Rivierenbuurtgenoten

Annemie Koller (1906) kwam uit een goedburgerlijk Beiers gezin. Ze studeerde fotografie en trouwde ingenieur Helmuth Wolff. Kort daarop vluchtten ze naar Amsterdam: hij was joods en het was 1933. Op hun bovenwoning aan de Noorder Amstellaan (later Churchilllaan) begonnen ze een fotostudio. Ze leerde hem het vak. Ze zetten een tijdschrift voor kleinbeeldfotografie op dat in 1939 een tentoonstelling met werk van abonnees inrichtte in Arti.

Medium tv

Een van de trotse exposanten was Bernhard von Lippe die foto’s van dochtertje Beatrix had ingezonden en, net als schoonmoeder Wilhelmina, door Helmuth werd rondgeleid. Succesverhaal van vluchtelingen. Maar het tweede nummer van 1940 bevatte een in memoriam voor hoofdredacteur Wolff. Onverwacht overleden. Aan een combinatie van opengedraaide gaskraan en Veronal, maar dat stond er uiteraard niet bij. Wolff stond in mei niet alleen in zijn wanhoopsdaad. Annemie’s beroep werd haar redding blijkens een brief die ze in 1953 aan haar broer schreef: ‘Laat je zoon een vak leren: het enige dat mijn leven de moeite waard heeft gemaakt.’

In dat vak was ze bijzonder goed, zoals alleen al af te zien valt aan de prachtfoto’s die ze de eerste decennia na de oorlog in de Amsterdamse haven maakte. Fotohistoricus Simon Kool stuitte erop, verbaasd over de kwaliteit en de totaal onbekende naam. Inmiddels rekent hij haar werk tot de top van de ‘wederopbouwfotografie’. Hij zocht verder en vond een deel van haar foto’s aan de muur respectievelijk onder het bed van Monica Kaltenschnee, die bevriend was met de veel oudere Annemie en die bij haar overlijden in 1994 het archief kreeg. Incompleet, omdat Annemie een deel van haar werk had vernietigd. Maar opvallend onderdeel van wat rest is een reeks portretten uit 1943 van Rivierenbuurtgenoten, van wie het merendeel de ster droeg.

Ik ontleen dit aan de indrukwekkende documentaire Nog even langs de fotograaf van Rudi Boon. Die gaat over de Wolffs; over de speurtocht naar hun leven, lot en werk; naar de geportretteerden van wie het merendeel kort na de fotosessie is vermoord; naar nabestaanden; naar enkele overlevenden (waaronder kinderen kort voor de onderduik). De film zelf is daarmee ook speurtocht, vol verbluffende ontdekkingen. Bovenstaande samenvatting is opzettelijk incompleet omdat de kracht van goede documentaires, ook deze, vaak schuilt in ontvouwing die het kijken tot denkactiviteit en queeste maakt. De portretten zijn aangrijpend door kennis van wat kort daarop met betrokkenen gebeurde, maar ook door het motief ze ‘nog even’ te laten maken: in die gruwelijke mix van vrezen, weten en tegelijk niet kunnen/willen weten. De veelheid van hartverscheurende verhalen en lijnen in de film krijgt eenheid door uitmonding in het portret van een getalenteerde, moedige vrouw.

Kenmerkend trouwens die brief aan haar broer. Die was van socialist op tijd nazi geworden, had het in partij en leger ver geschopt, was in 1945 krijgsgevangen gemaakt door de Russen en in 1953 vrijgelaten. In een brief aan zijn Amsterdamse zus schreef hij over zijn wrede lot. Zij antwoordt: ‘Je brief heeft me kostelijk geamuseerd: Russen schijnen een zeer sympathiek, humaan volk te zijn, tenminste, vergeleken met de Edelgermanen: gaskamers noch crematoria.’ En ze breekt de man om zijn keuzes, opportunisme en in en in vuile handen tot de grond af. Annemie had kunnen zwijgen, zoals ze over de oorlog altijd deed. Maar dit was beter.


Rudi Boon, Nog even langs de fotograaf, Joodse Omroep, zondag 11 januari, NPO 2, 13.15 uur. Herhaling vrijdag 16 januari, 14.50 uur


Beeld: Nog even langs de fotograaf, regie Rudi Boon. Annemie Koller. (Monica Kaltenschnee).