Risico’s van de immigratie

Een van de meest zorgwekkende aspecten van het steeds groeiende vluchtelingenprobleem is dat Europa geen tegenpartij heeft waarmee valt te onderhandelen.

President Assad, de leiding van Islamitische Staat, vechtende stamhoofden, de premier van Irak? Ze behoren wel allemaal tot de tegenpartij, maar daarbij zijn ze er met elkaar de oorzaak van dat het probleem deze gigantische vorm heeft aangenomen, zonder dat ze er enige invloed op kunnen uitoefenen. In de nog altijd groeiende chaos is er voor het Westen geen gebruikelijke tegenpartij. Wat dan?

Moeten we ons erbij neerleggen dat een nog altijd aanwassende stroom een paar Griekse eilanden overspoelt, asiel probeert te zoeken in Italië en Spanje en intussen bij de ingang van de Kanaaltunnel in Calais een zwaar bewaakte, verpauperde nederzetting heeft gesticht? Nee, objectief gezien is dat een ondraaglijke situatie. Maar in de praktijk heeft Europa er wel grotendeels vrede mee. De marineschepen die in de Middellandse Zee schipbreukelingen oppikken doen daarmee op z’n hoogst het noodzakelijkste humanitaire werk. Tot een oplossing van het probleem draagt het niet bij. De politiemacht bij Calais bewaakt Engeland, en premier Cameron heeft een plan om de jihadisten onder de immigranten die zich intussen hebben gevestigd er weer uit te krijgen.

Duitsland heeft het positiefste asielbeleid. Daar hebben dit jaar tegen de 180.000 vluchtelingen asiel aangevraagd en het land is bereid er nog 450.000 te ontvangen. Die gastvrijheid trekt een zware wissel op de publieke opinie. Tot dusver zijn in dezelfde periode 202 aanvallen geregistreerd van neonazi’s en andere rechtse groeperingen op asielzoekers en hun eigendommen. Dat is in deze tijd het voorspelbare risico dat door de regering in Berlijn wordt genomen.

Het zou goed kunnen dat er getto’s zullen ontstaan

Heel anders is het in Hongarije. De publieke opinie die zich tegen de immigratie keert is door de regering overgenomen. Er zijn en worden nog meer hoge hekken gebouwd langs de grens met Servië. Oostenrijk, Frankrijk en Zwitserland hebben immigranten teruggestuurd naar Italië. En hoe gaat het intussen bij ons? Volgens de jongste cijfers worden er dit jaar zevenduizend verwacht. Op televisie zien we dat ze voor hun papieren in de rij staan, dat er slaapzalen en voorlopige onderkomens worden gebouwd, hoe alles hier volgens humanitaire regels verloopt. Misschien voorbeeldig, maar in verhouding tot het aanbod, die nog altijd aanwassende stroom, veel te weinig.

Bovendien is de onmiddellijke opvang in feite niets anders dan de ouverture voor een reeks andere problemen die zich in de loop van de tijd zullen ontwikkelen. Deze honderdduizenden mensen zijn van plan voorgoed in Europa te blijven. Ze spreken een andere taal, hebben een andere godsdienst, andere tradities. Zijn ze er eenmaal in geslaagd zich hier te vestigen, dan gaan ze een lange weg van aanpassing tegemoet. In hoeverre die zal slagen weten we niet. Doordat het nu over grote massa’s gaat zou het heel goed kunnen zijn dat er getto’s zullen ontstaan, concentraties van half aangepasten, waar misschien rancune tegen het nieuwe vaderland zal groeien.

De weerstand tegen deze golf van vluchtelingen is al groot. Zou gettovorming de volgende fase van de immigratiegolf zijn, dan is het goed mogelijk dat onze verbeeldingskracht nu tekortschiet. We hebben hier de Haagse Schilderswijk met zijn risico’s, de Bijlmermeer waar tenslotte alles goed is afgelopen. Je moet er niet aan denken dat de ontwikkelingen in Europa een wending zullen nemen als in het zuiden van Amerika. Dat lijkt nu overdreven, maar met de massa-immigratie zijn de elementen daarvoor misschien gegeven.

Aanpassing van een grote groep vreemdelingen die uit een volstrekt andere cultuur komen, duurt een generatie, als zich tenminste geen rampen voltrekken die het proces verstoren. De vluchtelingen die veilig in Europa zijn aangekomen, gaan moeilijke tijden tegemoet, en hetzelfde geldt voor de Europeanen.