en poezie zoveel verschil niet is, vervaardigde Gerrit Krol eens een dichtbundel waarin hij proza van zijn hand in korte regels had gehakt. Wat stond er? Gehakt proza, geen gedichten, van poezie geen spoor te bekennen.

Nu lees ik een roman in verzen, De Golden Gate, van de in Calcutta geboren econoom Vikram Seth (1952), een dik boek met zo'n zeshonderd verzen van veertien regels volgens een vast rijmschema, geinspireerd op Jevgeni Onegin van Poesjkin, naar wiens ‘weke metrum’ Seth rechtstreeks verwijst, en ook hier vind ik geen regel poezie.
In wezen betreft het hier een liefdesgeschiedenis, zegt de auteur in zijn woord vooraf. Ik zou liever zeggen een geschiedenis van de liefde in San Francisco anno 1980, de slachtoffers zijn yuppen van dertig. Allereerst John, een cyberneticafanaat die zijn 'levenslot in handen van de Chip, zijn God’ heeft gelegd; zijn vriend en collega Phil heeft zijn baan bij Defensie opgezegd uit pacifistische overwegingen. Eenzame John wordt aan de vrouw (Liz) geholpen door zijn aardige ex (Jane) die stiekem een contactadvertentie plaatst. Op hun house-warming wordt vriend Phil, gescheiden levend samen met zijn zoontje, verliefd op Ed, de broer van Liz.
Twee passieverhalen: dat tussen John en Liz wordt een kwelling door de Gestalt maar meer nog door de jaloerse kater van Liz; dat van Phil en Ed door de kerk van de laatste die hem tot 'reinheid des harten’ zou verplichten. De vriendschapsrelatie tussen John en Phil wordt ernstig verstoord door Johns reactionaire houding ten aanzien van Phils bi-uitstapje en politieke overtuiging. 'De aarde gaat naar de knoppen’, weet Phil te melden, die 'mensheid, milieu, misere’ niet langer kon negeren. Er komt zelfs een heuse vredesmars in het boek voor met een complete toespraak van een geestelijke.
Moraal te over in de roman, ook tussen de versregels door: dat hartstocht tot rampen leidt, de liefde een soort drug is, en daarom kameraadschap verre te verkiezen is boven passie. Slot van het liedje: als het met John tot een grote botsing komt, trouwt Liz halsoverkop met diens vriend Phil, omdat ze het in een kalme vriendschap wel een jaar of vijftig denkt uit te kunnen zingen; en John, die zijn verdriet op de vrouwtjes botviert, wordt opgevangen door zijn oude maatje Jane - die helaas sneuvelt bij een verkeersongeluk.
Is dit nu meer dan een draak van een roman in versvorm? Ik stel liever een andere vraag: voegt de versvorm er iets aan toe? Waarom die vorm? Ontstaan er verrassingen door het rijm? Nee helemaal geen, of het moet de verrassende botsing van de rijmwoorden zelf zijn, zoals wanneer op 'meeblerend’ 'misere’ past, op 'uiteraard’ 'Comp- Art’, op 'gekwebbel’ 'Scrabble’, op 'inexplicabilia’ 'voila’, op 'relatie’ 'eilaci’ of op 'RSVP’ 'de wc’. De voorbeelden maken meteen ook duidelijk tot wat voor noodgrepen de vertaler soms zijn toevlucht heeft moeten nemen, maar bij zo'n heksentoer versterken die hooguit het hilarische effect.
Want geinig is de versvorm soms wel. Seth heeft het karwei met zichtbaar genoegen aangepakt; guitig komt hij net als Poesjkin in zijn verhaal tussenbeide. Mijn vraag is dan ook veel te streng. Ook in Jevgeni Onegin kabbelen de verzen erop los zoals de personen erin kouten. Poezie in de zin van een treffend beeld, een ogen openende vergelijking en een formulering die in je ziel snijdt, nee, die is bij Seth niet te vinden, maar wel aardige tafereeltjes, een ironische zedenschets van het moderne leven in Californie, en vooral virtuoze rijmelarij. Dan vraag je je ook maar liever niet af wat je als lezer aan moet met die hoogdravende cliches over de aarde die wij uitvreten en 'de nacht van haat die ’t aardrijk dekt, ons moederland, die milde plek’, over de liefdestwijfel van een gelovige en 'Schonbergs cerebrale steunen’. Als het maar rijmt…