Ritsaert ten Cate (1938-2008)

Alsof iemand het had geregisseerd viel in de week waarin Ritsaert ten Cate stierf een Vlaamse documentaire op mijn deurmat over het toneel in de jaren zeventig van de vorige eeuw. En jawel, daar was-ie, een volle blonde kop haar toen nog, twinkelende oogopslag en milde ironie in de stem toen ook al: Ritsaert ten Cate, over zijn Mickery, broedplaats, melting pot, platform, podium voor al het nieuws op theatergebied dat nog geen of nog nauwelijks een podium had. ‘Noem Mickery rustig een soort Veronica in het Nederlandse toneelbestel, een stoorzender. Iedereen kan zeggen: het Nederlands toneel, daar is niets mis mee, het gaat hier prima. Totdat je naar Mickery komt en ontdekt dat er elders een aantal dingen gebeuren die zelfs voor Nederlandse maatstaven eigenlijk veel beter zijn. Door die kijkervaringen word je kritischer en precies dat hopen wij hier te bereiken.’
Pats boem, daar stond het en voor minder deed-ie het niet. Kleinzoon van de laatste grote Achterhoekse textielbaron H.E. ten Cate, tevens kunstverzamelaar. En kleinzoon van acteur, regisseur en toneelleider Eduard Verkade, die intensief in het buitenland rondkeek en de kaalslag in toneelontwerpen en toneelspelen (van onder meer Edward Gordon Craig) in het Nederlands toneel introduceerde.
Van vreemden had Ritsaert ten Cate zijn artistieke voorkeuren niet. Hij voegde er zijn eigen ‘gelukkige paradox’ aan toe: zoeken en steeds nét niet vinden. Mickery (1965-1991) werd zijn theatrale credo in de vorm van een soort Gesamtkunstwerk, eerst in een boerderij in Loenersloot, later in een voormalige bioscoop in Amsterdam, hartje Jordaan. Een keur aan internationale theatervernieuwers nodigde hij uit, La Mama, Pip Simmons en de Woosters, Shuji Teyerama en Tadeusz Kantor, het Bread & Puppet Theatre en de Need Company. Hij initieerde eigen projecten zoals de Fairground-performances en Rembrandt and Hitler or Me.
In 1991 stopte Mickery groots met een festival dat Touch Time heette, Ten Cate’s vinger op de polsslag van de tijd. Hij begon een jaar later met de postacademische studie voor regisseurs, choreografen en ontwerpers DasArts. Daar werd hij de leraar die hij altijd al was en hij nodigde de kunstenaars met wie hij in de loop van decennia kennis had gemaakt uit als gastdocent. Potentiële deelnemers aan de studie bestookte hij met dezelfde vraag als die waarmee hij zichzelf altijd bleef lastigvallen: ‘Help me herinneren, kun je nog even zeggen waarom iemand langer dan drie minuten in je werk geïnteresseerd zou moeten zijn?’
Met dergelijke vragen bombardeerde hij ook ambtenaren en kunstpolitici, door hem verachte spraakmakers en door hem met milde spot weggezette onbenullen in het culturele spectrum. Zijn motto: ‘We moeten de energie blijven opbrengen het onmogelijke mogelijk te maken.’
Ritsaert ten Cate stierf op 5 september. Hij is maar zeventig jaar geworden.