Robert Wistrich, 7 april 1945 - 19 mei 2015

De wetenschapper Robert Wistrich bestudeerde het antisemitisme door de eeuwen heen. Vanwege de actualiteit bleef het onderwerp hem telkens inhalen.

Niets wijst erop dat de eeuwenoude, op wisselende plaatsen opduikende haat tegen joden in de toekomst zal verdwijnen, constateerde Robert Solomon Wistrich, hoogleraar aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem, na ruim veertig jaar wetenschappelijk onderzoek naar dit verschijnsel. ‘Mijn kennis maakt mij niet bitter, hoogstens een alerte realist’, zei hij in een interview.

De Tweede Wereldoorlog heeft het virus van judeofobie niet kunnen vernietigen. Discriminatie en vervolging woekerden in de Sovjet-Unie voort, en in de Arabische wereld wakkert de klassieke stereotypering van de joden als het ultieme kwaad volgens Wistrich nieuwe brandhaarden aan. In 2004 schreef hij in The Jewish Political Studies Review dat de agressieve anti-joodse uitingen in de islamitische wereld de regelrechte erfenis zijn van het totalitaire antisemitisme in Hitlers Duitsland en Stalins Sovjet-Unie. Hij waarschuwde voor de mogelijkheid van een nucleaire ‘finale oplossing’ door Iran en betichtte de Amerikaanse president Obama van diplomatieke naïviteit.

Wistrich paste zijn kennis als wetenschapper toe op de actualiteit. In zijn 29 boeken, waaronder de encyclopedie Antisemitism: The Longest Hatred (1991) en A Lethal Obsession: Anti-Semitism from Antiquity to the Global Jihad (2010), zijn tientallen artikelen en bijdragen aan tentoonstellingen en documentaires voor de bbc, zoals Blaming the Jews (2003) en Obsession: Radical Islam’s War against the West (2006), zit altijd de boodschap dat het antisemitisme van alle tijden is. De laatste jaren hamerde Wistrich erop dat er een duidelijk onderscheid gemaakt moet blijven worden tussen antizionisme en antisemitisme, zoals er volgens hem ook een verschil is tussen de islam en het islamitische terrorisme. Het ergerde hem dat dit in de discussie over Israël door elkaar heen loopt. ‘Via het antizionisme propageren islamisten antisemitisme buiten hun eigen kring en dat heeft zich langzamerhand onder westerse links-liberalen genesteld in hun morele denken over joden.’

In zijn laatste column voor The Jerusalem Post wijst hij hier andermaal op. Joden zijn volgens hem zelf nog steeds te veel gefixeerd op de gevaren van het traditionele antisemitisme uit rechts-extremistische hoek. Het idee dat meer onderwijs over de holocaust en het gedenken ervan als tegengif kunnen dienen voor hedendaags antisemitisme is een illusie. ‘Sterker nog’, schrijft hij, ‘tegenwoordig wordt “holocaust-omkering” (de perverse transformatie van joden in nazi’s en moslims in geslachtofferde “joden”) maar al te vaak een wapen waarmee Israël wordt gehekeld en het joodse volk wordt gekleineerd. Haat tegen Israël is steeds meer veranderd in het belangrijkste onderdeel van het “nieuwe” antisemitisme.’ Wistrich mailde de column een dag voordat hij op 19 mei in Rome overleed aan een hartaanval. Hij was daar om in de Italiaanse senaat te spreken over het opkomende antisemitisme in Europa.

In 2011 voorspelde Wistrich een ­gewelddadig kalifaat in het Midden-Oosten

Zoals iedere jood werd ook hij gevormd door de ervaringen van zijn familie. Zijn ouders waren linkse Poolse joden die in 1939 naar Lvov trokken voor een ‘lange vakantie’. Met de oprukkende Duitsers in de rug vluchtten zij in 1942 richting het oosten, zo ver weg als over land mogelijk was. Ze streken neer in Lenger aan de rand van de sovjetrepubliek Kazachstan, een mooie stad midden in een uitgestrekt natuurgebied met in de verte bergen met eeuwige sneeuw. Maar ook hier heerste een dictatuur die doortrokken was van anti-joodse denkbeelden. Twee keer belandden ze beiden in de gevangenis van de nkvd, de voorloper van de kgb. In deze gespannen omstandigheden werd Robert Wistrich geboren, geografisch op grote afstand van de laatste strijd rondom Berlijn en drie weken voordat Hitler op 30 april in zijn bunker zelfmoord pleegde.

Na de vrede begon opnieuw een zwerftocht naar een veilige plek. Het jonge gezin trok dankzij een repatriëringsovereenkomst van Stalin met de nieuwe Poolse regering naar Krakau. Het voelde als een bestaan op een begraafplaats, alle joden waren vermoord of vertrokken. De ouders kochten op de zwarte markt paspoorten voor Costa Rica, hielden tijdelijk halt in Parijs, om zich uiteindelijk in Londen te vestigen. In de jaren vijftig, zo vertelde Wistrich, hing daar nog altijd een vooroorlogs antisemitisch klimaat. Zijn leraren op school noemden hem the bloody foreigner – het zette hem aan tot dubbel presteren: ‘Ik wilde iedereen overtreffen.’

Zijn wetenschappelijke loopbaan getuigt van die gedrevenheid. Wistrich studeerde geschiedenis aan Stanford University, keerde in 1968 terug naar Europa om enthousiast deel te nemen aan de Parijse studentenrevolte. Hij promoveerde in 1974 aan University of London en werd directeur van de Wiener Library, op dat moment het grootste instituut voor onderzoek naar de holocaust in Europa. Hij trouwde, kreeg drie kinderen en voelde zich vrij en gelukkig in de oude wereld. Op de achtergrond lag ondertussen Israël altijd op hem te wachten. In 1982 vertrok hij definitief naar het heilige land.

In Jeruzalem werd hij hoogleraar moderne Europese geschiedenis en hoofd van het Sassoon Internationaal Centrum voor de Studie van Antisemitisme van de Hebreeuwse Universiteit. Tot zijn dood waarschuwde hij voor het nieuwe antisemitisme onder islamisten. In 2011 voorspelde hij de vestiging van een gewelddadig kalifaat in het Midden-Oosten en de aantrekkingskracht die dit zou hebben op Europese jihadisten. Na afloop van een lezing in Londen zei hij tegen joodse studenten dat hij voor joden geen toekomst zag in Europa en dat zij serieus moesten overwegen te vertrekken naar Israël, Amerika of Canada. De studenten keken hem aan alsof hij spoken zag. De aanslagen in Brussel, Toulouse en Parijs moesten toen nog gepleegd worden.