film: Beasts of the Southern Wild

Ritme van het leven

Om een hush puppy te maken vermeng je maïzena, soda, bloem, bakpoeder en zout met uien, een ei en wat karnemelk. Vervolgens bak je het mengsel in een diepe pan tot het een goudkleurig korstje krijgt. Wanneer de hush puppy gaar is, drijft hij vanzelf naar boven. Dit staat in het standaardwerk Southern Cooking (1928) van ene Mrs. S.R. Dull. Mevrouw Dull omschrijft de hush puppy als een dis uit het Amerikaanse Zuiden, oorspronkelijk bedacht als eten om hongerige honden stil te houden tijdens de jacht. Later werd de hush puppy door iedereen gegeten.

De inwoners van het denkbeeldige Bathtub, een moerasgebied in Louisiana, eten ongetwijfeld ook hush puppies, want ze eten min of meer álles, van hele kippen die zonder voorbereiding op een zelfgemaakte barbecue van ijzerdraad worden gegooid tot rauwe garnalen en krabben. De Badkuip-bewoners, onder anderen Wink en zijn zesjarige dochtertje, Hushpuppy, zeggen dan ook niet ‘aan tafel’ als het zo ver is, ze schreeuwen: ‘Feedin’ time.’ Tijdens het eten staat de ziekelijke Wink erop dat Hushpuppy haar instinct volgt. Dat betekent dat je vooral níet met mes en vork eet. Immers, de mens is een natuurlijk wezen, net als alle andere dieren in het moeras. En als die van ver weg, de aurochs, mythologische bizons die uit een eeuwenlange slaap zullen worden gewekt op het moment dat er sprake is van significante verschuivingen in de natuur, zoals een ultieme storm.

Beasts of the Southern Wild. Wat een film. Onafhankelijk en met non-acteurs in de hoofdrollen gedraaid door de debutant Benh Zeitlin. Een film die van begin tot eind loeit, als zoiets mogelijk is. Loeit als de wind in de bomen tijdens de storm die ertoe leidt dat de bewoners uiteindelijk toch gedwongen worden hun huizen in het moeras, gemaakt van drijfhout en stukken oude plaat, te verlaten. De ironie is dat ze de storm en het water juist verwelkomen. Niet omdat ze dat zo prettig vinden, maar als gevolg van hun eigenzinnige visie op het leven. Die visie wordt verpersoonlijkt door Hushpuppy, en zintuiglijk verbeeld: het meisje dat contact zoekt met de natuur, met alle levende wezens. Hushpuppy weet niet beter dan dat ze een organisch deel is van de wereld om haar heen. Ze wil het leven vooral voelen – door wat voor dier dan ook op te pakken en dat tegen haar oor te leggen om een hartslag te horen, op zoek naar het ritme van het leven.

Aan Zeitlins ernst valt niet te twijfelen. En toch: het werk wordt juist gekenmerkt door een balans tussen de zwaarte van de motieven en de lichtheid van de vertelling. Het is een soort spirituele cinema in de stijl van Apichatpong Weerasethakul (Uncle Boonmee, 2010) en Terrence Malick (The Tree of Life, 2011) met een vertakking naar Steven Spielberg. Dat laatste: het bekijken van de wereld door de ogen van een kind, de relatie tussen kind en dier of wezen, en vooral een magistrale, aan Close Encounters of the Third Kind ontleende scène waarin de Badkuipers uit het opvangcentrum van de overheid ontsnappen om terug te keren naar hun woningen waar het echte wonder zich afspeelt. En wanneer de vloed komt is dat even geruststellend als een goedgebakken hush puppy.

Te zien vanaf 18 oktober