Riskant theater

De laatste nog levende dadaïst wordt hij genoemd. Ten onrechte, vindt Chaim Levano. De rode draad in zijn werk: ‘Wat is een voorstelling? Wat wordt er van je verwacht?’

‘EEN HARTSTOCHTELIJK groepsgebeuren’ - zo werd de voorstelling Kehrseiten aangekondigd, die drie avonden in het Trusttheater te zien was en daarna viermaal in Bonn. Kehrseiten is een gezamenlijke productie van de theatermakers Chaim Levano en Frank Heuel, die zij ontwierpen in het kader van het festival kunst.nrw.nl, een uitwisselingsprogramma tussen Nordrhein-Westfalen en Nederland. In deze choreografie trekt een veertigtal jonge Duitse acteurs, al lopend door de ruimte, steeds veranderende bewegingspatronen. Nu eens vormen ze strakke rijen, dan weer lopen ze kriskras door elkaar; er ontstaan groepjes die zich afsplitsen of juist weer in een groter geheel opgaan.
Het is een minimale voorstelling in de zin dat er geen tekst en, op een enkele flard na, geen muziek is. Het spel van lopende acteurs wordt slechts doorbroken door vreemde bijrolletjes die een tamelijk hilarisch effect hebben. Bijvoorbeeld een bruin speelgoedhondje dat met knarsende wieltjes meeparadeert. Een zwemmer (Frank Heuel) die schielijk tussen de coulissen verdwijnt. Een zwerver (Chaim Levano) die met zijn winkelwagentje vol rotzooi het podium oversteekt. 'Die rol heb ik zelf maar gedaan want dat scheelt weer honderd gulden per avond’, aldus Levano.
Het meest intrigerend is een vrouw in een rode avondjurk die achter op het podium staat met een grote klomp deeg in haar handen. Uiterst traag zakt het deeg tussen haar handen door maar telkens weet ze de kleffe massa te grijpen voor hij op de grond ploft. Een uur lang is ze verwikkeld in een eenzame worsteling met die klomp deeg die haar keer op keer ontglipt.
Toch is het juist deze deegvrouw, een danseres, die de voorstelling op het laatste moment dreigde te ondermijnen, vertelt Levano. 'Ze wilde er plotseling mee ophouden. “Ik voel mij hier een Nazi-Mutter”, zei ze. “Die groepsvorming, mensen die knielen, je hoort geweerschoten, het is alsof ze worden vermoord.” Op de dag van de première is er nog een uitgebreid groepsgesprek geweest waarin naar voren kwam dat men het een fascistisch stuk vond. Ik stond helemaal perplex. Waarom is het fascistisch als mensen zich verzamelen en een bepaalde gang maken? Ik heb geprobeerd te antwoorden dat fascisme heel iets anders is. Ik werd ervan beticht mij aan de discussie te willen onttrekken. Ik zei: “Waarom denken jullie niet aan Dili, aan Kosovo, aan Joegoslavië? Waarom juist daaraan?” Dat viel verkeerd.
Toen zei ik: “Dan is het jullie probleem.” Dat had ik helemáál niet moeten zeggen! Blijkbaar ligt die zaak heel gevoelig. Die jongeren zijn voortdurend beducht dat ze met iets bezig zijn wat fascistisch zou kunnen zijn.’
Zelf is Levano de laatste die betekenis in zijn werk wil leggen. Hij vertelt over een project dat hij twee jaar geleden in het Oostenrijkse Bad Ischl deed. Het idee was om oude mensen uit het stadje te filmen. Levano: 'Ik vroeg ze om in de verte te kijken en zei: “Die verte is eigenlijk uw verleden. U kunt denken aan alle dingen die u blijdschap hebben gegeven, of die waardevol voor u waren… als u wilt.” Wij filmden alleen de gezichten. Die werden dan weer vertoond op monitors die op de meest onverwachte plekken in de stad opdoken. In een put in het trottoir, als rugzakje op de rug van een voorbijganger, in een boom, op het station naast het loket, bij de uitgang van een kerk - op al die plekken werd je geconfronteerd met die kijkende gezichten. En de mensen uit het stadje herkenden elkaar.’
Dachten die mensen wellicht ook aan hun oorlogsverleden? Levano, beslist: 'Dat is niet belangrijk. Ze moeten zelf weten waar ze aan denken, daar bemoei ik me niet mee. Dat moet je ook niet doen, want dan ga je de dingen sturen.’
De biografie van Chaim Levano (71) wordt gekenmerkt door een aantal vaste anekdoten. Bijvoorbeeld hoe hij vanaf 1945 acht jaar lang in Israel woonde en zich als kanonnier in het leger al aardappelschillend in leven hield. Vervolgens verdiende de als pianist opgeleide Levano de kost als begeleider van ochtendgymnastiek op de radio. Het verhaal gaat dat hij zich om zes uur ’s ochtends in zijn pyjama naar de studio liet rijden en zo achter de vleugel kroop.
Ook zo'n legendarische gebeurtenis is het zogeheten 'anti-concert’ dat hij ooit in het pittoreske concertzaaltje De Suite aan de Amsterdamse Willemsparkweg gaf. Levano: 'Rester, de organisator van De Suite, zei op een gegeven moment tegen mij: “En, wat ga je nu weer voor geks doen?” Over die opmerking was ik nogal verbaasd en ik besloot een soort anti-muziek te gaan brengen. Een programma vol fake componisten, zoals Ivan Poe uit Korea en Max Rozenblad uit Amerika. Zelf zou ik niet komen opdagen - ik zat in The Crazy Horse Saloon aan de overkant - maar om kwart over acht liet ik een lang telegram bezorgen waarin ik mijn kritiek verwoordde op die zogenaamde “politieke componisten” als Luigi Nono en Peter Schat, die toen in de mode waren. Om half negen kwam Rester helemaal overstuur die kroeg binnen: ik moest onmiddellijk komen want het publiek ging enorm te keer. Mensen wilden hun oppasgeld terug. Het was een gekke avond.’
Het was de opmaat tot een reeks prikkelende evenementen die Levano tot op de dag van vandaag met zijn stichting De Wassen Neus realiseert. Neem bijvoorbeeld Niet een fototentoonstelling dat in de Beurs van Berlage plaatsvond. 'Het idee ontstond toen Menno van Poppel, die fotoboeken uitgaf, hier op bezoek was’, herinnert Levano zich. 'We hadden wat gedronken - dat kan soms helemaal geen kwaad - en hij zat te mopperen dat portretfoto’s altijd zo netjes opgehangen worden. Net als schilderijen. Op dat moment zag ik het voor me: we gaan gewoon lichaamsdelen fotograferen. Dus mensen konden op een speciale stellage gaan liggen, hun buik ontbloten en een foto laten maken van hun navel. Of van hun neus. Ook was er een hokje met kunstgras en dan werden je blote voeten gefotografeerd. Heel ontroerend was dat een moeder met haar kind naar binnen ging zodat je een paar volwassen voeten en kindervoeten zag. Maar je zag nooit foto’s daarvan want het heette tenslotte Niet een fototentoonstelling. Het ging over de activiteit van het fotograferen. Je schept alle voorwaarden zonder dat het resultaat ooit wordt getoond.’
DERGELIJKE BIZARRE acties bezorgden Chaim Levano de bijnaam 'de laatste nog levende dadaïst’ - tot ongenoegen van de kunstenaar zelf: 'Ik zou niet weten wat dat is.’ Weliswaar bracht hij de klankgedichten van Kurt Schwitters onder de aandacht, ensceneerde hij de Russische futuristische opera De overwinning op de zon uit 1913 en speelde hij als eerste de pianomuziek van Satie ('Die toen nauwelijks geaccepteerd werd’), in de loop der jaren verbreedde hij zijn terrein tot teksten van Gertrude Stein en Samuel Becket, maakte hij een bewerking van Hersenschimmen van Bernlef, ontwierp hij diverse bewegingsstukken en projecten in de ruimte.
Taal, beweging en muziek vormen de interesses van Chaim Levano, hoewel de laatste geleidelijk naar de achtergrond is verdwenen. En waar breng je een project als Bekijks III onder, waarbij de bezoekers van het Rijksmuseum via een vliegtuigtrap in een metershoge schilderijlijst klommen? Dit levende schilderij werd, net als bij een rondvaartboot, vastgelegd door een fotograaf. Boven aan de trap kreeg de bezoeker vervolgens een doorkijk op iets waar niets te zien viel.
De ongrijpbaarheid van zijn werk, het feit dat het zich onttrekt aan de bestaande genres, speelt Levano wel degelijk parten. Hij vertelt over een voorstelling die hij enkele jaren geleden maakte voor een Becket-festival in Den Haag. Terwijl de voorstelling in München met een prijs werd bekroond, wilden enkele theaters in het voormalige Oost-Duitsland het stuk niet nemen omdat het 'geen theater’ zou zijn. 'Er komt geen levend wezen in voor, dus het is geen theater, zo redeneert men. Ze vinden het meer een luisterstuk en om die reden nemen ze het niet’, verklaart Levano.
Hetzelfde overkwam hem bij een subsidieaanvraag voor een stuk waarin hij aan de hand van een voorstelling aan de orde wil stellen wat een voorstelling in feite is. 'Eigenlijk is dat een rode draad in mijn werk’, zegt hij. 'Wat is een voorstelling? Wat wordt er van je verwacht? Ik had subsidie aangevraagd en het aardige was dat ik een brief terugkreeg waarin stond dat de commissie tot de conclusie was gekomen dat dit geen theatervoorstelling was en daarom ook geen subsidie kreeg. Mijn thema wordt dus bevestigd door mensen die van wanten zouden moeten weten. De vraag is gelijk beantwoord.’
Hij vertelt over een plan om een voorstelling te maken die zich afspeelt bij de ingang van een theaterzaal. Hij geeft toe dat de reacties van het publiek doorslaggevend zijn voor het verloop en het welslagen van zo'n voorstelling. 'Dat is riskant, je weet niet hoe dat gaat. Als bezoeker verwacht je bepaalde dingen. Je krijgt iets wat niet direct in je raamwerk past.’ Desondanks ontkent Levano dat hij de bezoeker wil provoceren of ontregelen. 'Het is helemaal niet mijn bedoeling iemand op het verkeerde been te zetten. Daar ben ik niet mee bezig. Je hebt een gedachte die je uit wilt werken. Dat wil je zo krachtig mogelijk doen. Dat is het enige wat telt. Het zit er wel sterk bij mij in om nog niet gebaande paden te willen betreden. Overal worden steeds dezelfde stukken gespeeld, of het nu om muziek of toneel gaat. De ene week doet dirigent zus-en-zo de Eroica, de volgende week staat er weer een andere dirigent klaar met diezelfde Eroica. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor De kersentuin. Het traditionele theater bijt zichzelf in de staart. Steeds weer hetzelfde repertoire. Toch is dat ook belangrijk: elke nieuwe enscenering geeft een tijdsbeeld weer. Dat is waardevol. Maar het nadeel is dat er een behoudend klimaat ontstaat waarin geen plaats is voor andere dingen. Anderssoortige voorstellingen vinden wel hier en daar plaats, maar altijd aan de zijkant. Ze hebben geen toegang tot het officiële kunstleven. Dat is te gek voor woorden. De Duitse auteur Gerhard Rühm heeft eens uit een stuk van Shakespeare één stem genomen, die computermatig bewerkt en daar een nieuw stuk mee gemaakt. Dat spreekt mij veel meer aan dan de zoveelste Romeo en Julia. Zoiets zou ik graag met een opera willen doen. Een sleutelrol eruit halen en kijken wat je daarmee kunt doen.’
HET IS EEN procédé dat doet denken aan de voorstelling die Chaim Levano maakte naar het boek Hersenschimmen van Bernlef. De hoofdpersoon Maarten heeft hij verviervoudigd: elke Maarten spreekt een andere taal. 'Maar het thema in Hersenschimmen, dementie, is door mij niet aangetast. Dat is een heel belangrijk gegeven. Wie wordt daar niet mee geconfronteerd?’
Levano vertelt dat er binnenkort een discussie over Hersenschimmen zal plaatsvinden waaraan Bernlef, de regisseur die het boek verfilmd heeft, en hijzelf zullen deelnemen. 'Die film visualiseert het boek. De cameraploeg is bijvoorbeeld naar Alaska geweest om die sneeuwscène na te doen. Alles zo echt mogelijk. Ik vind mijn eigen benadering veel boeiender.’
Chaim Levano is er de man niet naar om een diepgaande bespiegeling over zijn eigen werk te houden. Zijn stukken moeten voor zich spreken en een ieder is vrij er in te zien wat hij wil. Sterker nog, hoe diverser en tegenstrijdiger de reacties hoe tevredener Levano is. Wel moet hij bekennen dat het maken hem grote moeite kost.
Levano: 'Ik twijfel altijd heel erg. Er zijn altijd zo ontzettend veel mogelijkheden. Dat is verwarrend. Neem die voorstelling die ik voor het Beckett-festival heb gemaakt, waarin een man in het donker herinneringen uit zijn leven ophaalt. Moet die man liggen of zitten? Is het een oude of jonge man? Of een vrouw? Of een kind? Zit hij met het gezicht frontaal of en profil? Of is het veel krachtiger als je alleen de rug ziet? Naarmate je langer bezig bent wordt het alleen maar ingewikkelder. Misschien dat je steeds meer twijfels toelaat. Ik was een beetje jaloers op Frank Heuel, met wie ik Kehrseiten maakte en die heel beslist zei: “Dit wel en dit niet.” Volgens mij sla je dan een heleboel over. Ik laat me overrompelen door al die andere mogelijkheden.’