Film: ‘Coach Stage Stage Coach’ & ‘Mary and Eve’

Ringo Kid komt niet meer

Stagecoach, regie John Ford © Corona Film

De Amerikaanse regisseur John Ford vernieuwde eind jaren dertig de filmkunst door het gebruik van deep focus in zijn western Stagecoach, waardoor het mogelijk werd meerdere vlakken in de enscenering scherpgesteld in beeld te brengen. Nu zit ik in Eye vastgegespt in een virtual reality-stoel met een bril op mijn hoofd naar een versie van Stagecoach te kijken die is gemaakt door de controversiële Amerikaanse kunstenaar Paul McCarthy. Het voelt als een nachtmerrie. Twee vrouwen draaien om mij heen. Een van hen vraagt constant: ‘What’s your fucking name?’ Daarna lijkt ze de blonde, jongere vrouw te verkrachten. Ik doe mijn ogen dicht en bid dat de Ringo Kid komt om zijn Winchester te spannen en te gebruiken. Maar hij komt niet. En ik denk: hij komt nooit meer.

In de oude film brengt Fords held, gespeeld door John Wayne, verlossing. Voor de kijker, zichzelf en voor Dallas (Claire Trevor), een prostituee die is uitgekotst door de conservatieve inwoners van haar dorpje. Bij McCarthy, bekend om beelden en installaties waarin hij de populaire cultuur gebruikt om commentaar te leveren op sociale repressie, geweld en massaconsumptie, neemt Dallas de vorm aan van de roodharige prostituee Maria Magdalena. Ook aanwezig in McCarthy’s postkoets, in zijn film Coach Stage Stage Coach, behorende bij zijn VR-installatie Mary and Eve: Adam, Ronald en Nancy Reagan, Jezus Christus en Eva. Jezus is een gunslinger, de Ringo Kid, maar hij doet niets.

CSSC: Coach Stage Stage Coach, 2019. Paul McCarthy en Damon McCarthy © Paul McCarthy

McCarthy riep bij mij walging en uiteindelijk onverschilligheid op, maar bij Ford voelde ik iets sterkers: ontroering. Aan het einde van zijn film verslaat Ringo een schurk en vertrekt hij met Dallas, zijn geliefde, om op een boerderij te gaan wonen. Dit klinkt zoetsappig, maar niets is minder waar. In werkelijkheid zijn Ringo en Dallas uitschot in de ogen van ‘respectabele’ mensen, ze zijn respectievelijk killer en hoer. Maar ze zijn echte, falende mensen. Bij McCarthy zijn de figuren oppervlakkig, tweedimensionaal, vooral in die VR-installatie. Geen deep focus hier. De film is een naargeestig werk met een boodschap zo plat als: de mensheid wordt verkracht door machtige politici en verleidelijke profeten.

Evident past Ford niet in het huidige klimaat, niet na al die westerns waarin de cavalerie onder leiding van Wayne Native Americans uitmoordt. Dat maakt Ringo, in onze tijd, niet meer mogelijk. Dat is begrijpelijk. Maar ik mis hem als ik naar McCarthy kijk, een kunstenaar met woede in zich. Wat brengt dat nachtmerrieachtige in zijn werk ons precies, in zowel de installatie als zijn postkoetsfilm? Bij hem heeft het element tijd iets meedogenloos. Tekst wordt herhaald, verkrachtingen gaan eindeloos door, verlossing komt nooit. Toch voelt de emotie bij McCarthy tijdelijk aan, nep zelfs. Na het trauma van de VR-stoel ga ik naar Fords film. Ringo verschijnt op het scherm – in een beroemd dolly zoom-shot dat het beeld, nog altijd onovertroffen, diepte geeft.

Nu te zien in Eye