Klassiek: ‘French Piano Rarities’

Rituele akkoorden

Ralph van Raat © Simon van Boxtel

Pierre Boulez, 85, dirigeert in januari 2011 het Concertgebouworkest in Mahlers Zevende symfonie. Dat het goed gaat moet aan de gedegen voorbereiding liggen, want hij mijdt elk spontaan verkeer en oogcontact met het orkest. Geen spoor van affectie en gemeenzaamheid. Je bent getuige van de gepantserd objectieve superioriteit die het orkest behandelt als een werktuig. Die meester was ooit jong geweest. Hoe is het mogelijk?

Dat was in Montbrison, waar Boulez (1925-2016) als jongen in de jaren dertig keurig hoogbourgeois kamermuziek speelde met lokale muzieknotabelen. Tijdens de oorlog ging hij in Parijs studeren, harmonie en analyse bij Messiaen, twaalftoontechniek bij René Leibowitz. En hij speelde piano. Voldoende bekwaam voor Beethovens Sonate opus 111, nog bekwamer in het componeren voor het instrument. En zonder hoorbare geboorteweeën van de taal, direct atonaal met de chirurgische precisie van het rijpe werk. In 1945 ontstaan de bekende twaalf Notations, de hyperactief weberniaanse twaalftoonminiaturen die hij later orkestreerde, voorafgegaan door een monumentaal driedelig werk dat niemand had gehoord tot pianist Ralph van Raat van de erven Boulez toestemming kreeg het uit te voeren; Prélude, Toccata en Scherzo. Op Naxos verscheen net zijn cd-opname, onder de titel French Piano Rarities gecombineerd met de complete Notations, zijn laatste pianowerk Une page d’éphéméride (2005) en een handvol curiositeiten van Debussy, Messiaen en Ravel. Heel gek, mentaal is zijn drieluik verre van een jeugdwerk. Je hoort de man die je 66 jaar later onverbiddelijk onbuigzaam Mahler zag besturen. De Prélude begint als een atonale variatie op de Prelude op. 28 no. 2 van Chopin. Er zit Moessorgski in, denk Bydlo uit de Schilderijententoonstelling, en er is veel Debussy blijven hangen in de stamelend litanische, rituele akkoorden, die op hun beurt de brug slaan naar de religieuze extase van zijn leraar Messiaen, met aftrek van god en de vogelgeluiden – een atheïstische liturgie van heideggeriaans bewust geworden in-der-Welt-sein. Elke noot wacht met gespitste oren op de volgende.

Er staat meer interessants op deze cd, waarvoor Ralph van Raat als een strandjutter het vergeetboek plunderde. De prachtige, en prachtig gespeelde, in 1977 opgedoken Étude retrouvée L. 143a van Claude Debussy. Of het nostalgische Les soirs illuminés par l’ardeur du charbon, dat Debussy in 1917 schreef voor zijn kolenboer – een late echo van deel vier uit zijn eerste boek Préludes. Door de volgorde van de stukken onthult zich terloops de continuïteit van de Franse muziektraditie, die zich door atonaliteit en Webern-aforistiek niet van de wijs laat brengen. Debussy gaat naadloos over in de vroege Messiaen van het Morceau de lecture à vue (1934) en de rijpe van de twee solofragmenten uit Des canyons aux étoiles (1974). Je hoort dezelfde actief-passieve houding in het geladen wachten op en hyperexpressieve kapitaliseren van de muzikale inval, die Boulez van jongs af leegzuigt als een beer een honingraat; atletisch bij de les, geduldig, agressief zijn kansen grijpend als ze komen op die transparant gelaagde flow van klank, gebaar en ritme. Om de meester zelf te parafraseren: een overweldigend relevante cd.

Ralph van Raat, French Piano Rarities (Naxos)