Opheffer

Robert en Annemarieke

Het verhaal van Robert en Annemarieke. Ze trouwden en lagen twee jaar na hun huwelijk, toen ze bij ons in Zuid-Frankrijk op vakantie waren, nog de halve dag in hun tent te neuken. Eind jaren tachtig was dat. Robert sprak ook altijd over neuken. Als hij appels op de markt in Bergerac zag, zei hij: «Dit zijn lekkere tieten.» Zag hij tomaten, dan was het: «Lekkere kontjes.» Hij vond het leuk als wij zeiden dat hij seksverslaafd was.

Sinterklaas 1989, een gedicht voor Robert, waarin de regels: «Sex voor de relax, sex voor zijn geest, Robert is een sexbeest.» Het gedicht was van zijn vrouw. Het cadeau was een oude, naakte Barbiepop.

Robert was een van die mensen die ook nog carrière maakten. Hij kwam in een circuit terecht — bij het Rijk — waarin hij macht, geld en aanzien kreeg.

Annemarieke was inderdaad een mooie vrouw. Ik keek weleens naar haar en vergeleek haar met mijn toenmalige vriendin. Dat moest ik niet te lang doen. Annemarieke deed niet alleen het huishouden, ze las veel, schreef veel, ze publiceerde een boekje over de trek van boerenjongens naar de grote stad in Brabant en Limburg. Ze was sociologe en bleek een mooie wetenschappelijke blik te hebben. Dat boek was eigenlijk haar proefschrift, maar van promoveren kwam niets omdat ze Robert had ontmoet en die wilde liever neuken. Zij ook trouwens. En het bleef maar goed gaan.

Mijn huwelijk ging naar God, de huwelijken van andere vrienden gingen kapot, we kregen ander werk, andere pretenties, maar Robert en Annemarieke bleven bij elkaar en leidden een leuk leven. Boerderijtje in Frankrijk, Annemarieke ging schilderijen maken, publiceerde nog een boek over Marokkanen in het Rifgebergte dat nogal wat stof deed opwaaien en Roberts ster steeg. Vol schroom vertelde hij in 1998 dat zijn bedrijf weleens een suite van tienduizend gulden per nacht huurde ergens in Europa teneinde in het geheim te kunnen vergaderen.

En altijd maar praten over neuken, waarschijnlijk omdat hij dat tijdens die vergaderingen niet kon.

«Neuk jij nog wel genoeg?»

«Eigenlijk niet, Robert.»

«Hoe vaak doe jij het nou?»

«Eén keer per drie maanden.»

«Gek, dat is ongezond, Annemarieke en ik doen het nog iedere dag. Vroeger twee keer per dag, ’s ochtends en ’s avonds, maar tegenwoordig alleen ’s avonds.»

En op een dag kwam Robert thuis en bleek Annemarieke zelfmoord te hebben gepleegd. Dat is nu twee maanden geleden. Geen brief achtergelaten, niks, niks, niks.

Robert is volstrekt ontredderd. Hij weet niet wat er fout is gegaan. Hij wist zeker dat het goed ging. Het was een ideaal huwelijk. Hij wordt er volkomen gek van en heeft professionele hulp gezocht. Het is een raadsel dat hij niet kan oplossen. En wij ook niet.

Haar zuster Marjan weet het ook niet, maar heeft wel een vermoeden. Haar analyse is, kort samengevat: «Annemarieke was heel intelligent. Robert was ook intelligent. Robert is ook heel aardig, maar Annemarieke voelde zich eenzaam worden in haar intelligentie. Robert had wel aandacht voor haar, maar ze wist dat ze andere dingen wilde, maar dat ze dat niet kon, omdat er geen enkele reden was om Robert te verlaten.» Vreemd, waarom is de dood wél een uitkomst, waar weggaan dat niet is?

Onze vraag is nu: hoe hadden wij de dood van Annemarieke kunnen voorkomen? Mijn antwoord is: niet. Waar niemand iets opmerkt, heeft niemand schuld. Verder vind ik dat Annemarieke dit Robert, en ons, niet had mogen aandoen. Maar wat moet ik daarmee? Verder denk ik, maar dit is geheim, dat het onvervulde moederschap ook een oorzaak is.