Midden-Oostenconferentie

Roadmap naar Annapolis

Eind november komen in Annapolis vertegenwoordigers van Israël, de Palestijnen, de VS en Saoedi-Arabië bijeen om de vredesbesprekingen in het Midden-Oosten vlot te trekken. Of de conferentie doorgaat en wie er komen, is onzeker. En de agenda is nog onduidelijk.

Vooralsnog is er veel onduidelijk over de Midden-Oostenconferentie in Annapolis, Maryland. Naar alle waarschijnlijkheid zal die maandag plaatsvinden en 24 uur duren. Wie er precies aanschuift en wat de agenda zal zijn, is onbekend, ook voor de deelnemers. Het is ook nog niet duidelijk of president Bush zelf aanwezig zal zijn. Het is tekenend. De Amerikaanse regering wil wel het prestige van een vredesconferentie, maar lijkt niet het diplomatieke grondwerk te hebben verricht voor een vruchtbare onderneming.

De inzet van de conferentie is om de contouren van de Camp David-vredesbespreking van 2000 concreter te maken. De ideeën die toen zijn opgeworpen, zijn nooit dicht bij verwezenlijking gekomen, maar ze liggen nog steeds op tafel: Israël en het op te richten Palestina zouden de grenzen van vóór de Zesdaagse Oorlog van 1967 hanteren, met uitzondering van kleine stukken land op de West Bank waar nu joodse kolonisten wonen. Er zou een afspraak komen over het recht van terugkeer van Palestijnse vluchtelingen, een verdeling van gezag over Jeruzalem en de Palestijnse autoriteit zou actief maatregelen treffen tegen anti-Israëlische terreurbewegingen.

Dat was zeven jaar geleden. De wensen zijn dezelfde gebleven, maar de personen die ze moeten vervullen niet. Daar ligt de grootste handicap van de conferentie: de leiders die in Annapolis aanschuiven, missen de politieke kracht om tot forse veranderingen te komen.

Het Israëlische parlement stuurt premier Ehud Olmert in een diplomatieke spagaat naar de VS. Naar alle waarschijnlijkheid zal het parlement deze week bekendmaken dat het bereid is illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever te ontmantelen en zal het een moratorium uitspreken op verdere uitbreidingen. Het is een geste naar de Palestijnen, maar misschien nog wel meer is het een geste naar Saoedi-Arabië. Het Saoedische koninkrijk heeft geen diplomatieke betrekkingen met Israël, maar liet onlangs weten bereid te zijn deel te nemen aan de conferentie als Israël uit eigen initiatief concessies wil doen.

Tegelijkertijd deed de Knesset een stap terug. Met Annapolis in gedachten lanceerden de rechtse en de religieuze partijen vorige week een wetsvoorstel dat het onmogelijk maakt Jeruzalem op wat voor manier dan ook te splitsen. Het voorstel heeft nog een lange legislatieve weg te gaan, maar kan rekenen op goedkeuring van de meerderheid van het parlement. Wat betreft de Jeruzalemkwestie zijn Olmerts handen gebonden.

Dat geldt nog sterker voor Mahmoud Abbas, de Palestijnse president. De macht die hij vertegenwoordigt, is in sommige Palestijnse gebieden op z’n best fictief. Hoewel het Amerikaanse Congres de afgelopen maanden miljoenen heeft geïnvesteerd in de veiligheidsdiensten van de Palestijnse autoriteit heeft deze inmiddels alle zeggenschap over de Gazastrook verloren aan Hamas, dat uiteraard niet is uitgenodigd voor Annapolis. Ondertussen komen elke week mensen om bij interne Palestijnse rellen. Twee weken terug openden Hamas-politieagenten bij de herdenking van Arafat het vuur op Fatah-leden. Zeven mensen kwamen om het leven. Sinds 2006 zijn bij confrontaties tussen Fatah en Hamas meer dan zeshonderd mensen gedood.

Concrete afspraken over de Jeruzalemkwestie en terrorismebestrijding lijken dus al onhaalbaar nog voordat Annapolis is begonnen, en bij het strikte moratorium op Israëlische groei op de Jordaanoever kunnen ook vraagtekens worden gezet. Verstandig is het om hier ook de personele variabelen in gedachten te houden: binnen een jaar zijn er Amerikaanse presidentsverkiezingen, bij Ehud Olmert is prostaatkanker geconstateerd en in verschillende Palestijnse gebieden is Abbas zijn leven niet zeker. Het zou wijs zijn een paar extra stoelen aan de onderhandelingstafel bij te schuiven. President Sarkozy, bijvoorbeeld, werpt zich de laatste tijd op als diplomatiek zwaargewicht. En president Poetin onderhoudt stabiele contacten met Arabische leiders; dat is meer dan van Bush gezegd kan worden.

Normaliter neemt de gastheer de partijen bij de hand en stuurt hij, als een strenge vaderfiguur, aan op resultaat. De Verenigde Staten zullen die rol niet gemakkelijk kunnen waarmaken. Ondanks verschillende bezoeken van Condoleezza Rice stond het vredesproces, de ‘roadmap to peace’, nooit hoog op de agenda van de regering-Bush. Dat wreekt zich nu. De contingenten diplomaten die straks tegenover elkaar zitten, kennen elkaar amper en hebben geen vertrouwensband.

De kans op succes wordt groter als de Arabische wereld actief wordt betrokken bij de gesprekken, zeker als het lukt de Arabische Liga met Israël aan tafel te krijgen. De Liga heeft beloofd Israël formeel te erkennen als het territoriale verdragen met Syrië en Palestina sluit. Dat is precies wat Annapolis beoogt en waar de Verenigde Staten op hopen. Diplomatieke contacten van de Arabische wereld met Israël gaan ten koste van de contacten met Teheran.

Pas aanstaande vrijdag worden de uitnodigingen naar de Arabische leiders verstuurd. Ondertussen probeert Olmert, onder enige druk van Rice, goodwill te tonen aan de Arabische wereld: behalve dat hij de belofte deed illegale kolonisten terug te roepen, liet hij deze week 450 Palestijnse gevangenen vrij.

Hebben de diplomaten er zelf eigenlijk vertrouwen in? Een goede indicatie zijn de hotelreserveringen in Annapolis. Ook het weekend na de beoogde besprekingen is alles volgeboekt.