LAURA BROEKHUYSEN
TWEE LINKERLAARZEN
Querido, 110 blz., € 16,95

‘We rennen door de donkere tuin, sluipzacht, Marijn in haar roze nachtjapon en ik op linkerlaarzen. Twee linkerlaarzen wennen sneller dan borsten en je kunt er rechtsom rondjes op rennen. Ik weet niet wie mijn rechter heeft gepikt (aanbidders, zusjes, honden, ik hoop een verzamelaar).’
In de openingsalinea van Laura Broekhuysens debuut, de novelle Twee linkerlaarzen, is van alles aan de hand. Twee meisjes rennen door de tuin, een kinderspelletje, in de aanwezigheid van zusjes en familiehonden, maar tegelijk zijn daar borsten en aanbidders. Twee werelden die nog niet synchroon lopen, waar de ene het onherroepelijk van de andere gaat winnen.
Het boek volgt Marijn en Juul, twee vriendinnetjes van een moeilijk in te schatten leeftijd, die hun eigen wereldje handhaven in hun eigen speelplek, de kas bij Juuls huis, terwijl de grotere wereld steeds dichterbij komt. Juffen, oudere broers, aanbidders. En Marijn kan daar net iets beter mee omgaan dan met Juul.
Die openingsalinea is tegelijk een visitekaartje van Broekhuysen (1983), een debutant die nu eens wel lekker uit-de-bocht-vliegend gestileerd durft te schrijven. Het verhaal is ronduit ondergeschikt aan haar stijl. Haar zinnen springen van de hak op de tak, lezen vlot, met veel woordherhaling. Soms klinkt het bijna als metrische poëzie, en soms echoën de woorden als de pathetische tegeltjeswijsheden van Anne Geddes: ‘Ik lig in het gras en ik denk aan gras en aan hoe we in het gras aan gras liggen denken.’
Zo’n schrijfstijl hoort bij zulke jonge meisjes, die hun aandacht nergens langer dan een ogenblik op kunnen vestigen. Ook in hun dialogen barst het van de onbeantwoorde vragen, en opmerkingen die in de lucht blijven hangen. Tegelijk kun je als lezer een gevoel van hysterie niet onderdrukken als je de meisjes gadeslaat, ze zijn amper te volgen: horendol word je er van, alsof je een boek leest terwijl je hardop een roltrap beklimt die naar beneden gaat. Je handen jeuken om een portie ritalin bij ze naar binnen te proppen (of bij de schrijfster).
Broekhuysen heeft eerder, op negentienjarige leeftijd, een jeugdboek geschreven (Zand erover). Als ze met dit boek heeft willen laten zien dat ze meer in haar mars heeft, en een authentieke stijl heeft, dan is dat haar met verve gelukt. Nu nog leren een verhaal te vertellen en de symboliek te beheersen. Want die kas, natúúrlijk gaat daar een steen doorheen.