Rk-stinksigaren

Dat Onze Lieve Heer vreemde kostgangers heeft, moge blijken uit de botsing tussen de dominicanen E. Schillebeeckx en J. van der Ploeg. Zij woonden in hetzelfde klooster en droegen dezelfde jurk. Niets stond, zou men denken, een mooie vriendschap in de weg, inclusief het uitwisselen van de traditionele rk-stinksigaren. In werkelijkheid, blijkt uit het rk-weekblad De Bazuin, heeft Van der Ploeg zijn ordegenoot Schillebeeckx in 1967 bij het Vaticaan aangegeven, het een en ander in de beste traditie van Judas Iskariot. Hij beschouwt hem namelijk als niets meer of minder dan een ketter, ‘de meest gevaarlijke theoloog van Nijmegen, een man die maar doorgaat met het verspreiden van zijn giftige theorieen: Et ca continue, ca continue, ca continue.’

Van der Ploeg is niet de eerste de beste. Hij is ex-rector magnificus van de Nijmeegse universiteit, die hem in 1951 tot hoogleraar benoemde in het Hebreeuws, Syrisch en zaken betreffende het Oude Testament. Daarnaast is hij tevens de eerste de slechtste, een ongeneeslijke antisemiet die in 1940 een boek publiceerde waarin de joden als ‘perfidi homines’ in optima forma werden omschreven. 'Naar verhouding uitzonderlijk groot is het aantal Joden dat men vindt als auteurs van pornografie, prikkelromans, slechte film en toneel, twijfelachtig cabaret e.d. Als volk en ras hebben de Joden eigenschappen die bij anderen afkeer jegens hen opwekken. Reeds het joodsche uiterlijk stoot velen af en verder ook de joodsche manieren, de lawaaierigheid, de opdringerigheid, het gebrek aan bescheidenheid enz. van velen. Waar veel Joden samen zijn, in hotels, restaurants of andere gelegenheden, blijven de niet-Joden liever weg of worden zij ook wel weggedrongen.’
Zijn theorieen hebben de oorlog overleefd. Zij wel. Zo publiceerde hij in 1954 een tweede boek, waarin hij andermaal de 'sterke afkeer’ jegens de aartsvijanden van 'de Stichter van het Christendom’ signaleerde. Zeker, Hitler was ongetwijfeld net wat te ver gegaan. Niettemin: 'Wie de geschiedenis der volkeren en der godsdiensten kent behoeft zich niet te verwonderen dat na zulk een begin de gevolgen ernstig zijn geweest.’ In het begin van de jaren zeventig richtte Van der Ploeg het blad Katholieke Stemmen op. Het Heilige Land, betoogde hij, was inmiddels in verkeerde handen geraakt. Want de joden konden nog steeds het moorden niet laten. Neem de wijze waarop die Griekse monnik, die het heiligdom van de Jacobsput in Nabloes bediende, om het leven was gebracht. 'Men had hem o.a. een kruis in zijn voorhoofd gesneden.’ Katholieke Stemmen! Nog dit jaar heeft het blad van Van der Ploeg de aanval heropend op het 'grootste gevaar voor de kerk tot nu toe’, dit keer de 'joodse vrijmetselarij’, die alle politieke partijen, banken en supra-internationale organisaties overheerst.
Anno Domini 1994! Deze keer geschreven door de oud-missionaris H. Hendrikx (82), een vleugeladjudant van Van der Ploeg (85). Het is natuurlijk marginale woelmakerij van mannen die inmiddels door geen mens meer serieus worden genomen. Niettemin begrijp ik niet waarop hun chef, Johannes Paulus II (74), ze nooit heeft laten weten dat het tijd werd hun hoogbejaarde klep te houden.