Risotto met kurkjes

Je kunt het nauwelijks een flashback noemen, maar een ander woord ontbreekt. Stel je een aarde voor, waarop niets anders zichtbaar is dan vijf paddestoelen.

Vijftienduizend kilometer verderop een veldje rijst ter grootte van een pocketboek en ook nog ergens, diep in het zoute water, dan zeven eenzame grote dubbele schelpen. Daar behoorlijk dichtbij een enkel groen takje met lancetvormige bladeren.
Dat visioen vlamde (heel kort slechts) op toen ik opgezadeld met een paar glazen Menetou-Salon mijn bord leeg at. Waarop, zoals de ober had laten weten, een risotto van coquilles, met shii-take en dragon. Dat was nu eens heel lekker. Hoe onlogisch het ook scheen dat die ingrediënten elkaar ooit waren tegengekomen.
Een kluitje risotto met kurkjes, gebakken kurkjes. Risotto is het best uit te leggen als ‘iets met rijst’. Dat waren dan die coquilles, zeven schijfjes die er normaal voor moeten zorgen dat er niemand in de coquilleschelp kijkt of komt die daar niets te maken heeft. Gebakken is een te groot woord. Ze hoeven eigenlijk alleen maar boven de pan te worden gehouden. Dat er maar heel even opschudding wordt veroorzaakt. Ze worden er net iets zoeter van en hun oppervlak verstijft ook geheel miniem en dat is goed. Vijf paddestoelen zijn vijf paddestoelen.
De dragon, een spoor van anijs, net genoeg. Bedenk daarbij dat dragon in de verte familie is van wormwood, wat wij alsem noemen en daar wordt mede absint van gemaakt. En absint, daar kun je toch niets op tegen hebben. Daarbij luisterde ik zo passief als maar mogelijk naar het ruisen van vijf heren verderop. Geen Byzantijns mannenkoor maar young executives die zo te horen elkaar wederzijds zeer gelukkig aan het maken zijn. Terwijl ze andermans kalfsnieren met mosterdsaus bewonderen en zich nog dieper over eigen duiven uit Bresse buigen, plak ik hun vreemde woordjes in. Ben zo gelukkig om zowel loopy, callous als stalling ongedeerd op te vangen en struikel zelfs niet over a red herring. 'How cursief can you get!’