19 juli 1932 – 26 februari 2009

Robert Jasper Grootveld

Robert Jasper Grootveld, antirookmagiër en eeuwig jong, was de verpersoonlijking van het collectieve Peter Pan-syndroom dat ontstond toen in de jaren zestig de ‘rebellie der pubers’ uitbrak en het blije, naïeve en ongeremde kind werd verheerlijkt.

DOOR
AAN HET BEGIN van de 21ste eeuw was Robert Jasper Grootveld danig in de versukkeling geraakt. Deze icoon van de jaren zestig, de ‘antirookmagiër’ die met zijn ‘happenings’ Amsterdam internationaal bekendheid als ‘Magies Centrum’ had bezorgd, was een ontremde, vervuilde alcoholist geworden die vrienden en buren terroriseerde. Nadat Eric Duivenvoorden, auteur van boeken over de kraakbeweging en het kroningsoproer van 30 april 1980, had besloten een biografie over hem te schrijven, krabbelde hij weer wat op. Hij was er trots op dat er een boek over hem zou verschijnen en keek uit naar de wekelijkse bezoeken van zijn biograaf. Ondanks zijn zwakke gezondheid heeft hij de publicatie van het boek, begin februari, nog meegemaakt. Vorige week donderdag is hij dan toch overleden.
Duivenvoordens boek, Magiër van een nieuwe tijd, werd in NRC Handelsblad nogal zuur besproken, omdat het niet meer zou zijn dan een aaneenschakeling van kleurrijke anekdotes en onvoldoende ‘contextuele informatie’ bevatte. Grootvelds betekenis voor de ‘tegencultuur’ van de jaren zestig zou onderbelicht blijven, en de auteur zou geen aandacht besteden aan bestaande interpretaties van het maatschappelijke en culturele protest in die jaren. Wie de uitstekend geschreven, afwisselend hilarische en uiterst pijnlijke, biografie leest beseft echter dat Grootvelds leven één langgerekte bevestiging is van een oude interpretatie van de jaren zestig, namelijk de opvatting dat hier, om Jacques de Kadt te citeren, gesproken kon worden van ‘de rebellie der pubers’.
Dat jongeren zich afzetten tegen de oudere generatie was geen nieuw verschijnsel, en dat pubers mateloos verlangen naar de lusten van de volwassenheid terwijl ze de lasten ervan trachtten te ontlopen, is van alle tijden. In de jaren zestig echter werd het hele concept volwassenheid ter discussie gesteld en verheerlijkte men het spontane, ongeremde kind dat huppelend en mateloos nieuwsgierig de wereld in trekt en zich hierbij van conventies en fatsoensnormen niets aantrekt. Van dit collectieve Peter Pan-syndroom, waarvan de gevolgen nog altijd zichtbaar zijn, was Robert Jasper Grootveld de belichaming.
Grootveld, in 1932 als nakomertje geboren in het gezin van een anarchistische timmerman die voor zichzelf was begonnen en diens dominante en egocentrische vrouw, kende geen gelukkige kinderjaren. Door zijn moeder werd hij regelmatig mishandeld en vriendjes had hij niet. Waarschijnlijk zou hij nu zijn gediagnosticeerd als een kind met ADHD, NLD en/of het syndroom van Asperger, terwijl hij later vermoedelijk een bipolaire stoornis (manisch-depressief) heeft ontwikkeld. Toen werd hij vooral gezien als dom, lastig en onaangepast, en na de lagere school doorliep hij de spreekwoordelijke twaalf ambachten en dertien ongelukken.
De frustraties over zijn traumatische jeugd en het onvermogen om grip op zijn leven te krijgen, leidden ertoe dat hij wanhopig zijn best deed om ergens bij te horen, om geaccepteerd te worden door mensen tegen wie hij opkeek. Hij had enige tijd contact met mensen als Wim Sonneveld, Jan Vrijman en Gerard Reve en hoewel zijn verlangens eigenlijk uitgingen naar vrouwen fungeerde hij jarenlang als schandknaap. Gezien zijn experimenten met travestie, homoseksualiteit en exhibitionisme had hij waarschijnlijk grote moeite met het ontwikkelen van een eigen identiteit en bleef hij in dit opzicht een eeuwige puber. Ook in zijn zelf gecreëerde rol van de ‘magiër’ die ten strijde trok tegen het consumentisme en het ‘klootjesvolk’ bleef hij heel onzeker en ambivalent, en schrok hij regelmatig van hetgeen hij teweegbracht.
Volgens Freek de Jonge was het aan Grootveld te danken dat ‘de twintigste eeuw niet in zijn geheel ongemerkt aan dit land voorbij is gegaan’, Adriaan Morriën noemde hem ooit ‘de nieuwe Vader des Vaderlands’ en Remco Campert stelde dat hij generaties Nederlanders heeft bevrijd van hun ketenen.
Zijn biograaf is van mening dat het aan Grootveld te danken is dat de omwenteling van de jaren zestig, die zich nergens zo radicaal voltrok als in Nederland, niet is ontspoord in geweld. Dat hij in deze jaren een belangrijke rol heeft gespeeld kan niet worden ontkend, maar zijn levensloop laat tevens zien dat het jongerenprotest van de jaren zestig het begin vormde van een infantiliseringsbeweging die nog altijd niet is uitgewoed. Tot de erfenis van de jaren zestig behoort niet alleen een kritische houding ten opzichte van machthebbers en de consumptiemaatschappij. Ook hedendaagse fenomenen als het herdenken van geweldsslachtoffers met knuffelbeertjes, tegen de veertig lopende moeders die zich net zo kleden als hun achtjarige dochtertjes, zich intellectueel wanende types die zelfbeheersing verwarren met ‘zelfcensuur’, en de overtuiging dat de hedendaagse burger een schier onuitputtelijke reeks rechten en geen plichten heeft, vinden hun oorsprong in dit zo bejubelde tijdvak.
Robert Jasper Grootveld was de verpersoonlijking van zowel de positieve als negatieve kanten van de revolte waarvan hij deel uitmaakte. Met zijn spontaniteit en creativiteit wist hij bij anderen energie vrij te maken en doorbrak hij vastgeroeste kaders. Maar terwijl hij tekeerging tegen het slaafse consumentengedrag was hij zelf een aan verschillende middelen verslaafde hedonist die in zijn narcisme voortdurend over de grenzen van anderen heen walste. Nadat hij oude grenspalen uit de grond had gerukt was hij niet echt in staat nieuw gebied af te palen, net zoals de beweging waartoe hij behoorde wel met succes oude structuren omver haalde, maar vervolgens stuurloos werd meegevoerd op de golven van de kenterende tijd.