H.J.A. Hofland

Risico’s na Arafat

Onder de Palestijnen is onrust ontstaan over de doodsoorzaak van Arafat. Is hij in het Franse militaire hospitaal wel op een natuurlijke manier gestorven? Achterdocht in Palestina maakt het probleem van de opvolging nog moeilijker. Dan dreigt een toestand waarin iedereen verdacht is. Groeit in het vacuüm na Arafat de chaos, dan hoeven we voorlopig niet aan hervatting van het vredes proces te denken.

Terwijl Arafat stierf, werd de toon van de commentaren in het Westen optimistischer. De onbetwiste leider van de Palestijnen was ook het grootste obstakel voor de vrede. Nu kwamen de krachten van de verandering plotseling samen. Sharon had al een begin gemaakt door zijn aankondiging dat hij eenzijdig de strook van Gaza wilde verlaten. Een nieuw leiderschap voor de Palestijnen zou deze opening kunnen gebruiken om de onderhandelingen te hervatten. George W. Bush werd herkozen. Met de volgende vier jaar in het vooruitzicht zou hij zich uit de kramp van het rigide unilateralisme kunnen losmaken. Eindelijk zou Washington zich daadwerkelijk met de vestiging van de Palestijnse staat kunnen bemoeien. Als de Palestijnen zonder veel moeilijkheden een nieuwe leider zouden kiezen, en daarmee de verantwoordelijke onderhandelaar, gloorde de nieuwe dageraad.

Zoals meestal na een euforisch nieuw begin blijkt de werkelijkheid anders te zijn. Het spel blijft in handen van de drie hoofdspelers: Palestina, Israël en Amerika. Zoals het er nu uitziet, zal het leiderschap van de Palestijnen worden gedeeld door de secretaris-generaal van de PLO, Mahmoed Abbas, en de premier van de Palestijnse Autoriteit, Ahmed Qurei. Twee mannen die er op de televisie westers uitzien, zich overtuigend uitdrukken, en volgens de beste bronnen beiden vrede willen. Maar niet tot elke prijs. Een Palestijnse staat is alleen levensvatbaar met de strook van Gaza en de Westelijke Jordaanoever, die door Israël bezet zijn. De ontruiming van Gaza is in het vooruitzicht gesteld; over de Westoever wordt niet gepraat. Dat kan nog komen als het overleg eenmaal hervat is. Daartoe moet eerst het nieuwe Palestijnse leiderschap worden gekozen. Israël stelt de eis dat het geweld wordt gestaakt. Zo naderen we de situatie die in een of andere vorm al tientallen jaren bestaat.

Gesteld dat het binnen een paar maanden in Palestina met de verkiezingen en het nieuwe leiderschap goed is afgelopen, wat zijn dan de mogelijk heden? Zonder de Amerikanen gaat het niet. Washington zal zich een krachtige begeleiding op lange termijn moeten getroosten, in dit geval opnieuw met diplomatieke en economische steun van de rest van het fameuze kwartet: de Europese Unie, Rusland en de Verenigde Naties. Wordt de Road Map weer uit de kast gehaald? Of een nieuwe getekend? Dat zal niet zo veel verschil maken. Het gaat om de begeleiding. De vraag is wat we van Washington onder Bush II kunnen verwachten.

Deze Amerikaanse president is met een negatief mandaat van een half miljoen kiezers (de popular vote) aan zijn eerste termijn begonnen. Hij heeft op alle fronten een conservatieve revolutie ingezet en consequent volgehouden. Iets meer dan de helft van de kiezers heeft hem daarvoor op 2 november met een positief mandaat van drieëneenhalf miljoen beloond. In het begin van 2002 begon Sharon met zijn antwoord op de nieuwe intifada. Het Israëlische leger sloot Arafat op in zijn compound te Ramallah (waar hij tot een week voor zijn dood heeft gebivakkeerd). Bush verzocht Sharon dringend daarmee op te houden. Dat had geen effect. Daarop stuurde de president minister Powell naar Israël. Hij werd beleefd ontvangen en dat was dat. Powell ging nog een keer, met hetzelfde resultaat. Daaruit viel geen andere conclusie te trekken dan dat Sharon voor Israël en Palestina de Amerikaanse politiek dicteerde. De stille bevestiging daarvan is gegeven met de voortgezette Amerikaanse afzijdigheid.

Heeft de verkiezingszege Bush multilateraler gemaakt? Colin Powell, algemeen beschouwd als de meest gematigde onder de Amerikaanse bewinds lieden, is vertrokken. Een verbruikte, en waarschijnlijk ook tragische man. In zijn plaats komt de vertrouwelinge van de president, Condoleezza Rice. Voorvechtster van de oorlog in Irak, vrouw van de harde hand, niet van Venus maar authentiek van Mars. Deze vervanging alleen al geeft de zekerheid dat de Amerikaanse buitenlandse politiek er allerminst multilateraler op zal worden. De rest van de wereld mag zich eerder voorbereiden op nieuwe pogingen tot Amerikaanse disciplinering.

Als de opvolging van Arafat in redelijke kalmte tot stand wordt gebracht, blijft de vraag welke tegen spelers de nieuwe leiders in Israël zullen aantreffen. Volgend jaar zijn daar verkiezingen. Wordt Sharon opgevolgd door iemand als Benjamin Netanjahoe of misschien Ehud Barak; rechts of links? Dit politieke front in het Midden-Oosten is zwaar belast met nieuwe onzekerheden. De enige zekerheid wordt gevormd door de volgende vier jaar Bush. Onder zijn eerste ambtstermijn is de regio tot een grotere chaos geworden. Na de dood van Arafat is het risico niet minder.